Hoofdstuk IV.2.
Aanwijzing van de toegangshouder en evenwichtsverantwoordelijke(n) op het elektriciteitsdistributienet


Afdeling IV.2.1.
Toegangsregister


Art. IV.2.1.1.
Het toegangsregister is een bestand of een geheel van bestanden dat tot doel heeft de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de toegangshouder(s) en de evenwichtsverantwoordelijke(n) op de toegangspunten op het elektriciteitsdistributienet te registreren en de vrije marktwerking te ondersteunen. Dat houdt onder meer het volgende in:
veranderingen van elektriciteitsdistributienetgebruikers, toegangshouders, en evenwichtsverantwoordelijken alsook technische aanpassingen op de toegangspunten kunnen geregistreerd en gevolgd worden;
op basis van de op de toegangspunten geregistreerde elektriciteitsdistributienetgebruikers, toegangshouders en evenwichtsverantwoordelijken kunnen de afgenomen en geïnjecteerde hoeveelheden elektriciteit correct aan die partijen toegewezen worden.

Art. IV.2.1.2.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor het beheer van het toegangsregister, het actueel houden van de informatie erin, met inbegrip van de verwerking van de gegevens van de elektriciteitsdistributienetgebruikers zoals die worden aangeleverd door de toegangshouders.

Art. IV.2.1.3.

§ 1

In het toegangsregister worden minstens de volgende gegevens per toegangspunt opgenomen:
de EAN-GSRN van het toegangspunt;
de partijen die als toegangshouder en evenwichtsverantwoordelijke(n) zijn aangewezen;
informatie over de titularis van het toegangspunt:
o
(indicatief) de naam van de elektriciteitsdistributienetgebruiker;
o
het type elektriciteitsdistributienetgebruiker (huishoudelijk of niet-huishoudelijk) zoals aangeleverd door de toegangshouder;
o
indien van toepassing, het ondernemingsnummer;
o
het contactadres van de elektriciteitsdistributienetgebruiker;
informatie over de aansluiting:
o
het aansluitingsvermogen;
o
het aansluitingsspanningsniveau;
o
het adres waar de aansluiting zich bevindt;
informatie over de meetinrichting:
o
de configuratie van de berekende meter;
o
de meternummer(s);
o
de aanwezigheid van een budgetmeter of stroombegrenzer;
informatie over de meteropname:
o
frequentie van de meteropname: jaarlijks, maandelijks, of op basis van de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3;
o
voor toegangspunten met jaarlijkse meteropname: de opnamemaand;
informatie over het gebruik van het toegangspunt:
o
gebruiksrichting: injectie of afname;
o
energietype: elektriciteit;
o
voor toegangspunten zonder registratie van het verbruiksprofiel, de profielcategorie en het standaard jaarverbruik of standaard maandverbruik of de forfaitair bepaalde afname;
o
het onderschreven vermogen;
o
het tarieftype;
o
de startdatum van het verkrijgen van toegang door een toegangshouder op het toegangspunt. Voor afnamepunten op elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV is dat de startdatum van de levering door een leverancier op het toegangspunt;
o
de startdatum van het verkrijgen van toegang op het toegangspunt door een toegangshouder voor de huidige elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt. Voor afnamepunten op elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV is dat de startdatum van de levering door een leverancier aan de huidige elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt;
o
de einddatum van de toegang voor de toegangshouder op het toegangspunt. Voor afnamepunten op elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV is dat de einddatum van de levering door een leverancier op het toegangspunt als die al gekend is op basis van de processen, beschreven in Afdeling IV.2.2.

§ 2

De historiek van de gegevens per toegangspunt wordt bewaard gedurende minstens vijfjaar.

§ 3

De toegangshouder is:
Op toegangspunten op het elektriciteitsdistributienet op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kV: ofwel de elektriciteitsdistributienetgebruiker zelf, ofwel een leverancier, ofwel een evenwichtsverantwoordelijke, naargelang van de partij die het toegangscontract met de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft ondertekend voor dat toegangspunt (conform Afdeling IV.3.3);
Op injectiepunten op het elektriciteitsdistributienet op spanningen kleiner dan 30 kV: ofwel de elektriciteitsdistributienetgebruiker (producent) zelf, ofwel een leverancier, naargelang van de partij die de toegang heeft aangevraagd en verkregen voor dat toegangspunt (conform Afdeling IV.3.2);
Op afnamepunten op het elektriciteitsdistributienet op spanningen kleiner dan 30 kV: een leverancier die de toegang heeft aangevraagd en verkregen voor dat toegangspunt (conform Afdeling IV.3.2).

§ 4

Voor elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV, maakt de elektriciteitsdistributienetbeheerder maandelijks een momentopname van zijn toegangsregister zodat de overeenstemming van de informatie in het toegangsregister en de informatie in de klantenbestanden van leveranciers gecontroleerd kan worden. De gegevens die hij daarbij vastlegt en het moment waarop hij dat doet, worden in onderling overleg tussen leveranciers en netbeheerders bepaald en beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling, alsook het moment wanneer, het formaat waarin en de drager waarop die gegevens ter beschikking gesteld worden van de leverancier die erom verzoekt. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk bepaalde beschrijving legt de VREG de voorwaarden op van het vastleggen van gegevens alsook het moment wanneer, het formaat waarin en de drager waarop die gegevens ter beschikking gesteld worden.

