Afdeling IV.5.3.
Congestiebeheer


Art. IV.5.3.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder neemt de nodige maatregelen om op een veilige, betrouwbare en efficiënte wijze de elektriciteitsstromen op het elektriciteitsdistributienet te beheren. In geval van congestie verleent hij bij voorrang toegang aan installaties die elektriciteit produceren op basis van hernieuwbare energiebronnen.

§ 2

Bij het voorbereiden van de exploitatie laten de maatregelen, vermeld in §1, onder meer toe:
in overleg met en via de transmissienetbeheerder de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
de onderbreking of beperking van de afname door een elektriciteitsdistributienetgebruiker te voorzien in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Hoofdstuk 1.5.

§ 3

Bij de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet door de elektriciteitsdistributienetbeheerder laten de maatregelen, vermeld in §1, onder meer toe:
in overleg met en via de transmissienetbeheerder de regeling van de productie-eenheden te coördineren;
indien noodzakelijk, de afname van een elektriciteitsdistributienetgebruiker te onderbreken of beperken in geval die aan het congestiebeheer deelneemt;
een noodsituatie in te roepen overeenkomstig Hoofdstuk 1.5.

Art. IV.5.3.2.

§ 1

De modaliteiten voor de onderbreking of beperking van de afname resp. de regeling van de productie-eenheden, vermeld in Artikel IV.5.3.1 worden contractueel overeengekomen tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de toegangshouder of de evenwichtsverantwoordelijke.

§ 2

Als de modaliteiten met de toegangshouder of de evenwichtsverantwoordelijke werden vastgelegd, levert die het bewijs aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat hij die vermogensonderbreking of -beperking op het injectie- of afnamepunt kan mobiliseren. De elektriciteitsdistributienetbeheerder beoordeelt de geldigheid van die mobilisatie op transparante en niet-discriminerende basis.