Afdeling IV.2.1.
Toegangsregister


Art. IV.2.1.1.
Het toegangsregister is een bestand of een geheel van bestanden dat tot doel heeft de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de toegangshouder(s) en de evenwichtsverantwoordelijke(n) op de toegangspunten op het elektriciteitsdistributienet te registreren en de vrije marktwerking te ondersteunen. Dat houdt onder meer het volgende in:
veranderingen van elektriciteitsdistributienetgebruikers, toegangshouders, en evenwichtsverantwoordelijken alsook technische aanpassingen op de toegangspunten kunnen geregistreerd en gevolgd worden;
op basis van de op de toegangspunten geregistreerde elektriciteitsdistributienetgebruikers, toegangshouders en evenwichtsverantwoordelijken kunnen de afgenomen en geïnjecteerde hoeveelheden elektriciteit correct aan die partijen toegewezen worden.

Art. IV.2.1.2.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor het beheer van het toegangsregister, het actueel houden van de informatie erin, met inbegrip van de verwerking van de gegevens van de elektriciteitsdistributienetgebruikers zoals die worden aangeleverd door de toegangshouders.

Art. IV.2.1.3.

§ 1

In het toegangsregister worden minstens de volgende gegevens per toegangspunt opgenomen:
de EAN-GSRN van het toegangspunt;
de partijen die als toegangshouder en evenwichtsverantwoordelijke(n) zijn aangewezen;
informatie over de titularis van het toegangspunt:
o
(indicatief) de naam van de elektriciteitsdistributienetgebruiker;
o
het type elektriciteitsdistributienetgebruiker (huishoudelijk of niet-huishoudelijk) zoals aangeleverd door de toegangshouder;
o
indien van toepassing, het ondernemingsnummer;
o
het contactadres van de elektriciteitsdistributienetgebruiker;
informatie over de aansluiting:
o
het aansluitingsvermogen;
o
het aansluitingsspanningsniveau;
o
het adres waar de aansluiting zich bevindt;
informatie over de meetinrichting:
o
de configuratie van de berekende meter;
o
de meternummer(s);
o
de aanwezigheid van een budgetmeter of stroombegrenzer;
informatie over de meteropname:
o
frequentie van de meteropname: jaarlijks, maandelijks, of op basis van de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3;
o
voor toegangspunten met jaarlijkse meteropname: de opnamemaand;
informatie over het gebruik van het toegangspunt:
o
gebruiksrichting: injectie of afname;
o
energietype: elektriciteit;
o
voor toegangspunten zonder registratie van het verbruiksprofiel, de profielcategorie en het standaard jaarverbruik of standaard maandverbruik of de forfaitair bepaalde afname;
o
het onderschreven vermogen;
o
het tarieftype;
o
de startdatum van het verkrijgen van toegang door een toegangshouder op het toegangspunt. Voor afnamepunten op elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV is dat de startdatum van de levering door een leverancier op het toegangspunt;
o
de startdatum van het verkrijgen van toegang op het toegangspunt door een toegangshouder voor de huidige elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt. Voor afnamepunten op elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV is dat de startdatum van de levering door een leverancier aan de huidige elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt;
o
de einddatum van de toegang voor de toegangshouder op het toegangspunt. Voor afnamepunten op elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV is dat de einddatum van de levering door een leverancier op het toegangspunt als die al gekend is op basis van de processen, beschreven in Afdeling IV.2.2.

§ 2

De historiek van de gegevens per toegangspunt wordt bewaard gedurende minstens vijfjaar.

§ 3

De toegangshouder is:
Op toegangspunten op het elektriciteitsdistributienet op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kV: ofwel de elektriciteitsdistributienetgebruiker zelf, ofwel een leverancier, ofwel een evenwichtsverantwoordelijke, naargelang van de partij die het toegangscontract met de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft ondertekend voor dat toegangspunt (conform Afdeling IV.3.3);
Op injectiepunten op het elektriciteitsdistributienet op spanningen kleiner dan 30 kV: ofwel de elektriciteitsdistributienetgebruiker (producent) zelf, ofwel een leverancier, naargelang van de partij die de toegang heeft aangevraagd en verkregen voor dat toegangspunt (conform Afdeling IV.3.2);
Op afnamepunten op het elektriciteitsdistributienet op spanningen kleiner dan 30 kV: een leverancier die de toegang heeft aangevraagd en verkregen voor dat toegangspunt (conform Afdeling IV.3.2).