§ 5

Voor elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV, maakt de leverancier een momentopname van zijn klantenbestand zodat de overeenstemming van de informatie in het toegangsregister van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de informatie in het klantenbestand gecontroleerd kan worden. De gegevens die hij daarbij vastlegt en het moment waarop hij dat doet, worden in onderling overleg tussen leveranciers en netbeheerders bepaald en beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling, alsook het moment wanneer, het formaat waarin en de drager waarop die gegevens ter beschikking gesteld worden van de elektriciteitsdistributienetbeheerder die erom verzoekt.

Art. IV.2.1.4.

§ 1

Een gebouw dat nieuw aangesloten wordt op het elektriciteitsdistributienet en dat bestemd is als woning voor natuurlijke personen, moet uitgerust zijn met een individueel toegangspunt voor afname en, indien van toepassing, een toegangspunt voor injectie (> 10 kVA) per wooneenheid.

§ 2

Met uitzondering van bestaande situaties op 1 november 2003 en van productieinstallaties met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 kVA wordt aan een elektriciteitsdistributienetgebruiker die zowel energie injecteert op het elektriciteitsdistributienet als energie afneemt van het elektriciteitsdistributienet, een apart toegangspunt voor injectie en een voor afname toegekend tenzij er een vermoeden is van niet- of verwaarloosbaar kleine injectie (< 400 VA).

Art. IV.2.1.5.
Bij elke aansluiting voor afname behoren één of meer toegangspunten tot het elektriciteitsdistributienet, met bij elk toegangspunt één of meer meetinstallaties.

Art. IV.2.1.6.
Bij elke aansluiting voor injectie behoren één of meer toegangspunten tot het elektriciteitsdistributienet, met bij elk toegangspunt één of meer meetinstallaties.

Art. IV.2.1.7.
Een toegangspunt wordt pas in dienst genomen nadat de toegangshouder en de evenwichtsverantwoordelijke(n) voor dat toegangspunt zijn geregistreerd in het toegangsregister van de elektriciteitsdistributienetbeheerder, volgens de hieronder beschreven bepalingen.

Art. IV.2.1.8.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt een doorlopend beschikbare elektronische opzoeking door leveranciers van de EAN-GRSN-codes van de toegangspunten op zijn net op basis van adresgegevens (straatnaam, huisnummer, busnummer, postnummer en gemeente) en meternummer(s) én vice versa, mogelijk. De inhoud, het formaat waarin en de drager waarop die opzoeking kan gebeuren, wordt in onderling overleg tussen leveranciers en netbeheerders bepaald en beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk opgestelde beschrijving legt de VREG de inhoud, het formaat waarin en de drager waarop die opzoeking kan gebeuren op.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt binnen vijf werkdagen de EAN-GSRN-code van het toegangspunt van een elektriciteitsdistributienetgebruiker op basis van zijn naamgegevens, adresgegevens (straatnaam, huisnummer, busnummer, postnummer en gemeente) en meternummer(s) ter beschikking van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die erom verzoekt. Dat verzoek kan schriftelijk, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Het antwoord wordt verstrekt op de manier die de elektriciteitsdistributienetgebruiker verkiest, namelijk per brief, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt binnen tien werkdagen de adresgegevens (straatnaam, huisnummer, busnummer, postnummer en gemeente) en meternummer(s) van het toegangspunt van een elektriciteitsdistributienetgebruiker op basis van de EAN-GSRN code en zijn naamgegevens, ter beschikking van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die erom verzoekt. Dat verzoek kan per brief, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Het antwoord wordt verstrekt op de manier die de elektriciteitsdistributienetgebruiker verkiest, namelijk per brief, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt op de meetinrichting van elke aansluiting die nieuw geplaatst wordt op een permanente wijze en duidelijk leesbaar de EAN-GSRN-code aan van het toegangspunt.

Afdeling IV.2.2.
Berichten van aanwijzing en wijziging voor toegangspunten op spanningen lager dan 30 kv


Art. IV.2.2.1.

§ 1

Per afnamepunt op een spanning lager dan 30 kV wijst de elektriciteitsdistributienetgebruiker een leverancier aan met een geldige leveringsvergunning of een leverancier die voldoet aan de eisen gesteld door een andere lidstaat van de Europese Unie, de federale overheid of een andere gewestelijke energieregulator in verband met de levering van elektriciteit, behalve als de levering op dit toegangspunt door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gebeurt.

§ 2

Per afnamepunt op een spanning lager dan 30 kV wijst de leverancier de evenwichtsverantwoordelijke aan.

§ 3

Per injectiepunt wijst de toegangshouder voor dit toegangspunt, de evenwichtsverantwoordelijke aan.

Art. IV.2.2.2. Indienstneming van een nieuw of afgesloten toegangspunt

§ 1

Alvorens een toegangspunt in dienst wordt gesteld, meldt een leverancier, of in geval van injectie de toegangshouder, zich aan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling

§ 2

In zijn aanvraag vermeldt de leverancier de datum waarop hij zijn levering wenst te starten. Deze datum gaat de datum van de aanvraag niet vooraf.

§ 3

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling of de melding aanvaard of verworpen wordt en brengt de leverancier van die beslissing op de hoogte.

§ 4

De registratie van de leverancier wordt in het toegangsregister doorgevoerd om 0h00 lokale tijd op de datum dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt in dienst neemt overeenkomstig de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, zoals beschreven in Artikel IV.4.1.1.

§ 5

Als de datum van indienstneming minder dan zeven kalenderdagen in de toekomst ligt, kan de aanvraag niet meer geannuleerd worden. Als de datum van indienstname later dan zeven kalenderdagen in de toekomst ligt, kan die tot zeven kalenderdagen voor het ingaan van de indienstneming geannuleerd worden door de aanvragende leverancier.

