Afdeling III.4.2.
Voorschriften voor aansluitingen op laagspanning


Art. III.4.2.1.

1

In gebouwen waar het gevraagde aansluitingsvermogen 25 kVA overschrijdt, stelt de elektriciteitsdistributienetgebruiker voor de plaatsing van de meetinrichting en andere apparatuur die deel uitmaakt van de aansluiting, gratis een (deel van een) ruimte ter beschikking aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Die ruimte voldoet aan de eisen van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

2

In gebouwen waar het gevraagde aansluitingsvermogen 25 kVA niet overschrijdt, stelt de elektriciteitsdistributienetgebruiker gratis een deel van een muur ter beschikking voor de aansluitingskast.

Art. III.4.2.2.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders leggen gemeenschappelijk de aanvullende technische voorschriften voor aansluitingsinstallaties en installaties van elektriciteitsdistributienetgebruikers op laagspanning vast en maken die bekend via hun website.