Afdeling III.5.2.
Aansluitingscontract en -reglement


Art. III.5.2.1.
Naast de bepalingen opgenomen onder AfdelingIII.5.1: Algemene bepalingen worden de aangelegenheden, verhoudingen en voorwaarden met betrekking tot de aanleg en het gebruik van de aansluiting tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de elektriciteitsdistributienetgebruiker geregeld door het aansluitingsreglement en in voorkomend geval het aansluitingscontract. Ditzelfde aansluitingsreglement en in voorkomend geval het aansluitingscontract regelen eveneens de aangelegenheden, verhoudingen en voorwaarden met betrekking tot de aanleg en het gebruik van de aansluiting tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de eigenaar, als de elektriciteitsdistributienetgebruiker niet de eigenaar is van de aan te sluiten of aangesloten installatie of het gebouw of als de elektriciteitsdistributienetgebruiker niet bekend is op de toegangspunten in kwestie.

Art. III.5.2.2.

1

Voor elke nieuwe aansluiting op het hoogspanningsnet moet met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aansluitingscontract worden gesloten.

2

Voor aansluitingen op het laagspanningsnet moet geen aansluitingscontract ondertekend worden. Voor die aansluitingen op het laagspanningsnet worden de voorwaarden opgenomen in het aansluitingsreglement van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. III.5.2.3.
In afwachting van de opmaak van nieuwe aansluitingscontracten tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de elektriciteitsdistributienetgebruiker, blijven de vroeger gemaakte afspraken tussen de partijen die bij de aansluiting betrokken zijn verder van kracht, voor zover ze niet strijdig zijn met het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

Art. III.5.2.4.
Het aansluitingscontract bevat minstens de volgende elementen:
de identiteit van de partijen;
de aanwijzing van de contactpersonen;
de bepalingen met betrekking tot de looptijd en de stopzetting van het contract;
de beschrijving en het liggingsplan van de aansluiting en de meetinstallatie met locatie en spanningsniveau van het toegangspunt;
de unieke identificatie van het toegangspunt of de toegangspunten bij middel van een of meer EAN-GSRN;
de bepalingen in verband met de toegankelijkheid en het beheer van de aansluitingsinstallaties;
de beschrijving van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker (inclusief installaties welke functioneel deel uitmaken van het net), inzonderheid de aangesloten productie-eenheden;
de specifieke technische voorwaarden en bepalingen, onder meer het aansluitingsvermogen, de relevante technische karakteristieken van de aansluiting en van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, het meetsysteem, de uitbating, het onderhoud, de eisen in verband met beveiligingen, de veiligheid enzovoort;
de bepalingen met betrekking tot de wederzijdse aansprakelijkheid en de confidentialiteit;
de bepalingen in verband met de meteropname;
de betalingsmodaliteiten.

Art. III.5.2.5.
Het aansluitingsreglement en het aansluitingscontract kunnen tevens voorzien in een regeling voor forfaitaire schadeloosstelling bij onderbrekingen van de stroomvoorziening die langer dan vier uur duren. Ingeval beroep gedaan wordt op de gemeenrechtelijke aansprakelijkheidsregeling, kan de forfaitaire schadeloosstelling voor onderbrekingen niet ingeroepen worden.

Art. III.5.2.6.
De modaliteiten met betrekking tot de onderbreekbaarheid van de toegang kunnen in een afzonderlijke overeenkomst vastgelegd worden.

Art. III.5.2.7.
De technische oplossingen en de regelparameters kunnen worden herzien op gemotiveerd verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. III.5.2.8.
In geval van overdracht van roerende of onroerende goederen, in gebruik of in eigendom, waarvoor de aansluiting dient, sluit de overnemer onverwijld een nieuw aansluitingscontract af met de elektriciteitsdistributienetbeheerder als de aansluiting niet valt onder het toepassingsgebied van het aansluitingsreglement.