Art. IV.7.9.1.
Als de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit het nodig acht, kan hij op bepaalde achterliggende toegangspunten volgens de grootte van de afgenomen of ge´njecteerde capaciteit, of op basis van andere objectieve en niet-discriminerende criteria, dagelijks een toegangsprogramma eisen van de partij die toegang heeft verkregen onder de voorwaarden van het toegangsreglement, alvorens toegang tot het gesloten distributienet voor elektriciteit te verlenen. Ook kan hij voor die achterliggende toegangspunten jaarlijks vooruitzichten eisen van die partij.