Deel V.
Meetcode


Hoofdstuk V.1.
Algemeen


Afdeling V.1.1.
Doel


Art. V.1.1.1.
De Meetcode (Deel V) beschrijft de toepasselijke regels met betrekking tot:
het ter beschikking stellen, de plaatsing, het gebruik en onderhoud van de meetinrichtingen;
de uitlezing, de verwerking en het ter beschikking stellen van de meetgegevens, afkomstig van de meetinrichting.

Art. V.1.1.2.
De meetinrichtingen dienen voor het bepalen van de hoeveelheden geïnjecteerde en afgenomen elektriciteit op het elektriciteitsdistributienet en de gekoppelde gesloten distributienetten, en de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit. De meetgegevens, aangevuld met de gegevens vermeld in Afdeling V.1.3, dienen voor de verrekeningen tussen de verschillende partijen. Ze dienen eveneens als basis om een goed beheer van het elektriciteitsdistributienet en de gesloten distributienetten mogelijk te maken.

Art. V.1.1.3.
De elektriciteitsdistributienetgebruiker is eigenaar van zijn meetgegevens en heeft ten allen tijde recht op toegang tot de meetinrichting.

Afdeling V.1.2.
Algemene principes m.b.t. elektriciteitsdistributienetbeheerders


Art. V.1.2.1.

§ 1

Elk toegangspunt dat bij een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet behoort, vormt het voorwerp van een telling om de afname of de injectie van de actieve en / of reactieve energie op dat toegangspunt te bepalen ten opzichte van het elektriciteitsdistributienet. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een meetinrichting.

§ 2

Onder de voorwaarden en volgens de procedure vermeld in Afdeling V.1.3, kan met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een forfaitaire vaststelling van de energiehoeveelheden worden afgesproken, zonder gebruik te maken van een meetinrichting.

Art. V.1.2.2.
De verrekening, vermeld in Artikel V.1.1.2, is gebaseerd op gegevens die betrekking hebben op elementaire perioden. Afhankelijk van de aard van de aansluiting worden die gegevens rechtstreeks betrokken uit de meetinrichting of zijn ze het resultaat van de toepassing van synthetische lastprofielen op de meetgegevens.

Art. V.1.2.3.
De elementaire periode, vermeld in Artikel V.1.2.2, bedraagt vijftien minuten.

Art. V.1.2.4.
De meetgegevens voor de actieve energie, evenals de allocatie- en reconciliatiegegevens, worden uitgedrukt in kWh. De meetgegevens voor reactieve energie worden uitgedrukt in kVArh. De meetgegevens voor de actieve energie worden ter beschikking gesteld van de betrokken partijen zoals vastgelegd in Afdeling V.3.8 en Afdeling V.3.9. De meetgegevens voor de reactieve energie worden maandelijks geaggregeerd overgemaakt.

Afdeling V.1.3.
Forfaitair bepaalde afname


Art. V.1.3.1.
Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of op initiatief van de elektriciteitsdistributienetbeheerder wordt de elektriciteitsafname van een op het elektriciteitsdistributienet aangesloten installatie forfaitair bepaald zonder de plaatsing van een meetinrichting, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1
de installatie heeft een aansluitingsvermogen dat beperkt is tot 1,4 kVA, dient voor de openbare verplichting of heeft een aansluitingsvermogen dat beperkt is tot 10 kVA en een gebruiksduur van minstens 4000 uur per jaar;
2
het afnamepatroon is bekend;
3
op de installatie kan geen aanvullende apparatuur worden aangesloten.

Art. V.1.3.2.
De forfaitaire elektriciteitsafname wordt bepaald door de elektriciteitsdistributienetbeheerder, afhankelijk van het afgenomen vermogen en de geplande gebruiksduur van de installatie. De VREG kan richtlijnen vastleggen ter bepaling van de afname en voor de uniforme toepassing van de afnameforfaits door alle elektriciteitsdistributienetbeheerders.

