Art. III.4.5.8.
Elke niet-regelende productie-eenheid moet in staat zijn haar levering van reactief vermogen aan te passen aan de behoeften van het elektriciteitsdistributienet, ten minste door de productie van het reactieve vermogen te kunnen omschakelen tussen twee niveaus die tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker zijn overeengekomen.