Hoofdstuk III.7.
Het wegnemen van een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet en de verzegeling ervan


Art. III.7.1.1.

§ 1

Elke aansluiting kan worden weggenomen op aangetekend verzoek van de eigenaar van het goed in kwestie, op voorwaarde dat niemand er nog gebruik van maakt.

§ 2

De kosten voor het wegnemen van een aansluiting, alsook de kosten voor het opnieuw in de oorspronkelijke staat brengen van lokalen, toegangswegen en terreinen, komen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het goed in kwestie.

§ 3

Dezelfde aanvraagprocedures en bijbehorende termijnen als vermeld in Afdeling III.3.3: De aansluitingsprocedure zijn van toepassing voor diensten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder met betrekking tot het wegnemen van een aansluiting.

Art. III.7.1.2.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om, na overleg met de eigenaar van het goed in kwestie, elke aansluiting die meer dan een jaar niet meer gebruikt werd, weg te nemen of af te koppelen, behalve indien de aansluiting voor noodvoeding dienstig kan zijn.