§ 6

Binnen tien werkdagen na indienstneming van het toegangspunt stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de stamgegevens van het toegangspunt ter beschikking van de aanvragende leverancier. Dat bericht bevat eveneens de datum waarop het toegangspunt daadwerkelijk in dienst werd genomen.

§ 7

Binnen tien werkdagen na indienstneming van het toegangspunt stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de aanvragende leverancier. Dit standaard jaar- of maandverbruik is een gemiddelde waarde voor de SLP-categorie van het toegangspunt.

§ 8

Voor jaarlijks en maandelijks opgenomen toegangspunten stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder uiterlijk tien werkdagen na het in dienst nemen van het toegangspunt, conform de handleiding voor informatie-uitwisseling, de door hem vastgestelde beginmeterstand(en) ter beschikking van de leverancier.

Art. IV.2.2.3. Leverancierswissel

§ 1

Elke wijziging van leverancier op een toegangspunt moet minstens eenentwintig kalenderdagen vooraf aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder gemeld worden door de (nieuwe) leverancier, met aanwijzing van de datum van verandering.

§ 2

Bij jaarlijks opgenomen toegangspunten verstuurt de elektriciteitsdistributienetbeheerder bij het aanvaarden van een aanvraag voor een leverancierswissel, een meteropnamekaart naar de door de leverancier in zijn aanvraag vermelde elektriciteitsdistributienetgebruiker op het door de leverancier in zijn aanvraag vermelde contactadres conform Artikel V.3.1.8§2. Op die meteropnamekaart vermeldt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de EAN-GSRN-code en het adres van het toegangspunt waarop de wissel zal plaatsvinden, de procedure voor het doorgeven van de meterstand en de meternummers, en de contactgegevens van beide betrokken leveranciers. Tevens wordt verduidelijkt welke stappen kunnen worden ondernomen om een onterechte leverancierswissel ongedaan te maken. Als de meterstand fysisch wordt opgenomen, wordt die informatie, die normaal op de meteropnamekaart naar aanleiding van een leverancierswissel staat, schriftelijk meegedeeld bij de meteropname.

§ 3

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder volgens de handleiding voor informatie-uitwisseling of de leverancierswissel wordt aanvaard of verworpen. Hij brengt de nieuwe leverancier hiervan op de hoogte. Als de leverancierswissel wordt aanvaard, wordt de vorige leverancier gelijktijdig op de hoogte gebracht van de wijziging door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 4

Tot zeven kalenderdagen voor het ingaan van de leverancierswissel kan die geannuleerd worden door de aanvragende leverancier.

§ 5

Vijf kalenderdagen voor het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 6

De leverancierswissel wordt in het toegangsregister doorgevoerd om 00u00 lokale tijd op de door de leverancier aangevraagde datum.

§ 7

De betrokken leveranciers bevestigen de wijziging aan hun respectievelijke evenwichtsverantwoordelijken.

§ 8

De wisselmeterstanden worden als volgt bepaald:
Voor jaarlijks opgenomen toegangspunten worden de door de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder doorgegeven en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstanden als wisselmeterstanden genomen. Als uit de validatie (volgens het proces beschreven in Afdeling V.3.5) blijkt dat de meterstanden onbruikbaar zijn en er uiterlijk op de tiende werkdag na de wisseldatum geen gevalideerde meterstanden beschikbaar zijn, worden de meterstanden geschat volgens de schattingsmethodieken beschreven in Artikel V.3.6.1.
Voor maandelijks opgenomen toegangspunten worden de wisselmeterstanden op de wisseldatum en -tijd berekend uit de opgenomen en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstanden volgens de in Artikel V.3.6.1 beschreven schattingsmethodieken.
In afwijking van het voorgaande kan, bij maandelijks en jaarlijks opgenomen toegangspunten met een slimme meter, de wisselmeterstand om 00u00 lokale tijd op de wisseldatum ook bepaald worden door tele-opname door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.
Voor toegangspunten met registratie van het verbruiksprofiel worden de wisselmeterstanden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaald op de wisseldatum om 00u00 lokale tijd door tele-opname.

§ 9

Uiterlijk vijftien werkdagen na het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de historische verbruiksgegevens van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 10

Uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de wisselmeterstanden van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 11

Uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de wisselmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de oude leverancier.

Art. IV.2.2.4. Klantenwissel en gecombineerde klant- / leverancierswissel

§ 1

Elke wissel van een elektriciteitsdistributienetgebruiker op een toegangspunt wordt door de leverancier van de nieuwe elektriciteitsdistributienetgebruiker gemeld aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder zodra hij daarvan op de hoogte wordt gebracht door de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Hij vermeldt daarbij de datum van de wissel en, in geval van een jaarlijks gemeten toegangspunt, de meterstand die door de elektriciteitsdistributienetgebruiker aan hem werd doorgegeven.

§ 2

De datum van de wissel wordt als volgt bepaald:
De datum van de wissel kan tot 60 kalenderdagen in het verleden liggen als er geen verandering is van leverancier op het toegangspunt.
Voor jaarlijks opgenomen toegangspunten kan de datum van de verandering tot 30 kalenderdagen in het verleden liggen als tevens de leverancier op het toegangspunt verandert.
Voor maandelijks opgenomen toegangspunten en toegangspunten met een gemeten verbruiksprofiel moet de datum van die verandering minstens 30 en hoogstens 45 kalenderdagen in de toekomst liggen als tevens de leverancier op het toegangspunt verandert.

