Afdeling IV.3.1.
Algemeen


Art. IV.3.1.1.
De toegang tot het elektriciteitsdistributienet, zoals vermeld in de toegangscode en in de documenten waarnaar wordt verwezen, impliceert, met uitzondering van toegangspunten op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kV, de toegang tot de aansluitingsinstallaties die door de elektriciteitsdistributienetbeheerder worden beheerd.

Art. IV.3.1.2.

1

Toegang tot het elektriciteitsdistributienet op spanningen kleiner dan 30 kV wordt verkregen na een door de elektriciteitsdistributienetbeheerder goedgekeurde toegangsaanvraag. Het toegangsreglement is van toepassing op iedere toegangshouder die toegang heeft verkregen.

2

Toegang tot het elektriciteitsdistributienet op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kV kan pas verkregen worden na het afsluiten van een toegangscontract tussen de toegangshouder en de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Elk toegangscontract moet voorafgegaan worden door een door de elektriciteitsdistributienetbeheerder goed te keuren toegangsaanvraag.