Art. V.1.3.3.
Voor de vaststelling van het afgenomen vermogen kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder na overleg, een beroep doen op een geaccrediteerd laboratorium. De kosten van de vaststelling van het afgenomen vermogen worden gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. V.1.3.4.
De elektriciteitsafname van de installaties in kwestie wordt verrekend volgens het meest aangewezen berekende verbruiksprofiel.

Art. V.1.3.5.
De overeenkomst met betrekking tot de forfaitaire bepaling van de elektriciteitsafname moet opgenomen worden in een contract als aanvulling van het aansluitingsreglement. In dit document kunnen eveneens aanvullende bepalingen over levensduur en slijtage van de installaties opgenomen worden.

Hoofdstuk V.2.
Bepalingen betreffende de meetinrichtingen op het elektriciteitsdistributienet


Afdeling V.2.1.
Algemene bepalingen


Art. V.2.1.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is, voor het elektriciteitsdistributienet waarvoor hij als beheerder is aangesteld, als enige gemachtigd de meetinrichting ter beschikking te stellen, te plaatsen, aan te passen, te onderhouden, te vervangen, te verwijderen en uit te baten, behoudens andersluidende bepalingen in de voorschriften vermeld in de Aansluitingscode (Deel III) en behoudens in de gevallen bedoeld in §2. De elektriciteitsdistributienetbeheerder is tevens verantwoordelijk voor het verzamelen, valideren, bewerken, ter beschikking stellen en archiveren van de meetgegevens.

§ 2

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker zelf eigenaar is van meetuitrustingen heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder een gebruiksrecht op deze uitrustingen, en worden de modaliteiten van aanpassing, uitbreiding, onderhoud en uitbating, vastgelegd in een overeenkomst met de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. V.2.1.2.

§ 1

Een meetinrichting bestaat uit alle uitrustingen die nodig zijn voor het uitvoeren van de meetfuncties, vermeld in Artikel V.1.1.2, en kan dus onder meer bestaan uit al dan niet geïntegreerde combinaties van:
stroomtransformatoren;
spanningstransformatoren;
meters;
data loggers;
communicatie-uitrusting, met inbegrip van ontvangsttoestellen die gebruikt worden voor tariefomschakeling;
kast – klemmen – bedrading – beveiliging.

Art. V.2.1.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker en de elektriciteitsdistributienetbeheerder hebben het recht in hun installaties op eigen kosten alle uitrustingen te plaatsen die zij nuttig achten om de nauwkeurigheid na te gaan van de meetinrichting, vermeld in Artikel V.2.1.2. Een dergelijke meetuitrusting, die eventueel toebehoort aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet voldoen aan de voorschriften van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

§ 2

Een meetuitrusting van een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan dienst doen als controlemeting voor comptabele metingen na aanvaarding door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. V.2.1.4.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker extra uitrustingen wil integreren in de meetinrichting die betrekking heeft op zijn toegangspunt, zal hij zich daarvoor richten tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De elektriciteitsdistributienetbeheerder zal op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria oordelen of die plaatsing kan worden uitgevoerd zonder de correcte uitvoering van zijn taak als elektriciteitsdistributienetbeheerder in het gedrang te brengen. Bij een positieve evaluatie zal de elektriciteitsdistributienetbeheerder de plaatsing uitvoeren. Die uitrustingen moeten voldoen aan de voorschriften van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, en mogen de meetinrichting of andere installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder niet beïnvloeden.

§ 2

Alle kosten met betrekking tot die extra uitrustingen worden gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. V.2.1.5.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht aan de meetinrichting alle extra apparatuur toe te voegen die hij nuttig acht voor de uitvoering van zijn taak, onder meer met het oog op het meten van kwaliteitsindicatoren van de spanning en / of de stroom, en de faseverschuiving tussen spanning en stroom.

Art. V.2.1.6.
Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker moeten bij de plaatsing van een nieuwe digitale meetinrichting, meetgegevens afkomstig uit de meetinrichting kosteloos beschikbaar gemaakt worden ter hoogte van de meetinrichting voor toepassingen van de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Als de toegang tot de installatie onderworpen is aan voorwaarden, opgelegd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder, worden die voorwaarden in het aansluitingscontract vastgelegd.