§ 3

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatieuitwisseling, of de wijziging aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de leverancier daarvan op de hoogte. Indien van toepassing wordt de vorige leverancier door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gelijktijdig van de wijziging op de hoogte gebracht.

§ 4

Als de datum van de wissel in het verleden ligt, kan de aanvraag niet meer geannuleerd worden. Als de datum van de wissel in de toekomst ligt, kan die tot twee kalenderdagen voor het ingaan van de verandering geannuleerd worden door de aanvragende leverancier.

§ 5

Het toegangsregister wordt als volgt aangepast:
Als de datum van de wissel in het verleden ligt, voert de elektriciteitsdistributienetbeheerder onmiddellijk de aanpassing door in zijn toegangsregister om 00u00 lokale tijd op de door de leverancier aangevraagde datum.
Als de datum van de wissel in de toekomst ligt, voert de elektriciteitsdistributienetbeheerder die aanpassing door in zijn toegangsregister om 00u00 lokale tijd op de door de leverancier aangevraagde datum.

§ 6

Stamgegevens
Als de datum van de wissel in het verleden ligt, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, binnen twee kalenderdagen na aanvaarding van de wissel de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de aanvragende leverancier. Het standaard jaar- of maandverbruik is het historisch standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt.
Als de datum van de wissel in de toekomst ligt, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, twee kalenderdagen voor het ingaan van de wissel de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de aanvragende leverancier. Het standaard jaar- of maandverbruik is het historisch standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt.

§ 7

Bepaling van de wisselmeterstand:
Voor jaarlijks opgenomen toegangspunten wordt als wisselmeterstand de door de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker aan zijn leverancier doorgegeven en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstand genomen. Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker geen betrouwbare meterstand heeft doorgegeven, wordt die door de elektriciteitsdistributienetbeheerder geschat volgens de schattingsmethodieken vermeld in Artikel V.3.6.1.
Voor maandelijks opgenomen toegangspunten wordt de wisselmeterstand op de wisseldatum en -tijd berekend uit de opgenomen en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstand volgens de schattingsmethodieken, vermeld in Artikel V.3.6.1.
In afwijking van het voorgaande kan, bij maandelijks en jaarlijks opgenomen toegangspunten met een slimme meter, de wisselmeterstand om 00u00 lokale tijd op de wisseldatum ook bepaald worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder door tele-opname.
Voor toegangspunten met registratie van het verbruiksprofiel worden de wisselmeterstanden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaald op de wisseldatum om 00u00 lokale tijd door tele-opname.

§ 8

De wisselmeterstand wordt als volgt ter beschikking gesteld:
Bij een wissel in de toekomst stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de wissel, de wisselmeterstand ter beschikking van de aanvragende leverancier. De daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt wordt ter beschikking gesteld van de aanvragende leverancier als de leverancier niet wijzigt op het toegangspunt. Het wordt ter beschikking gesteld van de oude leverancier als de leverancier wel wijzigt op het toegangspunt.
Bij een wissel in het verleden stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder uiterlijk tien werkdagen na de bevestigingsdatum van de wissel, de wisselmeterstand ter beschikking van de aanvragende leverancier. De daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt wordt ter beschikking gesteld van de aanvragende leverancier als de leverancier niet wijzigt op het toegangspunt. Het wordt ter beschikking gesteld van de oude leverancier als de leverancier wel wijzigt op het toegangspunt.

Art. IV.2.2.5. Verhuis

§ 1

Elke leverancier neemt in zijn leveringscontract met zijn klant de verplichting op dat een elektriciteitsdistributienetgebruiker op een toegangspunt dat jaarlijks opgenomen wordt, steeds aan zijn leverancier moet melden dat hij dat toegangspunt verlaat en aan die leverancier de volgende gegevens met betrekking tot het toegangspunt moet verstrekken, tenzij hij aangeeft dat het toegangspunt op zijn kosten buiten dienst mag worden gesteld:
de datum waarop hij het toegangspunt verlaat of verlaten heeft;
de meterstand of meterstanden vastgesteld door de netgebruiker op die datum;
de naam en contactgegevens van de eventuele nieuwe elektriciteitsdistributienetgebruiker of van de eigenaar van het gebouw of de installatie waaraan het toegangspunt verbonden is.
Hierbij kan hij gebruik maken van de verhuisformulieren die de VREG heeft opgesteld en ter beschikking stelt.

§ 2

Als de leverancier van de vertrekkende elektriciteitsdistributienetgebruiker de gevalideerde meterstand ontvangt van de elektriciteitsdistributienetbeheerder (doorgegeven door de leverancier van de nieuwe elektriciteitsdistributienetgebruiker) controleert hij of dit overeenkomt met de meterstand op het verhuisdocument dat ondertekend is door beide bewoners. Bij gebrek aan overeenstemming stuurt hij een rectificatiebericht.

§ 3

Als het toegangspunt niet buiten dienst wordt gesteld en de leverancier geen geldige contractuele band heeft met de elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt, kan de leverancier die situatie melden aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Daarbij verstrekt hij de gegevens, opgesomd in bovenstaande paragraaf, conform de handleiding voor informatie-uitwisseling.

§ 4

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatieuitwisseling, of de melding aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de leverancier daarvan op de hoogte.

