Art. IV.3.1.1.
De toegang tot het elektriciteitsdistributienet, zoals vermeld in de toegangscode en in de documenten waarnaar wordt verwezen, impliceert, met uitzondering van toegangspunten op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kV, de toegang tot de aansluitingsinstallaties die door de elektriciteitsdistributienetbeheerder worden beheerd.