Art. V.2.1.7.
Bij het verwisselen van een meter moeten de genoteerde meterstanden zowel door de afnemer (of een vertegenwoordiger van de afnemer) als door de elektriciteitsdistributienetbeheerder ter plaatse genoteerd, gedagtekend en ondertekend worden. Indien de afnemer in de mogelijkheid gesteld was om de genoteerde meterstanden te ondertekenen, maar hiervan geen gebruik maakte, heeft hij later niet meer de mogelijkheid deze meterstanden te betwisten.

Art. V.2.1.8.
Een elektriciteitsdistributienetgebruiker die beschikt over een meter met rollentelwerk, waarop een meervoudig tariefmeting wordt geregistreerd, kan enkel overschakelen op een enkelvoudige tariefmeting mits vervanging van deze meter op eigen kosten.

Afdeling V.2.2.
Locatie van de meetinrichting


Art. V.2.2.1.
De meetinrichting wordt geplaatst ter hoogte van het toegangspunt.

Art. V.2.2.2.
In afwijking van Artikel V.2.2.1 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder, om economische redenen en voor zover dat technisch haalbaar is, beslissen om de meetinrichting met betrekking tot een aansluiting vanuit het hoogspanningsnet en met een aansluitingsvermogen kleiner dan of gelijk aan 250 kVA, te plaatsen aan de laagspanningszijde van de vermogentransformator.

Art. V.2.2.3.
In afwijking van Artikel V.2.2.1 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder beslissen om de meetinrichting elders te plaatsen na motivering van de beslissing ten overstaan van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Afdeling V.2.3.
Nauwkeurigheidsvereisten


Art. V.2.3.1.

§ 1

De meetinrichtingen voldoen aan de minimale nauwkeurigheidsvereisten opgenomen in bijlage III: “Nauwkeurigheidsvereisten voor de meetinrichting”, voor zover geen andere regelgeving terzake geldt.

§ 2

De nauwkeurigheid van de elektrische meetapparatuur waarvan de meetresultaten worden gebruikt voor de berekening van het aantal toe te kennen groenestroom- en/of warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong (in uitvoering van het Energiebesluit) moet voldoen aan de voorschriften vermeld in bijlage III: “Nauwkeurigheidsvereisten voor de meetinrichting”.

Afdeling V.2.4.
Decentrale productie-installaties


Art. V.2.4.1.
Voor het installeren en uitlezen van de meetinstallatie en het beheer van de meetgegevens van een decentrale productie-eenheid kan de elektriciteitsdistributienetgebruiker een beroep doen op de diensten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder als de meting op het toegangspunt niet toelaat om de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit eenduidig te bepalen. Die diensten en de verrekening van de kosten ervan worden gepreciseerd in het aansluitingscontract.

Art. V.2.4.2.

§ 1

Voor productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVA moet op verzoek van de distributienetgebruiker en op kosten van de distributienetbeheerder de meetinstallatie op zo'n wijze aangepast worden, dat de elektrische productie van de installatie die geïnjecteerd wordt op het distributienet, in rekening gebracht kan worden van de afname, tussen twee meteropnames. Dit in rekening brengen gebeurt per tariefperiode en maximaal ten belope van de afname. Voor de bepaling van de vermelde vermogensgrens wordt geen rekening gehouden met een softwarematige beperking van het vermogen.

§ 2

Voor productie-installaties met een vermogen groter dan 10 kVA plaatst de distributienetbeheerder binnen 15 werkdagen na een positief onderzoek van de conformiteit met de aansluitingsvoorschriften van de netbeheerder de meetinrichting met uitlezing van de productie op afstand. De afname- en injectiemeting wordt zo nodig aangepast om ook op afstand uitgelezen te worden. Het onderzoek moet, mits ondertekening van het aansluitingscontract, plaatsvinden binnen de 15 werkdagen na het uitvoeren van de eventuele aanpassing aan de aansluitingsinstallaties door de distributienetbeheerder en/of de distributienetgebruiker.

