Art. IV.2.2.4. Klantenwissel en gecombineerde klant- / leverancierswissel

§ 1

Elke wissel van een elektriciteitsdistributienetgebruiker op een toegangspunt wordt door de leverancier van de nieuwe elektriciteitsdistributienetgebruiker gemeld aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder zodra hij daarvan op de hoogte wordt gebracht door de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Hij vermeldt daarbij de datum van de wissel en, in geval van een jaarlijks gemeten toegangspunt, de meterstand die door de elektriciteitsdistributienetgebruiker aan hem werd doorgegeven.

§ 2

De datum van de wissel wordt als volgt bepaald:
De datum van de wissel kan tot 60 kalenderdagen in het verleden liggen als er geen verandering is van leverancier op het toegangspunt.
Voor jaarlijks opgenomen toegangspunten kan de datum van de verandering tot 30 kalenderdagen in het verleden liggen als tevens de leverancier op het toegangspunt verandert.
Voor maandelijks opgenomen toegangspunten en toegangspunten met een gemeten verbruiksprofiel moet de datum van die verandering minstens 30 en hoogstens 45 kalenderdagen in de toekomst liggen als tevens de leverancier op het toegangspunt verandert.

§ 3

Binnen 48 uur na ontvangst van de melding beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder conform de handleiding voor informatieuitwisseling, of de wijziging aanvaard of verworpen wordt. Hij brengt de leverancier daarvan op de hoogte. Indien van toepassing wordt de vorige leverancier door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gelijktijdig van de wijziging op de hoogte gebracht.

§ 4

Als de datum van de wissel in het verleden ligt, kan de aanvraag niet meer geannuleerd worden. Als de datum van de wissel in de toekomst ligt, kan die tot twee kalenderdagen voor het ingaan van de verandering geannuleerd worden door de aanvragende leverancier.

§ 5

Het toegangsregister wordt als volgt aangepast:
Als de datum van de wissel in het verleden ligt, voert de elektriciteitsdistributienetbeheerder onmiddellijk de aanpassing door in zijn toegangsregister om 00u00 lokale tijd op de door de leverancier aangevraagde datum.
Als de datum van de wissel in de toekomst ligt, voert de elektriciteitsdistributienetbeheerder die aanpassing door in zijn toegangsregister om 00u00 lokale tijd op de door de leverancier aangevraagde datum.

§ 6

Stamgegevens
Als de datum van de wissel in het verleden ligt, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, binnen twee kalenderdagen na aanvaarding van de wissel de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de aanvragende leverancier. Het standaard jaar- of maandverbruik is het historisch standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt.
Als de datum van de wissel in de toekomst ligt, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, twee kalenderdagen voor het ingaan van de wissel de stamgegevens en het standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt ter beschikking van de aanvragende leverancier. Het standaard jaar- of maandverbruik is het historisch standaard jaar- of maandverbruik van het toegangspunt.

§ 7

Bepaling van de wisselmeterstand:
Voor jaarlijks opgenomen toegangspunten wordt als wisselmeterstand de door de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker aan zijn leverancier doorgegeven en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstand genomen. Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker geen betrouwbare meterstand heeft doorgegeven, wordt die door de elektriciteitsdistributienetbeheerder geschat volgens de schattingsmethodieken vermeld in Artikel V.3.6.1.
Voor maandelijks opgenomen toegangspunten wordt de wisselmeterstand op de wisseldatum en -tijd berekend uit de opgenomen en door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerde meterstand volgens de schattingsmethodieken, vermeld in Artikel V.3.6.1.
In afwijking van het voorgaande kan, bij maandelijks en jaarlijks opgenomen toegangspunten met een slimme meter, de wisselmeterstand om 00u00 lokale tijd op de wisseldatum ook bepaald worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder door tele-opname.
Voor toegangspunten met registratie van het verbruiksprofiel worden de wisselmeterstanden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaald op de wisseldatum om 00u00 lokale tijd door tele-opname.

§ 8

De wisselmeterstand wordt als volgt ter beschikking gesteld:
Bij een wissel in de toekomst stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder uiterlijk tien werkdagen na het ingaan van de wissel, de wisselmeterstand ter beschikking van de aanvragende leverancier. De daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt wordt ter beschikking gesteld van de aanvragende leverancier als de leverancier niet wijzigt op het toegangspunt. Het wordt ter beschikking gesteld van de oude leverancier als de leverancier wel wijzigt op het toegangspunt.
Bij een wissel in het verleden stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder uiterlijk tien werkdagen na de bevestigingsdatum van de wissel, de wisselmeterstand ter beschikking van de aanvragende leverancier. De daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt wordt ter beschikking gesteld van de aanvragende leverancier als de leverancier niet wijzigt op het toegangspunt. Het wordt ter beschikking gesteld van de oude leverancier als de leverancier wel wijzigt op het toegangspunt.