Art. IV.2.2.2. Indienstneming van een nieuw of afgesloten toegangspunt

§ 1

Alvorens een toegangspunt in dienst wordt gesteld, meldt een leverancier, of in geval van injectie de toegangshouder, zich aan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling

§ 2

In zijn aanvraag vermeldt de leverancier de datum waarop hij zijn levering wenst te starten. Deze datum gaat de datum van de aanvraag niet vooraf.

§ 3

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatie-uitwisseling of de melding aanvaard of verworpen wordt en brengt de leverancier van die beslissing op de hoogte.

§ 4

De registratie van de leverancier wordt in het toegangsregister doorgevoerd om 0h00 lokale tijd op de datum dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt in dienst neemt overeenkomstig de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, zoals beschreven in Artikel IV.4.1.1.

§ 5

Als de datum van indienstneming minder dan zeven kalenderdagen in de toekomst ligt, kan de aanvraag niet meer geannuleerd worden. Als de datum van indienstname later dan zeven kalenderdagen in de toekomst ligt, kan die tot zeven kalenderdagen voor het ingaan van de indienstneming geannuleerd worden door de aanvragende leverancier.

§ 6

Binnen tien werkdagen na indienstneming van het toegangspunt stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de stamgegevens van het toegangspunt ter beschikking van de aanvragende leverancier. Dat bericht bevat eveneens de datum waarop het toegangspunt daadwerkelijk in dienst werd genomen.

§ 7

Binnen tien werkdagen na indienstneming van het toegangspunt stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de aanvragende leverancier. Dit standaard jaar- of maandverbruik is een gemiddelde waarde voor de SLP-categorie van het toegangspunt.

§ 8

Voor jaarlijks en maandelijks opgenomen toegangspunten stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder uiterlijk tien werkdagen na het in dienst nemen van het toegangspunt, conform de handleiding voor informatie-uitwisseling, de door hem vastgestelde beginmeterstand(en) ter beschikking van de leverancier.