Afdeling III.5.4.
Spanningswisseling en stroomstoringen


Art. III.5.4.1.
Het toelaatbare niveau van storingen, teweeggebracht op het elektriciteitsdistributienet door de installaties van de aansluiting en de eigen installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, wordt bepaald door de voorschriften van de C10/11, C10/17 en C10/19 die door de netbeheerders zijn opgesteld, door de VREG zijn goedgekeurd, en gepubliceerd worden op de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerders. Ook elke wijziging aan deze voorschriften wordt pas van kracht na goedkeuring door de VREG.

Art. III.5.4.2.

1

Een klacht over de spanningskwaliteit kan schriftelijk ingediend worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder beantwoordt een klacht met betrekking tot de spanningskwaliteit binnen tien werkdagen na ontvangst van die klacht. Als de oorzaak bekend is, beschrijft de elektriciteitsdistributienetbeheerder in zijn antwoord de aard en duur van het probleem en de acties die hij ertegen onderneemt.

3

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker informeert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de mogelijkheid en de voorwaarden om een meting uit te voeren.

4

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker worden de nodige metingen ter controle van een klacht met betrekking tot de verandering van de geleverde spanning (amplitude) uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker spreekt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop die meting moet worden uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die meting binnen tien werkdagen uitgevoerd wordt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

5

Een rapport met de resultaten en conclusies van die meting wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker bezorgd binnen vijf werkdagen na de uitvoering van de meting.

6

Als die metingen een afwijking aantonen ten opzichte van de eisen van de norm NBN EN 50160, worden de kosten voor de metingen gedragen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als de metingen geen afwijking aantonen ten opzichte van de norm NBN EN 50160 aantonen, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder hiervoor kosten aanrekenen aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die kosten blijven in elk geval beperkt tot de vergoeding voor de verplaatsing van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Die kosten worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

7

Als de controlemeting niet uitwijst of de klacht terecht is, kan de elektriciteitsdistributienetgebruiker de elektriciteitsdistributienetbeheerder een langdurige registratie (minstens 48 uur) van de spanning opleggen.

8

Als die testen een afwijking aantonen ten opzichte van de eisen van de norm NBN EN 50160, worden de kosten voor de registratie gedragen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als de testen geen afwijking aantonen ten opzichte van de norm NBN EN 50160 aantonen, worden de kosten voor de registratie gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De kosten voor de registratie worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

9

Voor de vaststellingen, vermeld in 7, kan eveneens een beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij die beide partijen met wederzijdse goedkeuring hebben aangewezen, en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing als vermeld in 8.

Art. III.5.4.3.
De installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker mogen bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder of bij derden geen risico's, schade of hinder van welke aard ook veroorzaken.