§ 5

Uiterlijk om 24u00 lokale tijd op de dertigste kalenderdag na de melding door de leverancier stopt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de levering van de leverancier aan dat toegangspunt, registreert hij dit in zijn toegangsregister en meldt hij dat aan de leverancier, tenzij het toegangspunt in die periode toch buiten dienst wordt gesteld, of de levering op het toegangspunt door een klantenwissel of een klanten- en leverancierswissel geregulariseerd wordt.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt op zijn beurt binnen tien werkdagen na bevestigingsdatum schriftelijk contact op met de mogelijke nieuwe netgebruiker of met de eigenaar van het gebouw of de installatie als die gegevens door de leverancier werden bezorgd. Als de gegevens niet beschikbaar zijn of niet betrouwbaar blijken, doet de elektriciteitsdistributienetbeheerder een administratief onderzoek naar de contactgegevens van een mogelijke nieuwe netgebruiker of eigenaar van het gebouw en gebruikt hij die informatie in zijn pogingen met een mogelijke nieuwe netgebruiker op het toegangspunt contact op te nemen.
Bij zijn contact met de mogelijke nieuwe netgebruiker of eigenaar van het gebouw, wijst hij die op zijn plicht zijn verhuizing te melden aan zijn leverancier, om een leverancier aan te wijzen op het toegangspunt en dat met die leverancier te regelen of het toegangspunt uiterlijk binnen tien werkdagen buiten dienst te laten stellen. De elektriciteitsdistributienetbeheerder meldt eveneens de mogelijke gevolgen als de afnemer niet zou reageren. Naargelang van de beschikbare gegevens neemt hij telefonisch of per brief contact op.

§ 7

Als de nieuwe netgebruiker of eigenaar van het gebouw of wooneenheid hierop niet tijdig reageert, gaat de elektriciteitsdistributienetbeheerder ter plaatse om een regularisatiedocument te laten ondertekenen door de netgebruiker. Dat document biedt aan de netgebruiker drie mogelijkheden:
als de netgebruiker over een geldig leveringscontract beschikt op zijn oude adres, maar zijn leverancier nog niet op de hoogte heeft gebracht zijn verhuizing, dan geeft hij de naam van zijn huidige leverancier door;
als de netgebruiker nog niet over een geldig leveringscontract beschikt, dan wijst hij de leverancier van de vorige bewoner aan als zijn leverancier;
het toegangspunt mag buiten dienst worden gesteld.

§ 8

De netbeheerder stuurt, indien van toepassing, binnen vijf werkdagen na ontvangst het ingevulde en ondertekende regularisatiedocument door naar de leverancier in kwestie.

§ 9

De leverancier die dit regularisatiedocument ontvangt, neemt onmiddellijk en uiterlijk binnen vijf werkdagen de nodige maatregelen om de levering op het toegangspunt te regulariseren door middel van een melding van klantenwissel of een gelijktijdige klanten- en leverancierswissel waarvan de wisseldatum overeenkomt met de datum, vermeld op het regularisatiedocument rekening houdend met de bepalingen en beperkingen in Artikel IV.2.2.4.

§ 10

Uiterlijk tien werkdagen na het beëindigen van de levering stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de eindmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de leverancier.

Art. IV.2.2.6. Wissel van evenwichtsverantwoordelijke

§ 1

Een wissel van evenwichtsverantwoordelijke kan alleen ingaan om 0u00 lokale tijd.

§ 2

Als een leverancier de aanwijzing van een evenwichtsverantwoordelijke op een of meer toegangspunten wil veranderen, moet hij de identiteit en de contactgegevens van die partij, alsook een verklaring van samenwerking ermee, minstens dertig kalenderdagen voor de wisseldatum en uiterlijk vijf werkdagen voor de aanvraag van de wissel aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder bezorgen.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder meldt binnen vijf werkdagen na de melding van de leverancier, vermeld in §2, of die volledig is en of de wissels kunnen worden aangevraagd. Hij motiveert een negatief antwoord met vermelding van de noodzakelijke aanpassingen.

§ 4

De leverancier meldt de wissel van evenwichtsverantwoordelijke minstens tien en maximum zestig kalenderdagen vooraf.

§ 5

Binnen 48 uur na ontvangst van de aanvraag beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling of de aanvraag aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de leverancier van die beslissing op de hoogte.

§ 6

Voor jaarlijks opgenomen toegangspunten met berekend verbruiksprofiel schat de elektriciteitsdistributienetbeheerder de meterstanden op het moment van de wissel van evenwichtsverantwoordelijke door interpolatie volgens de principes, vermeld in Artikel V.3.6.1. Voor maandelijks opgenomen toegangspunten met berekend verbruiksprofiel neemt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de meterstand op rond het moment van de wissel van evenwichtsverantwoordelijke.

§ 7

In afwijking van het voorgaande kan, bij maandelijks en jaarlijks opgenomen toegangspunten met een slimme meter, de wisselmeterstand om 0u00 lokale tijd op de wisseldatum ook bepaald worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder door tele-opname.

Art. IV.2.2.7. Opzegging contract door leverancier bij huishoudelijke afnemers

§ 1

De beëindiging van de contractuele overeenkomsten met betrekking tot de afname of injectie op een toegangspunt, moet minstens zestig kalenderdagen vooraf door de leverancier aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder gemeld worden.

§ 2

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling of de melding aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de leverancier van die beslissing op de hoogte.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt binnen tien werkdagen na ontvangst van het bericht contact op met de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Hierbij wijst hij hem op zijn plicht om een leverancier aan te wijzen op het toegangspunt en dat met die leverancier te regelen uiterlijk acht kalenderdagen vóór het einde van de opzegtermijn. De elektriciteitsdistributienetbeheerder meldt eveneens de mogelijke gevolgen als de afnemer niet zou reageren. Naargelang van de beschikbare gegevens neemt hij telefonisch of per brief contact op. De elektriciteitsdistributienetbeheerder verstuurt een meteropnamekaart naar de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

§ 4

De melding bedoeld in §1 kan tot acht kalenderdagen voor de door de leverancier aangevraagde einddatum van levering kan door hem geannuleerd worden.

