Gebruiken onderhoud van laagspanningsaansluitingen


Art. III.5.3.5.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is belast met het onderhoud en de goede en veilige werking van de delen van de aansluiting waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft. De onderhouds- en herstellingskosten, voor zover er geen schade door de elektriciteitsdistributienetgebruiker veroorzaakt werd, komen voor zijn rekening.

Art. III.5.3.6.
De aansluiting mag pas worden ingewerkt na de toestemming van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Ze moet doeltreffend beschermd worden. Toezicht moet altijd mogelijk zijn.

Art. III.5.3.7.
De elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het goed zorgt ervoor dat de muren in kwestie waterdicht blijven.

Art. III.5.3.8.
De automatische schakelaar van de aansluiting die bij de meetinrichting behoort, mag bediend worden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker, behalve als de elektriciteitsdistributienetbeheerder een verzegeling of een andere contra-indicatie heeft aangebracht.