§ 3

Voor productie-installaties in dienst genomen vanaf 1 september 2010 moet de meetinrichting op een zichtbare plaats in de buurt van de verbruiksteller van de netbeheerder geplaatst worden.

Afdeling V.2.5.
Tariefperiodes


Art. V.2.5.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder beheert en bedient de apparatuur die nodig is voor de sturing van meetinrichtingen en voedingscircuits met het oog op het toepassen van verschillende tariefperiodes.

Art. V.2.5.2.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder zorgt ervoor dat de apparatuur, vermeld in Artikel V.2.5.1, minimaal de volgende functionaliteit biedt:
het aansturen van meetinrichtingen voor meervoudig tarief;
het aansturen van afzonderlijke voedingscircuits voor afname gedurende welbepaalde periodes.

Art. V.2.5.3.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder publiceert de informatie over de toegepaste sturing met inbegrip van de uurregeling voor de tarief periodes in zijn distributiegebied.

Art. V.2.5.4.

§ 1

Aanpassingen van de functionaliteit, vermeld in Artikel V.2.5.2, op initiatief van de elektriciteitsdistributienetbeheerder kunnen pas worden uitgevoerd na overleg met de betrokken toegangshouders.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetgebruikers of de toegangshouders op het elektriciteitsdistributienet kunnen verzoeken om de aanpassing van de sturing of van de periodes bij de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder, die de technisch-economische haalbaarheid ervan beoordeelt op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

Afdeling V.2.6.
Specifieke voorschriften voor budgetmeters


Art. V.2.6.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder zorgt ervoor dat er steeds een duidelijke gebruiksaanwijzing voor de budgetmeter op eenvoudig verzoek en gratis aangevraagd kan worden. Deze gebruiksaanwijzing moet zowel een handleiding bevatten voor het gebruik van een budgetmeter als deze geactiveerd is als voor het uitlezen van deze meter in geval van een gedesactiveerde budgetmeter.

Art. V.2.6.2.

§ 1

Een budgetmeter wordt niet weggenomen als er geen gebruik meer wordt gemaakt van zijn functionaliteiten, tenzij een elektriciteitsdistributienetgebruiker of eigenaar van het betrokken gebouw daar uitdrukkelijk om verzoekt.

§ 2

De kosten voor het wegnemen van de budgetmeter komen voor rekening van de aanvrager.

§ 3

Voor het wegnemen van de budgetmeter maakt de elektriciteitsdistributienetgebruiker of eigenaar van het betrokken gebouw een afspraak met de elektriciteitsdistributienetbeheerder, waarbij hij kan eisen dat de budgetmeter wordt weggenomen binnen 15 werkdagen na ontvangst door de elektriciteitsdistributienetbeheerder van de betaling van de kosten. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

Afdeling V.2.7.
Storingen en fouten


Art. V.2.7.1.
Als bij een dubbele meting de hoofdmeting uitvalt, vervangt de controlemeting de hoofdmeting voor wat betreft de in de controlemeting beschikbare gegevens.

Art. V.2.7.2.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder zorgt ervoor dat een storing bij de meting (exclusief dataoverdracht) in een meetuitrusting die hij beheert, verholpen wordt binnen een termijn van:
drie werkdagen, bij een meetinrichting die betrekking heeft op een toegangspunt met een aansluitingsvermogen groter dan of gelijk aan 100 kVA;
zeven werkdagen, voor de overige meetinrichtingen.
Die termijn vangt aan op het ogenblik dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder op de hoogte is van de storing.

§ 2

In de mate van het mogelijke worden dezelfde termijnen gehanteerd in geval van een storing bij de dataoverdracht.

Art. V.2.7.3.
Als door overmacht de storing niet binnen de termijn, vermeld in Artikel V.2.7.2, kan worden verholpen, neemt de elektriciteitsdistributienetbeheerder alle noodzakelijke maatregelen om het verlies van meetgegevens te beperken. Hij deelt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker en toegangshouder op het toegangspunt de vermoedelijke duur van de storing mee.

