Afdeling IV.4.5.
Ontzeggen van toegang


Art. IV.4.5.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de toegang tot zijn elektriciteitsdistributienet geheel of gedeeltelijk te ontzeggen:
in geval van een noodsituatie;
als hij oordeelt dat er een ernstig risico bestaat dat de goede werking van het elektriciteitsdistributienet of de veiligheid van personen of materiaal in het gedrang komt;
als het onderschreven vermogen op een aanzienlijke wijze overschreden wordt, na overleg met de elektriciteitsdistributienetgebruiker en de toegangshouder op het toegangspunt;
indien het toegangspunt niet langer voldoet aan de bepalingen van Artikel IV.4.1.1.

§ 2

Het door de elektriciteitsdistributienetgebruiker werkelijk afgenomen of geïnjecteerd vermogen mag in geen geval het aansluitingsvermogen, gespecificeerd in het aansluitingscontract, overschrijden. Als het schijnbaar vermogen niet gemeten wordt, wordt rekening gehouden met een arbeidsfactor (cos phi) van 0,9 op het geïnjecteerde of afgenomen vermogen. In geval van overschrijding komt de schade die hierdoor wordt veroorzaakt, voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

§ 3

Als het door een elektriciteitsdistributienetgebruiker werkelijk afgenomen of geïnjecteerd vermogen het aansluitingsvermogen, gespecificeerd in het aansluitingscontract overschrijdt, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder de toegang tot het elektriciteitsdistributienet voor het voor het toegangspunt in kwestie onderbreken, voor zover de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker en eventueel de toegangshouder op het toegangspunt van die overschrijding op de hoogte brengt met een aangetekende brief en voor zover de elektriciteitsdistributienetgebruiker die overschrijding niet heeft hersteld of niet de nodige maatregelen heeft genomen om die overschrijding te herstellen binnen een termijn van acht werkdagen na verzending van de aangetekende brief.

Art. IV.4.5.2.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de toegang tot zijn elektriciteitsdistributienet aan een niet-huishoudelijke
elektriciteitsdistributienetgebruiker geheel of gedeeltelijk te ontzeggen als die elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op het toegangspunt zijn financiële verplichtingen niet nakomen of als er op een bepaald ogenblik geen toegangshouder of evenwichtsverantwoordelijke meer aangewezen is.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de toegang tot zijn elektriciteitsdistributienet aan een huishoudelijke elektriciteitsdistributienetafnemer geheel of gedeeltelijk te ontzeggen onder de voorwaarden, vermeld in het Energiebesluit.

Art. IV.4.5.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, als die niet bekend is, de eigenaar van de woning of de installatie, verbonden aan het toegangspunt, schriftelijk op de hoogte van het feit dat hem de toegang tot het elektriciteitsdistributienet ontzegd wordt vanaf de datum die de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft vastgesteld, conform de procedures in de reglementering.

§ 2

Als hem op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder de toegang tot het net formeel ontzegd wordt zonder dat dit automatisch gebeurt door de automaten in de aansluiting zelf, verleent de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, als die niet bekend is, de eigenaar van de woning of de installatie, verbonden aan het toegangspunt, toegang aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder tot de aansluitingsinstallatie op de vastgestelde datum.

§ 3

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang krijgt tot de aansluitingsinstallatie op de hiervoor vastgestelde datum, neemt hij de nodige maatregelen om het toegangspunt alsnog buiten dienst te stellen.

§ 4

Tenzij het wettelijk of reglementair anders is geregeld, worden de kosten voor het buiten dienst stellen van het toegangspunt en van de mogelijke aanvullende maatregelen die de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarbij moet nemen als hem geen spontane toegang werd verleend, gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, indien die niet gekend is, door de eigenaar van de woning of de installatie, verbonden aan het toegangspunt.

Art. IV.4.5.4.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de betrokken toegangshouders binnen twee werkdagen op de hoogte van de gehele of gedeeltelijke ontzegging van de toegang, en van de reden hiervan.