Afdeling III.5.3.
Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting



Algemene bepalingen


Art. III.5.3.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker en de eigenaar van het goed in kwestie treffen de nodige voorzorgen om iedere beschadiging aan de aansluiting te voorkomen.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het goed in kwestie moet de elektriciteitsdistributienetbeheerder onmiddellijk op de hoogte brengen van elke beschadiging, afwijking of niet-conformiteit aan de wettelijke of reglementaire voorschriften die hij redelijkerwijs kan vaststellen.

§ 3

Bij de uitvoering van werkzaamheden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker in de nabijheid van de aansluiting, waarbij onderdelen van het elektriciteitsdistributienet, inclusief de aansluiting, beschadigd of beïnvloed kunnen worden, pleegt de elektriciteitsdistributienetgebruiker vooraf overleg met de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 4

Alvorens een gebouw of installatie waarin de aansluiting zich bevindt te slopen, moet de elektriciteitsdistributienetbeheerder de aansluiting voldoende beveiligen of wegnemen.
De eigenaar richt daarvoor een verzoek tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Dezelfde aanvraagprocedures en bijbehorende termijnen als vermeld in Afdeling III.3.3: De aansluitingsprocedure en Hoofdstuk III.6: Wijziging en verzwaring van de aansluiting, zijn hier van toepassing.

Art. III.5.3.2.
Bij een storing aan het elektriciteitsdistributienet of de aansluiting is de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen twee uur na de melding door de elektriciteitsdistributienetgebruiker ter plaatse om de werkzaamheden aan te vangen die leiden tot het opheffen van de storing.

Art. III.5.3.3.
In geval van gewijzigde afname- of injectiekenmerken, of van wijzigingen ten opzichte van de omstandigheden en afspraken die golden op het ogenblik van de uitvoering van de aansluiting, en die toe te schrijven zijn aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht de aansluiting te wijzigen op kosten van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het betrokken goed om de algemene veiligheid, het toezicht op en het gemakkelijk onderhoud van de aansluiting te vrijwaren, alsook de correcte werking van de toestellen van de aansluiting en de gemakkelijke opname van de meters toe te laten.


Gebruik van installaties die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet


Art. III.5.3.4.
De installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die functioneel deel uitmaakt van het elektriciteitsdistributienet (voor doorvoer van energie naar andere elektriciteitsdistributienetgebruikers) wordt kosteloos ter beschikking gesteld van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.


Gebruiken onderhoud van laagspanningsaansluitingen


Art. III.5.3.5.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is belast met het onderhoud en de goede en veilige werking van de delen van de aansluiting waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft. De onderhouds- en herstellingskosten, voor zover er geen schade door de elektriciteitsdistributienetgebruiker veroorzaakt werd, komen voor zijn rekening.

Art. III.5.3.6.
De aansluiting mag pas worden ingewerkt na de toestemming van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Ze moet doeltreffend beschermd worden. Toezicht moet altijd mogelijk zijn.

Art. III.5.3.7.
De elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het goed zorgt ervoor dat de muren in kwestie waterdicht blijven.

Art. III.5.3.8.
De automatische schakelaar van de aansluiting die bij de meetinrichting behoort, mag bediend worden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker, behalve als de elektriciteitsdistributienetbeheerder een verzegeling of een andere contra-indicatie heeft aangebracht.


Gebruiken onderhoud van hoogspanningsaansluitingen


Art. III.5.3.9.
Tenzij anders bepaald in het aansluitingscontract zijn de bepalingen van Artikel III.5.3.1, Artikel III.5.3.2, Artikel III.5.3.3 en Artikel III.5.3.4 van toepassing.


Conformiteit van de aansluiting


Art. III.5.3.10.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de conformiteit na te gaan van de aansluiting en de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met de voorschriften van het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en het aansluitingscontract en -reglement.

Art. III.5.3.11.

§ 1

Om de conformiteit van de aansluiting en van de installaties van een elektriciteitsdistributienetgebruiker met de bepalingen van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en het aansluitingscontract te onderzoeken kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder op eigen initiatief of op verzoek van een derde partij testen op de installaties uitvoeren.

§ 2

Na overleg komen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker de procedure, de planning en de in te zetten middelen overeen.

§ 3

Binnen een maand na de proeven, uitgevoerd door of in opdracht van de elektriciteitsdistributienetbeheerder, bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder een rapport aan de betrokken partij(en), voor zover de gegevens in dat rapport niet vertrouwelijk zijn.