Art. V.2.7.4.
Een fout bij de meting wordt als significant beschouwd als ze groter is dan toegestaan krachtens de toepasbare nauwkeurigheidsvereisten conform Afdeling V.2.3.

Art. V.2.7.5.
Een elektriciteitsdistributienetgebruiker of leverancier die in de meetgegevens een significante fout vermoedt, brengt de elektriciteitsdistributienetbeheerder daar onverwijld van op de hoogte en kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder schriftelijk een controle van de meetinrichting aanvragen. De elektriciteitsdistributienetbeheerder plant dan zo snel mogelijk de uitvoering van een testprogramma.

Art. V.2.7.6.
Als de controle, vermeld in Artikel V.2.7.5, uitwijst dat een significante fout veroorzaakt wordt door een fout, een defect of een onnauwkeurigheid in de meetinrichting of een onderdeel ervan, waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerder verantwoordelijk is, zorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder ervoor dat de fout wordt verholpen of de meter wordt vervangen binnen tien werkdagen, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, gemotiveerd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder..

Art. V.2.7.7.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder draagt de kosten verbonden aan de acties, vermeld in Artikel V.2.7.5 en Artikel V.2.7.6, als een significante fout kon worden vastgesteld. In het andere geval worden ze gedragen door de aanvrager.

Afdeling V.2.8.
Inspectie


Art. V.2.8.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht op toegang tot de meetinrichting, met inbegrip van de uitrusting van de eventuele controlemeting, om een conformiteitcontrole uit te voeren met betrekking tot de bepalingen van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

Afdeling V.2.9.
Administratief beheer van technische gegevens (andere dan meetgegevens)


Art. V.2.9.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor het bijhouden en archiveren van de administratieve gegevens die vereist zijn voor een goed beheer van de meetinrichtingen en de toepasselijke wettelijke controles (onder meer fabrikant, type, fabrieksnummer, bouwjaar, controle- en ijktijdstippen).

Art. V.2.9.2.
Wijzigingen aan de meetinrichtingen op een toegangspunt, voor zover ze betrekking hebben op de comptabele metingen, worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen tien werkdagen meegedeeld aan de toegangshouder op het toegangspunt.

Hoofdstuk V.3.
Bepalingen betreffende de meetgegevens voor elektriciteitsdistributienetten


Afdeling V.3.1.
Gemeten en berekende verbruiksprofielen


Art. V.3.1.1.
De verrekening van de toegang tot en het gebruik van het elektriciteitsdistributienet is gebaseerd op een reeks gegevens die elk betrekking hebben op een elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3. Een reeks dergelijke gegevens wordt hierna verbruiksprofiel genoemd.

Art. V.3.1.2.
Er worden twee soorten verbruiksprofielen onderscheiden:
Gemeten verbruiksprofiel: de meetinrichting registreert voor elke elementaire periode de afgenomen of geïnjecteerde energie, waarmee het verbruiksprofiel wordt opgesteld;
Berekend verbruiksprofiel: op basis van periodiek gelezen meterstanden van de meetinrichting en de toepassing van een toegekend synthetisch lastprofiel wordt het berekende verbruiksprofiel opgesteld.

Art. V.3.1.3.
Voor meetinrichtingen, waarvoor het gemiddelde van het afgenomen of geïnjecteerde maximum kwartiervermogen op maandbasis, bepaald over een periode van twaalf opeenvolgende maanden, minstens 100 kW bedraagt, wordt het gemeten verbruiksprofiel geregistreerd.

Art. V.3.1.4.
Voor toegangspunten die betrekking hebben op kleinere vermogens, voorziet de elektriciteitsdistributienetbeheerder, op vraag en voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op het toegangspunt, in de plaatsing van een meetinrichting die voor elke elementaire periode de afgenomen of geïnjecteerde energie registreert.