§ 5

De levering aan het toegangspunt door de leverancier wordt stopgezet om 0u00 lokale tijd op de door de leverancier gevraagde datum. De elektriciteitsdistributienetbeheerder registreert dat in zijn toegangsregister.

§ 6

Uiterlijk dertig kalenderdagen na het beëindigen van de levering stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de eindmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de leverancier.

§ 7

In afwijking van §1 gebeurt de melding voor injectiepunten door de partij die toegang heeft verkregen onder de voorwaarden van het toegangsreglement.

Art. IV.2.2.8. Leverancierswissel na opzegging contract bij huishoudelijke afnemers

§ 1

Een nieuwe leverancier kan zich steeds melden voor een toegangspunt waarop een andere leverancier zijn contractuele overeenkomst beëindigt in de periode dat een annulering mogelijk is tot acht kalenderdagen voor de door de leverancier aangevraagde einddatum voor de levering.

§ 2

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling of de leverancierswissel aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de nieuwe leverancier van zijn beslissing op de hoogte. Bij aanvaarding wordt de huidige leverancier gelijktijdig op de hoogte gebracht van de stopzetting van de levering.

§ 3

De nieuwe leverancier neemt de levering op het toegangspunt over ten laatste om 00u00 lokale tijd op de datum waarop de huidige leverancier heeft aangevraagd te stoppen met leveren. De leverancierswissel wordt gelijktijdig doorgevoerd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder in zijn toegangsregister.

§ 4

Vijf kalenderdagen voor het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 5

Uiterlijk vijftien werkdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de historische verbruiksgegevens van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 6

Uiterlijk tien kalenderdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de wisselmeterstanden van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 7

Uiterlijk tien kalenderdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de wisselmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de oude leverancier.

§ 8

Als er geen leverancierswissel heeft plaatsgevonden op de door de leverancier aangevraagde einddatum voor de levering start de elektriciteitsdistributienetbeheerder de leveringen.

Art. IV.2.2.9. Opzegging contract door leverancier bij niet-huishoudelijke afnemers.

§ 1

De beëindiging van de contractuele overeenkomsten met betrekking tot de afname of injectie op een toegangspunt, moet minstens dertig kalenderdagen vooraf door de leverancier aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder gemeld worden.

§ 2

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling of de melding aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de leverancier van die beslissing op de hoogte.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt binnen tien werkdagen contact op met de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Hierbij wijst hij hem op zijn plicht om een leverancier aan te wijzen op het toegangspunt en dat met die leverancier te regelen uiterlijk tien kalenderdagen vóór het einde van de opzegtermijn. De elektriciteitsdistributienetbeheerder meldt eveneens de mogelijke gevolgen als de afnemer niet zou reageren. Naargelang van de beschikbare gegevens neemt hij telefonisch of per brief contact op.

§ 4

De melding bedoeld in §1 kan tot zeven kalenderdagen voor de door de leverancier aangevraagde einddatum voor de levering door hem geannuleerd worden.

§ 5

De levering aan het toegangspunt door de leverancier wordt stopgezet om 0u00 lokale tijd op de door de leverancier gevraagde datum. De elektriciteitsdistributienetbeheerder registreert dat in zijn toegangsregister.

§ 6

Uiterlijk tien werkdagen na het beëindigen van de levering stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de eindmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de leverancier.

§ 7

In afwijking van §1 gebeurt de melding voor injectiepunten door de partij die toegang heeft verkregen onder de voorwaarden van het toegangsreglement.

Art. IV.2.2.10. Leverancierswissel na opzegging contract bij niet-huishoudelijke afnemers

§ 1

Een nieuwe leverancier kan zich steeds melden voor een toegangspunt waarop een andere leverancier zijn contractuele overeenkomst beëindigt in de periode dat een annulering mogelijk is tot 7 kalenderdagen voor de door de leverancier aangevraagde einddatum voor de levering.

§ 2

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling of de leverancierswissel aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de nieuwe leverancier van zijn beslissing op de hoogte. Indien van toepassing, wordt de huidige leverancier gelijktijdig op de hoogte gebracht van de annulering van zijn lopende aanvraag.

§ 3

De nieuwe leverancier neemt de levering op het toegangspunt over ten laatste om 0u00 lokale tijd op de datum waarop de huidige leverancier heeft aangevraagd te stoppen met leveren. De leverancierswissel wordt gelijktijdig doorgevoerd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder in zijn toegangsregister.

§ 4

Vijf kalenderdagen voor het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 5

Uiterlijk vijftien werkdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de historische verbruiksgegevens van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 6

Uiterlijk tien werkdagen kalenderdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatie-uitwisseling, de wisselmeterstanden van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 7

Uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de wisselmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de oude leverancier.

§ 8

Als er geen leverancierswissel heeft plaatsgevonden op de door de leverancier aangevraagde einddatum voor de levering levert de elektriciteitsdistributienetbeheerder tot op het moment van de afsluiting.

Art. IV.2.2.11. Mystery Switch

§ 1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker die meent onterecht van leverancier te zullen veranderen of te zijn veranderd, kan dat melden ofwel aan zijn eigenlijke leverancier, ofwel aan de leverancier die onterecht een leverancierswissel op zijn toegangspunt heeft aangevraagd.

