Werkingsvoorwaarden voor spanning en frequentie


Art. III.4.5.1.

1

Een productie-eenheid moet synchroon met het net kunnen werken:
zonder beperking in de tijd als de netfrequentie begrepen is tussen 47,5 Hz en 51,5 Hz;
tijdens een bepaalde tijd die de elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder in onderling overleg hebben vastgelegd, als de netfrequentie tussen 51,5 Hz en 52,5 Hz ligt.

2

Het frequentierelais dat de overgang van een productie-eenheid naar eilandbedrijf bewaakt, mag niet geactiveerd worden zolang de frequentie van het elektriciteitsdistributienet groter dan of gelijk is aan 47,5 Hz, behoudens een andersluidende bepaling in het aansluitingscontract.

Art. III.4.5.2.
Een productie-eenheid moet zonder beperking in de tijd synchroon kunnen werken met het net, binnen het gearceerde gebied in de onderstaande grafiek ΔU-frequentie, waarin ΔU verwijst naar de spanningsafwijking aan de klemmen van de generator uitgedrukt in % van de nominale spanning van de generator.

Art. III.4.5.3.

1

Een productie-eenheid moet, behoudens een andersluidende bepaling in het aansluitingscontract:
over haar hele werkingsdomein synchroon met het elektriciteitsdistributienet kunnen werken als de spanning in het aansluitingspunt, uitgedrukt in percentage van de nominale spanning in het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met beperkte amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft;
over haar hele werkingsdomein synchroon met het elektriciteitsdistributienet kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met belangrijke amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft.

2

In afwijking van wat bepaald is in 1 is de spanning waarmee rekening moet worden gehouden in het geval van een productie-eenheid die ingebed is in de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de spanning aan de uitgang van die productie-eenheid.

Art. III.4.5.4.
Specifieke voorschriften voor asynchrone generatoren worden op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze bepaald door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. III.4.5.5.
Tijdens een plotse wijziging of een belangrijke afwijking van de frequentie mag een productie-eenheid de werking van de primaire frequentieregeling niet verstoren.