Art. V.3.1.5.
Voor toegangspunten van nieuwe aansluitingen met uitzondering van tijdelijke aansluitingen die niet bedoeld zijn voor het voeden van installaties op bouwterreinen, of bestaande aansluitingen waarop een verzwaring wordt uitgevoerd, met een aansluitingsvermogen van minstens 100 kVA, plaatst de elektriciteitsdistributienetbeheerder een meetinrichting met registratie van het verbruiksprofiel.

Art. V.3.1.6.
Voor alle toegangspunten waar een gemeten verbruiksprofiel wordt geregistreerd geschiedt de verrekening, vermeld in Artikel V.3.1.1, op basis van dat gemeten verbruiksprofiel.

Art. V.3.1.7.

§ 1

De afname, of, indien van toepassing, de injectie, op toegangspunten op hoogspanning zonder registratie van het gemeten verbruiksprofiel en op toegangspunten waar het maximaal afgenomen of geïnjecteerd vermogen wordt geregistreerd, wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerder maandelijks opgenomen.

§ 2

De afname, of, indien van toepassing, de injectie, op toegangspunten op laagspanning wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerder minstens één keer per kalenderjaar opgenomen in de opnamemaand van het toegangspunt volgens het toegangsregister, als ook:
bij elke leverancierswissel (of verandering van toegangshouder);
bij elke klantenwissel;
bij het in dienst stellen van een toegangspunt;
bij het buiten dienst nemen van een toegangspunt;
bij aanpassing of vernieuwing van de aansluiting;
bij aanpassing of vervanging van de meetinrichting;
op verzoek van een toegangshouder;
op verzoek van een elektriciteitsdistributienetgebruiker.
De meetgegevens op basis van deze meterstand worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder overgemaakt aan de toegangshouder.

§ 3

Een meterstand wordt op een van volgende manieren bepaald:
op basis van een fysieke meteropname door de elektriciteitsdistributienetbeheerder;
op basis van een meterstand of meterstanden die de elektriciteitsdistributienetgebruiker doorgeeft aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder (ofwel telefonisch, via e-mail, via website of door middel van een meterkaartje);
op basis van een meterstand of meterstanden die de elektriciteitsdistributienetgebruiker doorgeeft aan zijn leverancier en die de leverancier op zijn beurt doorgeeft aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder (bijvoorbeeld bij een klantenwissel of correctie van een geschatte meterstand);
op basis van een uitlezing op afstand, o.m. via een slimme meter;
als de bovenstaande manieren geen betrouwbare meterstanden opleverden, door middel van schattingen conform Artikel V.3.6.1.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt per toegangspunt, vermeld in §2 de maand waarin hij jaarlijks de meterstanden zal bepalen (= opnamemaand). Dat is een eigenschap van het toegangspunt dat bijgehouden wordt in het toegangsregister en waarvan de leverancier op het toegangspunt op de hoogte wordt gebracht (onderdeel van de stamgegevens). De meterstanden worden bepaald in een periode die loopt van tien werkdagen voor het begin van die maand tot tien werkdagen na het einde van die maand. Voor maandelijkse gemeten toegangspunten worden de meterstanden bepaald in de periode van zeven werkdagen voor en vijf werkdagen na het einde van de te meten maand.

§ 5

Bij toegangspunten op laagspanning zonder registratie van het verbruiksprofiel of slimme meters neemt de elektriciteitsdistributienetbeheerder minstens eenmaal in een periode van 24 maanden fysieke meterstanden op, voor zover hij toegang heeft of krijgt tot de meetinrichting. Als hij bij een eerste poging geen toegang krijgt tot de meetinrichting, laat hij een kaartje achter in de brievenbus met de vermelding van het tijdstip waartussen hij nogmaals een bezoek zal brengen. Die datum ligt maximaal tien kalenderdagen later. Het kaartje vermeldt eveneens de mogelijkheid om met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een afspraak te maken voor een bezoek op een andere datum of tussen andere uren als de elektriciteitsdistributienetgebruiker op de voorgestelde datum of tussen de voorgestelde uren verhinderd zou zijn. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan verzoeken om die afspraak buiten de kantooruren te laten plaatsvinden, als de elektriciteitsdistributienetbeheerder al 48 maanden lang geen fysieke meteropname kon uitvoeren. In dat geval kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder daar extra kosten voor aanrekenen.