§ 2

De gecontacteerde partij meldt uiterlijk twee werkdagen na melding van de getroffen netgebruiker die gecontesteerde wissel aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 3

Binnen 48 uur na de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling of die melding aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de verzender van de beslissing op de hoogte alsook de andere betrokken leverancier.

§ 4

De leverancier die de gecontesteerde leverancierswissel heeft aangevraagd, controleert binnen twee werkdagen of de leverancierswissel daadwerkelijk verkeerdelijk of onterecht door hem werd aangevraagd en meldt het resultaat aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als blijkt dat de leverancierswissel toch terecht gebeurd is, meldt hij dat onmiddellijk aan de betrokken netgebruiker.

§ 5

Als de leverancier die de gecontesteerde leverancierswissel heeft aangevraagd, bevestigt dat de wissel inderdaad onterecht of verkeerdelijk was, dan meldt de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat uiterlijk twee werkdagen na die bevestiging aan de eigenlijke leverancier.

§ 6

Als de aangevraagde onterechte leverancierswissel nog niet uitgevoerd werd in het toegangsregister en geannuleerd kan worden, dan annuleert de leverancier die onterecht de leverancierswissel heeft aangevraagd de aanvraag gelijktijdig met de bevestiging aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat de wissel verkeerdelijk of onterecht door hem werd aangevraagd.

§ 7

Als de onterechte leverancierswissel al uitgevoerd werd in het toegangsregister of niet geannuleerd kan worden, dan vraagt de eigenlijke leverancier een nieuwe leverancierswissel uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de bevestiging van de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat de leverancierswissel onterecht was aangevraagd. De wisseldatum in die aanvraag ligt minstens zeven kalenderdagen in de toekomst voor jaarlijks opgenomen toegangspunten of op de eerste dag van de volgende maand voor maandelijks of doorlopend opgenomen toegangspunten.

§ 8

Binnen 48 uur na ontvangst van de aanvraag beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatieuitwisseling, of de aanvraag voor een nieuwe leverancierswissel aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt beide leveranciers van die beslissing op de hoogte. Bij aanvaarding verzendt hij tegelijk de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt naar de eigenlijke leverancier.

§ 9

De elektriciteitsdistributienetbeheerder schat de wisselmeterstand op de wisseldatum en -tijd volgens de methodieken, vermeld in Artikel V.3.6.1.

§ 10

Uiterlijk vijftien werkdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de historische verbruiksgegevens van het toegangspunt ter beschikking van de eigenlijke leverancier.

§ 11

Uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de geschatte wisselmeterstanden van het toegangspunt ter beschikking van de eigenlijke leverancier.

§ 12

Uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de wissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de geschatte wisselmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de leverancier die onterecht de leverancierswissel heeft aangevraagd.

§ 13

De leverancier die onterecht de leverancierswissel heeft aangevraagd verrekent de kosten voor de elektriciteitsafname en het gebruik van het elektriciteitsdistributienet en transmissienet in de periode dat hij onterecht aan het betrokken toegangspunt leverde (berekend op basis van de wisselmeterstanden) niet aan de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker. Indien van toepassing annuleert hij al verstuurde verrekeningen aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker of betaalt facturen die de elektriciteitsdistributienetgebruiker al heeft betaald terug.

§ 14

De eigenlijke leverancier meldt aan de getroffen elektriciteitsdistributienetgebruiker (zijn klant) tien werkdagen na de bevestiging van de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat hij opnieuw levert aan dat toegangspunt en dat de onterechte wissel werd rechtgezet.

Art. IV.2.2.12. Wijziging van informatie over toegangspunt

§ 1

De leverancier meldt aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder elke wijziging met betrekking tot de naam en het contactadres van de elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt in kwestie, alsook elke wijziging van het type elektriciteitsdistributienetgebruiker (huishoudelijk of niet-huishoudelijk) en het ondernemingsnummer binnen twee werkdagen nadat hij van die wijziging op de hoogte werd gebracht.

§ 2

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatieuitwisseling, of de melding aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de leverancier van die beslissing op de hoogte en past de gegevens aan in zijn toegangsregister.

§ 3

Elke wijziging in de informatie over een toegangspunt dat bijgehouden wordt in het toegangsregister zoals beschreven in Artikel IV.2.1.3§1, wordt doorgevoerd in het toegangsregister en gecommuniceerd aan de leverancier op het toegangspunt binnen tien werkdagen nadat de elektriciteitsdistributienetbeheerder op de hoogte werd gebracht van de wijziging of zelf die wijzigingen heeft aangebracht.

§ 4

Voor toegangspunten met jaarlijkse meteropname wordt een eventuele wijziging van opnamemaand binnen twee maanden voor de vroegste datum van de oude of nieuwe opnamedatum door de elektriciteitsdistributienetbeheerder aangekondigd bij de betrokken leverancier, conform de handleiding voor informatie-uitwisseling.

Art. IV.2.2.13. Rechtzetting van fouten in het toegangsregister

§ 1

Mogelijke fouten in de informatie van een toegangspunt dat in het toegangsregister wordt beheerd, worden door de leverancier en de elektriciteitsdistributienetbeheerder onmiddellijk aan elkaar gemeld. Daarvoor stellen zij gezamenlijk een meldings- en afhandelingsprocedure op en beschrijven die in de handleiding voor informatieuitwisseling. Typefouten of groepen van fouten en de bijbehorende behandeling worden beschreven in een catalogus die wordt geactualiseerd op basis van overleg tussen leveranciers en elektriciteitsdistributienetbeheerders.

