Afdeling III.5.1.
Algemene bepalingen


Art. III.5.1.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is, voor het elektriciteitsdistributienet waarvoor hij als beheerder is aangesteld, als enige gemachtigd het gedeelte van de aansluiting waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, aan te leggen, aan te passen, te onderhouden, te herstellen, te vervangen, te verwijderen, buiten dienst te stellen en uit te baten.

§ 2

Onder de verantwoordelijkheid van de elektriciteitsdistributienetbeheerder kan een deel van de aanleg van de aansluiting toevertrouwd worden aan een derde partij of aan de aanvrager van de nieuwe aansluiting of van de aanpassing van de aansluiting.

§ 3

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker of een aanvrager van een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet kan niet door de elektriciteitsdistributienetbeheerder verplicht worden de werkzaamheden op openbaar domein, die nodig zijn voor de realisatie van de aansluiting, zelf uit te voeren.

Art. III.5.1.2.

§ 1

De installaties die niet vallen onder Artikel III.1.1.1§1 en waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, worden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker, of door een derde in opdracht van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, beheerd en onderhouden.

§ 2

In afwijking van §1 mogen tussenkomsten en schakelingen op installaties die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet, alleen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder of een door hem gemandateerde uitgevoerd worden, zelfs als de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft van deze installaties. Als de tussenkomsten of schakelingen gebeuren op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of hun oorzaak vinden in de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker komen de kosten van die tussenkomsten en schakelingen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. III.5.1.3.
Installaties gelegen achter verschillende toegangspunten mogen zonder expliciete toestemming van de elektriciteitsdistributienetbeheerder op geen enkele manier met elkaar verbonden worden.

Art. III.5.1.4.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan de delen van de aansluiting waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, verzegelen.