Art. IV.4.5.3.

1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder brengt de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, als die niet bekend is, de eigenaar van de woning of de installatie, verbonden aan het toegangspunt, schriftelijk op de hoogte van het feit dat hem de toegang tot het elektriciteitsdistributienet ontzegd wordt vanaf de datum die de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft vastgesteld, conform de procedures in de reglementering.

2

Als hem op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder de toegang tot het net formeel ontzegd wordt zonder dat dit automatisch gebeurt door de automaten in de aansluiting zelf, verleent de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, als die niet bekend is, de eigenaar van de woning of de installatie, verbonden aan het toegangspunt, toegang aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder tot de aansluitingsinstallatie op de vastgestelde datum.

3

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang krijgt tot de aansluitingsinstallatie op de hiervoor vastgestelde datum, neemt hij de nodige maatregelen om het toegangspunt alsnog buiten dienst te stellen.

4

Tenzij het wettelijk of reglementair anders is geregeld, worden de kosten voor het buiten dienst stellen van het toegangspunt en van de mogelijke aanvullende maatregelen die de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarbij moet nemen als hem geen spontane toegang werd verleend, gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker of, indien die niet gekend is, door de eigenaar van de woning of de installatie, verbonden aan het toegangspunt.