§ 6

Op de in §5 vermelde voorgestelde of afgesproken datum en tussen de voorgestelde of afgesproken uren, bezoekt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het toegangspunt opnieuw. Als hij daarbij opnieuw geen toegang krijgt tot de meetinrichting, laat de elektriciteitsdistributienetbeheerder een meteropnamekaartje achter met het verzoek binnen tien kalenderdagen contact op te nemen met de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de meterstanden door te geven. Het meteropnamekaartje vermeldt dat als niet tijdig gereageerd wordt, de meterstanden geschat zullen worden en dat die niet betwist kunnen worden, tenzij de elektriciteitsdistributienetgebruiker uitdrukkelijk en op zijn kosten om een nieuwe meteropname verzoekt.

§ 7

Als het meer dan 48 maanden geleden is dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder voor een toegangspunt zonder slimme meter met jaarlijkse meteropname fysiek een meteropname heeft kunnen uitvoeren, moet de elektriciteitsdistributienetgebruiker toegang tot de meetinrichting verlenen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De kosten die de elektriciteitsdistributienetbeheerder moet maken om toegang tot de meetinrichting te verkrijgen, worden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker gedragen.

§ 8

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op het toegangspunt kan steeds een fysieke meteropname door de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen. Bij de aanvraag wordt een afspraak gemaakt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder over het tijdstip waarop deze meteropname uitgevoerd zal worden. Daarbij kan de aanvrager eisen dat die datum binnen vijftien werkdagen ligt. De kosten voor de meteropname worden gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker tenzij die een beschermde afnemer is volgens het Energiebesluit en het zijn eerste vraag is in het lopende kalenderjaar. Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder op de datum en tussen de uren van de afspraak geen toegang krijgt tot de meetinrichting, vervalt de aanvraag en worden de kosten gedragen door de aanvrager.

§ 9

De afname of de injectie, bepaald volgens §1, §2 en §3, wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gevalideerd overeenkomstig de procedure, beschreven in Afdeling V.3.5.

Art. V.3.1.8.

§ 1

Als voor de jaarlijkse meteropname op een toegangspunt zonder slimme meter geen fysieke meteropname door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gebeurt, verstuurt de elektriciteitsdistributienetbeheerder een meteropnamekaart naar het contactadres van de elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt. Op die meteropnamekaart wordt de elektriciteitsdistributienetgebruiker verzocht binnen tien werkdagen contact op te nemen met de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de meterstanden door te geven. De meteropnamekaart vermeldt dat als niet tijdig gereageerd wordt, de meterstanden geschat zullen worden en dat die niet betwist kunnen worden, tenzij de elektriciteitsdistributienetgebruiker uitdrukkelijk en op zijn kosten om een nieuwe meteropname verzoekt.

§ 2

Als de meterstand bij een leverancierswissel op een toegangspunt zonder slimme meter niet fysiek wordt opgenomen, stuurt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zo spoedig mogelijk na de bevestiging aan beide betrokken leveranciers van de leverancierswissel, een meteropnamekaart naar het contactadres conform Artikel IV.2.2.3§2. Op die meteropnamekaart wordt de elektriciteitsdistributienetgebruiker verzocht binnen tien werkdagen contact op te nemen met de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de meterstanden door te geven. De meteropnamekaart vermeldt dat indien niet tijdig gereageerd wordt, de meterstanden zullen geschat worden en dat die niet betwist kunnen worden, tenzij de elektriciteitsdistributienetgebruiker uitdrukkelijk en op zijn kosten om een nieuwe meteropname verzoekt.

Art. V.3.1.9. Klantencabines

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder verstrekt de elektriciteitsdistributienetgebruiker het recht om te allen tijde de in de meetinrichting lokaal beschikbare meetgegevens die betrekking hebben op zijn toegangspunt, te consulteren. In de uitzonderlijke gevallen waarbij de meetinstallatie zich bevindt op een plaats die niet rechtstreeks voor de elektriciteitsdistributienetgebruiker toegankelijk is, wendt de elektriciteitsdistributienetgebruiker zich tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder, die hem binnen een redelijke termijn toegang zal verschaffen overeenkomstig de bepalingen, vermeld in Artikel I.3.1.2.

