Hoofdstuk IV.5.
Specifieke voorschriften voor de toegang tot het elektriciteitsdistributienet op hoogspanning


Afdeling IV.5.1.
Toegangsprogramma's


Art. IV.5.1.1.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder het nodig acht, kan hij op bepaalde toegangspunten volgens de grootte van het afgenomen of geïnjecteerd vermogen, of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria, dagelijks een toegangsprogramma eisen van de partij die het toegangscontract afsluit of waaraan hij toegang verleent onder de voorwaarden van het toegangsreglement, alvorens toegang tot het elektriciteitsdistributienet te verlenen. Ook kan hij voor die toegangspunten jaarlijks vooruitzichten eisen van die partij.

§ 2

Als de partij die het toegangscontract afsluit of die toegang verkregen heeft onder de voorwaarden van een toegangsreglement, voorziet dat het werkelijke afname- of injectieprofiel sterk zal afwijken van het opgegeven toegangsprogramma of de meegedeelde vooruitzichten, brengt ze de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarvan onverwijld op de hoogte.

Afdeling IV.5.2.
Afname van reactieve energie


Art. IV.5.2.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kent aan de partij die het toegangscontract ondertekent met de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de partij die toegang verkregen heeft onder de voorwaarden van een toegangsreglement, per tijdsinterval een hoeveelheid reactieve energie toe per afnamepunt waarop het toegangscontract of -reglement betrekking heeft.

Art. IV.5.2.2.
De hoeveelheden met betrekking tot de werking in inductief en capacitief regime worden afzonderlijk opgemeten en worden onderling niet gecompenseerd.

Art. IV.5.2.3.

§ 1

De partij, vermeld in Artikel IV.5.2.1 geniet per tijdsinterval een afnamerecht op een forfaitaire hoeveelheid reactieve energie, in inductief en capacitief regime.

§ 2

Onder voorbehoud van de bepalingen van §3 is die forfaitaire hoeveelheid reactieve energie per tijdsinterval gelijk aan 32,9 % van de hoeveelheid actieve energie, afgenomen op het afnamepunt tijdens dat tijdsinterval voor een afname op een spanning groter dan of gelijk aan 30 kV of via een rechtstreekse aansluiting op een transformatiepost die het elektriciteitsdistributienet op hoogspanning voedt, en 48,4 % van de hoeveelheid actieve energie, afgenomen op het afnamepunt tijdens dat tijdsinterval in alle andere gevallen.

§ 3

Die forfaitaire hoeveelheid reactieve energie per tijdsinterval mag niet lager zijn dan 3,29 %, respectievelijk 4,84 % van de hoeveelheid actieve energie die conform is met de duurtijd van het tijdsinterval, vermenigvuldigd met het door de in Artikel IV.5.2.1 vermelde partij op het betrokken afnamepunt onderschreven vermogen.

§ 4

Het positieve verschil tussen de hoeveelheid in inductief regime en de forfaitaire hoeveelheid, toegewezen overeenkomstig deze afdeling, komt voor rekening van de partij, vermeld in Artikel IV.5.2.1, volgens het overeenkomstige tarief.

§ 5

Het positieve verschil tussen de hoeveelheid in capacitief regime en de forfaitaire hoeveelheid, toegewezen overeenkomstig deze afdeling, komt voor rekening van de partij, vermeld in Artikel IV.5.2.1, volgens het overeenkomstige tarief.

§ 6

Voor de toepassing van deze afdeling is het desbetreffende tijdsinterval hetzij een kwartier, hetzij een maand, zoals vastgesteld door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en vermeld in het toegangscontract of -reglement.

Afdeling IV.5.3.
Congestiebeheer


Art. IV.5.3.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt de nodige maatregelen om op een veilige, betrouwbare en efficiënte wijze de elektriciteitsstromen op het elektriciteitsdistributienet te beheren. In geval van congestie verleent hij bij voorrang toegang aan installaties die elektriciteit produceren op basis van hernieuwbare energiebronnen.

§ 2

Bij het voorbereiden van de exploitatie laten de maatregelen, vermeld in §1, onder meer toe:
in overleg met en via de transmissienetbeheerder de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
de onderbreking of beperking van de afname door een elektriciteitsdistributienetgebruiker te voorzien in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Hoofdstuk 1.5.

§ 3

Bij de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet door de elektriciteitsdistributienetbeheerder laten de maatregelen, vermeld in §1, onder meer toe:
in overleg met en via de transmissienetbeheerder de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
indien noodzakelijk, de afname van een elektriciteitsdistributienetgebruiker te onderbreken of beperken in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Hoofdstuk 1.5.

Art. IV.5.3.2.

§ 1

De modaliteiten voor de onderbreking of beperking van de afname resp. de regeling van de productie-eenheden, vermeld in Artikel IV.5.3.1 worden contractueel overeengekomen tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de toegangshouder of de evenwichtsverantwoordelijke.

§ 2

Als de modaliteiten met de toegangshouder of de evenwichtsverantwoordelijke werden vastgelegd, levert die het bewijs aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat hij die vermogensonderbreking of -beperking op het injectie- of afnamepunt kan mobiliseren. De elektriciteitsdistributienetbeheerder beoordeelt de geldigheid van die mobilisatie op transparante en niet-discriminerende basis.