§ 2

De meldings- en afhandelingsprocedure en de in de catalogus beschreven behandeling bevatten minstens de volgende stappen:
melding door de leverancier of elektriciteitsdistributienetbeheerder aan de andere partij, met aanduiding van de typefout;
beoordeling door de andere partij van de gemelde fout met terugmelding van de aanvaarding of verwerping van dat bericht binnen 48 uur na ontvangst. Bij aanvaarding wordt door de ontvangende partij een uniek referentienummer toegekend aan de foutmelding;
de aanvaarde foutmelding wordt behandeld conform de procedure en het tijdschema die in de catalogus zijn vastgelegd;
beide partijen communiceren aan elkaar de nodige wijzigingen in de stamgegevens ter correctie van de fout.
beide partijen nemen de nodige maatregelen om de fout in de eigen gegevensbestanden en processen recht te zetten en bevestigen de afhandeling ervan aan elkaar;
als dit is overeengekomen tussen de leveranciers en de netbeheerders en zoals vastgelegd in de catalogus, worden andere processen en verrekeningen al dan niet met terugwerkende kracht (nettarieffactuur, allocatie, reconciliatie) tussen beide partijen gelijktijdig rechtgezet.

Art. IV.2.2.14.
De handleiding voor informatie-uitwisseling bij het EDIEL-protocol beschrijft de sequentie van de boodschappen bij elk wijzigingsproces, alsook de vorm en de inhoud van de boodschappen, en de modaliteiten bij het annuleren van een aangekondigde wijziging.

Art. IV.2.2.15.
Voor de verwerking van de correct toegepaste aanvragen en meldingen van leveranciers, beschreven in deze afdeling, worden geen kosten aangerekend aan de betrokken leveranciers.

Art. IV.2.2.16.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder voorziet in een procedure waardoor hij de aanwijzingen van toegangshouder en evenwichtsverantwoordelijke in het toegangsregister zelf kan aanpassen ingeval de toegangshouder of de evenwichtsverantwoordelijke niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

Afdeling IV.2.3.
Berichten van aanwijzing en wijziging voor toegangspunten op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kv


Art. IV.2.3.1.
Per toegangspunt op een spanning hoger dan of gelijk aan 30 kV wijst een elektriciteitsdistributienetgebruiker een toegangshouder aan die met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een toegangscontract afsluit. Voor afnamepunten wijst de toegangshouder een of meer leveranciers aan met een geldige leveringsvergunning of die voldoen aan de eisen gesteld door een andere lidstaat van de Europese Unie, de federale overheid of een andere gewestelijke energieregulator in verband met de levering van elektriciteit en voor elk van hen een evenwichtsverantwoordelijke. Voor injectiepunten wijst de toegangshouder een of meer evenwichtsverantwoordelijken aan.

Art. IV.2.3.2.

§ 1

De melding van een wijziging van toegangshouder voor toegangspunten op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kV gebeurt door de nieuwe toegangshouder, minstens eenentwintig kalenderdagen vooraf.

§ 2

Als de toegangshouder en de toegangspunten waarop het toegangscontract betrekking heeft, ongewijzigd blijven, gebeurt de melding van een wijziging van leverancier of evenwichtsverantwoordelijke door de toegangshouder, en dit minstens tien werkdagen vooraf.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder beoordeelt binnen vijf werkdagen of de wijziging aanvaard of verworpen wordt, en brengt de (nieuwe) toegangshouder van die beslissing op de hoogte. Indien van toepassing waarschuwt hij de vorige toegangshouder, die op zijn beurt de betrokken leverancier of evenwichtsverantwoordelijke op de hoogte brengt.

Art. IV.2.3.3.
Elke wissel van een elektriciteitsdistributienetgebruiker op een toegangspunt wordt door de toegangshouder gemeld aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder zodra hij daarvan op de hoogte wordt gebracht door de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Hij vermeldt daarbij de datum van de wissel.

Art. IV.2.3.4.

§ 1

De beëindiging van de contractuele overeenkomsten met betrekking tot de afname of injectie op een toegangspunt, moet minstens dertig kalenderdagen vooraf door de toegangshouder aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder gemeld worden.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder vraagt binnen tien werkdagen aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker een nieuwe toegangshouder aan te duiden die het nieuwe toegangscontract zal afsluiten. Dat toegangscontract moet uiterlijk tien werkdagen voor het einde van de opzegtermijn worden gesloten.

Art. IV.2.3.5.
De toegangshouder meldt aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder elke wijziging met betrekking tot de naam en het contactadres van de elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt in kwestie, alsook elke wijziging van het ondernemingsnummer, binnen twee werkdagen nadat hij daarvan op de hoogte werd gebracht.

Art. IV.2.3.6.
Elke wijziging in de informatie over een toegangspunt die bijgehouden wordt in het toegangsregister zoals beschreven in Artikel IV.2.1.3§1, wordt doorgevoerd in het toegangsregister en gecommuniceerd aan de toegangshouder op het toegangspunt binnen tien werkdagen nadat de elektriciteitsdistributienetbeheerder op de hoogte werd gebracht van de wijziging of zelf die wijzigingen heeft aangebracht.

Art. IV.2.3.7.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder voorziet in een procedure waardoor hij de aanwijzingen van toegangshouder en evenwichtsverantwoordelijken in het toegangsregister zelf kan aanpassen ingeval de toegangshouder of de evenwichtsverantwoordelijke niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen.