Hoofdstuk III.6.
Wijziging en verzwaring van een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet


Art. III.6.1.1.

§ 1

Elke aangesloten elektriciteitsdistributienetgebruiker kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aanvraag tot wijziging van zijn aansluiting indienen.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan een aansluitingsaanvraag ook opleggen als er aanpassingen aan installaties van een elektriciteitsdistributienetgebruiker worden verricht die een niet-verwaarloosbare invloed op het elektriciteitsdistributienet hebben. Het plaatsen/bij plaatsen of verzwaren van een decentrale productie-eenheid met een maximum AC vermogen > 10 kVA, ongeacht het feit of deze netto zal injecteren in het elektriciteitsdistributienet, is steeds een wijziging met niet verwaarloosbare invloed op het elektriciteitsdistributienet. Hiervoor is dus steeds een voorafgaandelijke aanvraag aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder noodzakelijk.

Art. III.6.1.2.
De aanvraag bevat minstens de volgende gegevens:
de identiteit en contactgegevens van de aanvrager (eventueel de juridische vorm en het ondernemingsnummer);
de rechten van de aanvrager ten aanzien van het gebouw of de installatie waarop de aansluiting betrekking heeft;
het grondplan van de plaats van afname of injectie;
het gewenste aansluitingsvermogen en spanningsniveau;
de technische karakteristieken van de installaties die op het elektriciteitsdistributienet moeten worden aangesloten;
de informatie die nodig is voor het toekennen van het verbruiksprofiel.

Art. III.6.1.3.
Bij de aanvraag tot wijzing van een aansluiting wordt eveneens een onderscheid gemaakt tussen een eenvoudige aansluiting, een tijdelijke aansluiting en een aansluiting met voorafgaande studie. De procedures voor de aanvraag tot nieuwe aansluiting zoals beschreven onder Afdeling III.3.3 zijn van overeenkomstige toepassing.

Art. III.6.1.4.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan, in geval van een bestaande aansluiting, de aansluiting uitvoeren via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het elektriciteitsdistributienet op hoogspanning voedt, als het gemiddelde van de reële maandpieken met betrekking tot de voorbije twaalf maanden groter is dan 5 MW.

Art. III.6.1.5.
Vóór een toegangspunt naar een gewijzigde installatie in dienst wordt genomen, bezorgt de elektriciteitsdistributienetgebruiker aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de wettelijke verplichtingen voldoen.

Art. III.6.1.6.

§ 1

Voor elke aanpassing van een bestaande aansluiting op hoogspanningsnet, van een daarmee verbonden installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die een niet-verwaarloosbare invloed heeft op het hoogspanningsnet of van hun respectieve exploitatiewijze moet met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aansluitingscontract worden gesloten.

§ 2

Voor aanpassingen aan bestaande aansluiting op het laagspanningsnet, moet geen aansluitingscontract ondertekend worden. Voor die aanpassingen worden de voorwaarden opgenomen in het aansluitingsreglement van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. III.6.1.7.
Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder beslissen dat een wijziging als vermeld in Artikel III.6.1.6§1 als minder belangrijk wordt beschouwd. Een dergelijke minder belangrijke aanpassing wordt vermeld in een bijvoegsel bij het aansluitingscontract.