Hoofdstuk III.8.
Bepalingen m.b.t. gesloten distributienetten voor elektriciteit


Art. III.8.1.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet
in een eigen procedure voor het verwerken en uitvoeren van aanvragen voor aansluiting op het gesloten distributienet voor elektriciteit;
voor elke gebruiker in een aansluitingscontract waarin de rechten en plichten van de beheerder en de gebruiker m.b.t. de aansluiting worden opgesomd;
in eigen procedures voor het verwerken van aanvragen voor het wijzigen of verzwaren van een bestaande aansluiting op het gesloten distributienet voor elektriciteit;
in eigen procedures voor het wegnemen of verzegelen van een bestaande aansluiting op het gesloten distributienet voor elektriciteit;
in een eigen procedure voor de ontvangst, behandeling en registratie van klachten van gebruikers van het gesloten distributienet voor elektriciteit.

Art. III.8.1.2.
Elke aansluiting, alsook elke binneninstallatie die op het gesloten distributienet voor elektriciteit is aangesloten, moet voldoen aan de normen en de reglementering die op elektrische installaties van toepassing zijn.

Art. III.8.1.3.
De voorwaarden voor injectie in het gesloten distributienet voor elektriciteit zijn gelijk aan de voorwaarden voor injectie in het net waarmee het gesloten distributienet voor elektriciteit gekoppeld is.

Art. III.8.1.4.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit die een aanvraag voor injectie ontvangt, overlegt hierover met de beheerder van het gekoppelde net.

Art. III.8.1.5.
Installaties gelegen achter verschillende koppelpunten mogen zonder expliciete toestemming van de netbeheerder van het gekoppelde net op geen enkele manier met elkaar verbonden worden.