Afdeling IV.4.1.
Verlenen van toegang


Art. IV.4.1.1. (Her)indienststelling van een toegangspunt

§ 1

Een nieuw of buiten dienst gesteld toegangspunt kan pas in dienst genomen worden als de volgende voorwaarden vervuld zijn en de volgende vernoemde partijen werden geregistreerd voor dit toegangspunt:
het aansluitingsreglement is onderschreven door de elektriciteitsdistributienetgebruiker of een aansluitingscontract is afgesloten met de elektriciteitsdistributienetbeheerder voor de aansluiting in kwestie;
voor een toegangspunt op spanningen kleiner dan 30 kV: de leverancier die door de elektriciteitsdistributienetgebruiker is aangewezen (of, indien van toepassing, de producent), heeft toegang tot het elektriciteitsdistributienet onder de voorwaarden van het toegangsreglement van de elektriciteitsdistributienetbeheerder;
voor een toegangspunt op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kV: er is een toegangscontract afgesloten tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de toegangshouder die de elektriciteitsdistributienetgebruiker heeft aangewezen;
er is een erkende evenwichtsverantwoordelijke voor het toegangspunt in kwestie aangewezen, of de toegangshouder is zelf evenwichtsverantwoordelijke;
de aansluiting is conform de bepalingen van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, met de van toepassing zijnde technische regelgeving en met de bepalingen van het aansluitingsreglement en, in voorkomend geval, het aansluitingscontract.

§ 2

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan steeds bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen om zijn toegangspunt in dienst te laten nemen. Daartoe neemt hij per telefoon, via e-mail of per brief contact op met de elektriciteitsdistributienetbeheerder, die nagaat of aan de voorwaarden, vermeld in §1, voldaan is.

§ 3

Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in §1, en behoudens andersluidende bepalingen, spreken de elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt in dienst zal nemen. De afnemer kan eisen dat die datum binnen twee werkdagen ligt. De producent kan eisen dat die datum binnen twee weken ligt. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder afwijken van die termijn.

§ 4

Op de datum van de afspraak neemt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt in dienst. De wijziging in het toegangsregister gebeurt om 00u00 lokale tijd op die datum. Als bij het ter plaatse gaan conform de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang heeft of krijgt tot de aansluiting, vervalt de aanvraag en wordt het toegangspunt niet in dienst genomen. Voor een toegangspunt op een spanning kleiner dan 30 kV wordt de leverancier op het toegangspunt op de hoogte gebracht conform de bepalingen in Artikel IV.2.2.2.

§ 5

Behoudens andersluidende bepaling zijn de kosten voor (her)indienststelling van een toegangspunt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. IV.4.1.2. Buitendienststelling van een toegangspunt

§ 1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan steeds bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen om zijn toegangspunt buiten dienst te laten stellen. Daartoe neemt hij contact op met de elektriciteitsdistributienetbeheerder per telefoon, via e-mail of per brief.

§ 2

Bij dat contact wordt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum afgesproken waarop het toegangspunt buiten dienst zal worden gesteld. De netgebruiker kan eisen dat dit gebeurt binnen twee werkdagen. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 3

Op de datum van de afspraak stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt buiten dienst. De wijziging in het toegangsregister gebeurt om 00u00 lokale tijd op die datum. Als bij het ter plaatse gaan conform de afspraak met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang heeft of krijgt tot de aansluiting, vervalt de aanvraag en wordt het toegangspunt niet buiten dienst gesteld.

§ 4

Voor een toegangspunt op een spanning kleiner dan 30 kV meldt de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen tien werkdagen nadat het toegangspunt buiten dienst werd gesteld, conform de handleiding voor informatie-uitwisseling, dat aan de leverancier op het toegangspunt. Dat bericht bevat eveneens de datum waarop het toegangspunt daadwerkelijk buiten dienst werd gesteld.

§ 5

Voor jaarlijks en maandelijks opgenomen toegangspunten (op spanningen kleiner dan 30 kV) stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder uiterlijk tien werkdagen na het buiten dienst stellen van het toegangspunt, conform de handleiding voor informatieuitwisseling, de door hem vastgestelde eindmeterstanden en de daaruit afgeleide afname of injectie vanaf de voorgaande meteropname van het toegangspunt ter beschikking van de leverancier.

§ 6

Tenzij het wettelijk of reglementair anders geregeld is, komen de daaraan verbonden kosten voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. IV.4.1.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker die op het elektriciteitsdistributienet is aangesloten, heeft toegang tot het elektriciteitsdistributienet ter grootte van het op het toegangspunt onderschreven vermogen. De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt al wat redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om die toegang te verlenen.

§ 2

Als het onderschreven vermogen niet vooraf werd vastgelegd, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder al wat redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om toegang te verlenen ter grootte van het aansluitingsvermogen.

§ 3

Een klacht over regelmatige problemen bij injectie kan schriftelijk ingediend worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 4

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker informeert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de mogelijkheid en de voorwaarden om ter plaatse een onderzoek in te stellen.

§ 5

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker worden de nodige metingen uitgevoerd ter controle van een klacht met betrekking tot de onderbreking van de omvormer. De elektriciteitsdistributienetgebruiker spreekt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop die meting moet worden uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die meting binnen twintig werkdagen uitgevoerd wordt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 6

Een rapport met de resultaten en conclusies van die meting wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker bezorgd binnen vijftien werkdagen na de uitvoering van de meting.

§ 7

Als de metingen aantonen dat de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker beantwoordt aan de technische voorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder een oplossing voor. Als die metingen een afwijking aantonen op de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker ten opzichte van de technische voorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, kunnen de kosten voor de metingen aangerekend worden aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die kosten worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

§ 8

Voor de vaststellingen, vermeld in §7, kan op vraag van de elektriciteitsdistributienetgebruiker eveneens een beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij die de elektriciteitsdistributienetgebruiker en de elektriciteitsdistributienetbeheerder met wederzijdse goedkeuring hebben aangewezen en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing als vermeld in §7.