Art. IV.2.2.3. Leverancierswissel

§ 1

Elke wijziging van leverancier op een toegangspunt moet minstens eenentwintig kalenderdagen vooraf aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder gemeld worden door de (nieuwe) leverancier, met aanwijzing van de datum van verandering.

§ 2

Bij jaarlijks opgenomen toegangspunten verstuurt de elektriciteitsdistributienetbeheerder bij het aanvaarden van een aanvraag voor een leverancierswissel, een meteropnamekaart naar de door de leverancier in zijn aanvraag vermelde elektriciteitsdistributienetgebruiker op het door de leverancier in zijn aanvraag vermelde contactadres conform Artikel V.3.1.8§2. Op die meteropnamekaart vermeldt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de EAN-GSRN-code en het adres van het toegangspunt waarop de wissel zal plaatsvinden, de procedure voor het doorgeven van de meterstand en de meternummers, en de contactgegevens van beide betrokken leveranciers. Tevens wordt verduidelijkt welke stappen kunnen worden ondernomen om een onterechte leverancierswissel ongedaan te maken. Als de meterstand fysisch wordt opgenomen, wordt die informatie, die normaal op de meteropnamekaart naar aanleiding van een leverancierswissel staat, schriftelijk meegedeeld bij de meteropname.

§ 3

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder volgens de handleiding voor informatie-uitwisseling of de leverancierswissel wordt aanvaard of verworpen. Hij brengt de nieuwe leverancier hiervan op de hoogte. Als de leverancierswissel wordt aanvaard, wordt de vorige leverancier gelijktijdig op de hoogte gebracht van de wijziging door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 4

Tot zeven kalenderdagen voor het ingaan van de leverancierswissel kan die geannuleerd worden door de aanvragende leverancier.

§ 5

Vijf kalenderdagen voor het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 6

De leverancierswissel wordt in het toegangsregister doorgevoerd om 00u00 lokale tijd op de door de leverancier aangevraagde datum.

§ 7

De betrokken leveranciers bevestigen de wijziging aan hun respectievelijke evenwichtsverantwoordelijken.

§ 8

De wisselmeterstanden worden als volgt bepaald:
Voor jaarlijks opgenomen toegangspunten worden de door de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder doorgegeven en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstanden als wisselmeterstanden genomen. Als uit de validatie (volgens het proces beschreven in Afdeling V.3.5) blijkt dat de meterstanden onbruikbaar zijn en er uiterlijk op de tiende werkdag na de wisseldatum geen gevalideerde meterstanden beschikbaar zijn, worden de meterstanden geschat volgens de schattingsmethodieken beschreven in Artikel V.3.6.1.
Voor maandelijks opgenomen toegangspunten worden de wisselmeterstanden op de wisseldatum en -tijd berekend uit de opgenomen en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstanden volgens de in Artikel V.3.6.1 beschreven schattingsmethodieken.
In afwijking van het voorgaande kan, bij maandelijks en jaarlijks opgenomen toegangspunten met een slimme meter, de wisselmeterstand om 00u00 lokale tijd op de wisseldatum ook bepaald worden door tele-opname door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.
Voor toegangspunten met registratie van het verbruiksprofiel worden de wisselmeterstanden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaald op de wisseldatum om 00u00 lokale tijd door tele-opname.

§ 9

Uiterlijk vijftien werkdagen na het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de historische verbruiksgegevens van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 10

Uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de wisselmeterstanden van het toegangspunt ter beschikking van de nieuwe leverancier.

§ 11

Uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de leverancierswissel stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de wisselmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de oude leverancier.