Art. III.6.1.1.

1

Elke aangesloten elektriciteitsdistributienetgebruiker kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aanvraag tot wijziging van zijn aansluiting indienen.

2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan een aansluitingsaanvraag ook opleggen als er aanpassingen aan installaties van een elektriciteitsdistributienetgebruiker worden verricht die een niet-verwaarloosbare invloed op het elektriciteitsdistributienet hebben. Het plaatsen/bij plaatsen of verzwaren van een decentrale productie-eenheid met een maximum AC vermogen > 10 kVA, ongeacht het feit of deze netto zal injecteren in het elektriciteitsdistributienet, is steeds een wijziging met niet verwaarloosbare invloed op het elektriciteitsdistributienet. Hiervoor is dus steeds een voorafgaandelijke aanvraag aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder noodzakelijk.