§ 4

Voor elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV, maakt de elektriciteitsdistributienetbeheerder maandelijks een momentopname van zijn toegangsregister zodat de overeenstemming van de informatie in het toegangsregister en de informatie in de klantenbestanden van leveranciers gecontroleerd kan worden. De gegevens die hij daarbij vastlegt en het moment waarop hij dat doet, worden in onderling overleg tussen leveranciers en netbeheerders bepaald en beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling, alsook het moment wanneer, het formaat waarin en de drager waarop die gegevens ter beschikking gesteld worden van de leverancier die erom verzoekt. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk bepaalde beschrijving legt de VREG de voorwaarden op van het vastleggen van gegevens alsook het moment wanneer, het formaat waarin en de drager waarop die gegevens ter beschikking gesteld worden.

§ 5

Voor elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV, maakt de leverancier een momentopname van zijn klantenbestand zodat de overeenstemming van de informatie in het toegangsregister van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de informatie in het klantenbestand gecontroleerd kan worden. De gegevens die hij daarbij vastlegt en het moment waarop hij dat doet, worden in onderling overleg tussen leveranciers en netbeheerders bepaald en beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling, alsook het moment wanneer, het formaat waarin en de drager waarop die gegevens ter beschikking gesteld worden van de elektriciteitsdistributienetbeheerder die erom verzoekt.

Art. IV.2.1.4.

§ 1

Een gebouw dat nieuw aangesloten wordt op het elektriciteitsdistributienet en dat bestemd is als woning voor natuurlijke personen, moet uitgerust zijn met een individueel toegangspunt voor afname en, indien van toepassing, een toegangspunt voor injectie (> 10 kVA) per wooneenheid.

§ 2

Met uitzondering van bestaande situaties op 1 november 2003 en van productieinstallaties met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 kVA wordt aan een elektriciteitsdistributienetgebruiker die zowel energie injecteert op het elektriciteitsdistributienet als energie afneemt van het elektriciteitsdistributienet, een apart toegangspunt voor injectie en een voor afname toegekend tenzij er een vermoeden is van niet- of verwaarloosbaar kleine injectie (< 400 VA).

Art. IV.2.1.5.
Bij elke aansluiting voor afname behoren één of meer toegangspunten tot het elektriciteitsdistributienet, met bij elk toegangspunt één of meer meetinstallaties.

Art. IV.2.1.6.
Bij elke aansluiting voor injectie behoren één of meer toegangspunten tot het elektriciteitsdistributienet, met bij elk toegangspunt één of meer meetinstallaties.

Art. IV.2.1.7.
Een toegangspunt wordt pas in dienst genomen nadat de toegangshouder en de evenwichtsverantwoordelijke(n) voor dat toegangspunt zijn geregistreerd in het toegangsregister van de elektriciteitsdistributienetbeheerder, volgens de hieronder beschreven bepalingen.

Art. IV.2.1.8.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt een doorlopend beschikbare elektronische opzoeking door leveranciers van de EAN-GRSN-codes van de toegangspunten op zijn net op basis van adresgegevens (straatnaam, huisnummer, busnummer, postnummer en gemeente) en meternummer(s) én vice versa, mogelijk. De inhoud, het formaat waarin en de drager waarop die opzoeking kan gebeuren, wordt in onderling overleg tussen leveranciers en netbeheerders bepaald en beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk opgestelde beschrijving legt de VREG de inhoud, het formaat waarin en de drager waarop die opzoeking kan gebeuren op.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt binnen vijf werkdagen de EAN-GSRN-code van het toegangspunt van een elektriciteitsdistributienetgebruiker op basis van zijn naamgegevens, adresgegevens (straatnaam, huisnummer, busnummer, postnummer en gemeente) en meternummer(s) ter beschikking van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die erom verzoekt. Dat verzoek kan schriftelijk, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Het antwoord wordt verstrekt op de manier die de elektriciteitsdistributienetgebruiker verkiest, namelijk per brief, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt binnen tien werkdagen de adresgegevens (straatnaam, huisnummer, busnummer, postnummer en gemeente) en meternummer(s) van het toegangspunt van een elektriciteitsdistributienetgebruiker op basis van de EAN-GSRN code en zijn naamgegevens, ter beschikking van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die erom verzoekt. Dat verzoek kan per brief, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Het antwoord wordt verstrekt op de manier die de elektriciteitsdistributienetgebruiker verkiest, namelijk per brief, via e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt op de meetinrichting van elke aansluiting die nieuw geplaatst wordt op een permanente wijze en duidelijk leesbaar de EAN-GSRN-code aan van het toegangspunt.