Art. III.5.3.12.
Als het onderzoek of de proeven aantonen dat een installatie niet beantwoordt aan de vereisten van het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit of het aansluitingscontract, brengt de in gebreke blijvende partij de vereiste veranderingen aan de installatie aan binnen een door de elektriciteitsdistributienetbeheerder vastgelegde termijn. Die partij draagt de kosten voor het onderzoek of de proeven die de inbreuk onthuld hebben, alsook de kosten voor de nieuwe proeven die uitgevoerd worden nadat de veranderingen aan de installatie zijn aangebracht. In het tegenovergestelde geval zijn de proeven op kosten van diegene die ze aangevraagd heeft.

Art. III.5.3.13.

§ 1

Een aansluiting of installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die bestond op 1 juli 2002 en die niet in overeenstemming is met de voorschriften van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, kan als dusdanig worden gebruikt zolang ze geen schade of hinder berokkent of zou kunnen berokkenen aan de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of aan de installaties van of de kwaliteit van de geleverde spanning bij een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker. Bij de eerste ingrijpende wijziging of uitbreiding van de aansluiting of de installatie moet deze in overeenstemming gebracht worden met de bepalingen van dit Technisch Reglement.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele schade bij de elektriciteitsdistributienetgebruiker die veroorzaakt wordt door de slechte werking van diens installaties omdat die niet in overeenstemming zijn met het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

Art. III.5.3.14.

§ 1

Elke aansluiting of installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die niet in overeenstemming is met de voorschriften van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en die daardoor schade of hinder berokkent aan de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of bij een of meer andere elektriciteitsdistributienetgebruikers, moet door de elektriciteitsdistributienetgebruiker in overeenstemming gebracht worden binnen een door de elektriciteitsdistributienetbeheerder vastgelegde termijn afhankelijk van de aard en de omvang van de schade of hinder.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan gedurende die termijn niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade die veroorzaakt wordt bij elektriciteitsdistributienetgebruikers doordat installaties van een
elektriciteitsdistributienetgebruiker niet in overeenstemming zijn met de voorschriften van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

Art. III.5.3.15.
De aanpassingen, vermeld in Artikel III.5.3.14§1, komen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of van de eigenaar van het goed in kwestie, volgens hun respectieve verantwoordelijkheden, als bewezen is dat de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of van de eigenaar van het goed aan de basis liggen van de schade of hinder.

Art. III.5.3.16.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker de aanpassingen, vermeld in Artikel III.5.3.12 of Artikel III.5.3.14, niet binnen de opgelegde termijn heeft uitgevoerd, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder hem per brief in gebreke.

§ 2

Behoudens andersluidend akkoord tussen de betrokken partijen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht het toegangspunt buiten dienst te stellen, indien de aanpassingen tien werkdagen na de ingebrekestelling nog niet zijn uitgevoerd. Bij het vaststellen van die termijn geldt de postdatum van de brief als bewijs.

Art. III.5.3.17.
Onverminderd de bepalingen van Artikel III.5.3.14 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder eisen dat de elektriciteitsdistributienetgebruiker maatregelen treft en die bekostigt om te voorkomen dat ten gevolge van de werking van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker het toegestane niveau van storingen, vermeld in Artikel III.5.4.1, wordt overschreden.

Art. III.5.3.18.

§ 1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker die zelf proeven wil uitvoeren of laten uitvoeren op de aansluiting of op zijn installaties die een niet-verwaarloosbare invloed hebben op het elektriciteitsdistributienet, op de aansluiting(en) of op de installaties van een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet vooraf een schriftelijke goedkeuring van de elektriciteitsdistributienetbeheerder krijgen. Elke aanvraag moet gemotiveerd zijn. Ze vermeldt de installatie(s) waarop de proeven betrekking hebben, de aard en de technische gegevens van de proeven, de procedure (onder meer wie de proeven uitvoert) en de planning.

§ 2

Op basis van de gegevens in die aanvraag, beslist de elektriciteitsdistributienetbeheerder over de opportuniteit van de aanvraag en geeft hij, in voorkomend geval, zijn goedkeuring aan de gevraagde proeven, de procedure en de planning ervan. Hij waarschuwt de partijen die volgens hem bij de gevraagde proeven betrokken zijn.