Art. IV.5.1.1.

ž 1

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder het nodig acht, kan hij op bepaalde toegangspunten volgens de grootte van het afgenomen of ge´njecteerd vermogen, of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria, dagelijks een toegangsprogramma eisen van de partij die het toegangscontract afsluit of waaraan hij toegang verleent onder de voorwaarden van het toegangsreglement, alvorens toegang tot het elektriciteitsdistributienet te verlenen. Ook kan hij voor die toegangspunten jaarlijks vooruitzichten eisen van die partij.

ž 2

Als de partij die het toegangscontract afsluit of die toegang verkregen heeft onder de voorwaarden van een toegangsreglement, voorziet dat het werkelijke afname- of injectieprofiel sterk zal afwijken van het opgegeven toegangsprogramma of de meegedeelde vooruitzichten, brengt ze de elektriciteitsdistributienetbeheerder daarvan onverwijld op de hoogte.