§ 2

De meetgegevens, vermeld in §1, omvatten minstens de comptabele metingen, waaruit op een eenvoudige manier de elektriciteitsafname of -injectie over een bepaalde periode kan worden afgeleid.

§ 3

De periode, vermeld in §2, is de maand van afname of injectie of, bij elektriciteitsdistributienetgebruikers met jaarlijkse meteropname, de periode vanaf de laatste meteropname.

§ 4

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op een toegangspunt verschaft de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen de tien werkdagen de nodige inlichtingen voor de interpretatie van de meetgegevens.

§ 5

De afleesmethode en de omrekeningsfactoren die toegepast moeten worden voor het bepalen van de elektriciteitsafname of -injectie, vermeld in §2, worden bij nieuw geïnstalleerde meetinrichtingen op een duidelijke manier aangebracht op of vlak naast de meter.

Afdeling V.3.2.
Bijzondere bepalingen betreffende het gemeten verbruiksprofiel


Art. V.3.2.1.
Het verbruiksprofiel wordt geregistreerd op basis van meetperioden die overeenstemmen met de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3.

Art. V.3.2.2.
In overeenstemming met de bepalingen van het aansluitingscontract en / of de noden van de elektriciteitsdistributienetbeheerder registreert een meetinrichting per meetperiode de volgende data:
de aanduiding van de meetperiode;
de opgenomen of geïnjecteerde actieve energie;
desgevallend de opgenomen en / of geïnjecteerde reactieve energie;
de piekvermogens van de voorbije twaalf maanden.

Art. V.3.2.3.
Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder dit nodig acht, wordt hierbij bovendien onderscheid gemaakt tussen de vier kwadranten.

Art. V.3.2.4.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder verzamelt de meetgegevens op elektronische wijze en eventueel door tele-opname.

Art. V.3.2.5.

§ 1

Om desgevallend de tele-opname van de meetinrichting mogelijk te maken, zorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, op basis van technisch-economische criteria, voor de realisatie van de meest aangewezen telecommunicatieverbinding.

§ 2

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen eigenaar is van de meetuitrustingen, is de elektriciteitsdistributienetgebruiker verantwoordelijk voor de overdracht van de meetgegevens naar de elektriciteitsdistributienetbeheerder volgens de procedure die de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt.

§ 3

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen eigenaar is van de meetuitrustingen en de inzameling overeenkomstig §2 onmogelijk is ten gevolge van een storing of een defect ervan, inclusief de overdracht naar de elektriciteitsdistributienetbeheerder, of ten gevolge van iedere andere oorzaak, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder te allen tijde het recht om op kosten van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de meetgegevens of ieder ander gegeven ter plaatse op de meetuitrustingen in kwestie te verzamelen, met naleving van de voorschriften die betrekking hebben op de toegang tot die uitrustingen.

Art. V.3.2.6.
Een meetperiode is gerelateerd aan het tijdstip 00:00:00 volgens de lokale tijd.

Art. V.3.2.7.
De afwijking van de begin- en eindtijden van de meetperiode ten overstaan van de gehanteerde referentietijd mag niet groter zijn dan tien seconden.

Art. V.3.2.8.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is belast met het beheer van deze gegevens en deelt elke wijziging mee aan de betrokken toegangshouder.

Afdeling V.3.3.
Bijzondere bepalingen betreffende het berekende verbruiksprofiel


Art. V.3.3.1.
Een berekend verbruiksprofiel wordt onderverdeeld op basis van meetperioden die overeenstemmen met de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3.

Art. V.3.3.2.
Een berekend verbruiksprofiel schat per meetperiode de verdeling van de afgenomen actieve energie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker per elementaire periode.

Art. V.3.3.3.

§ 1

De VREG legt een classificatie vast van elektriciteitsdistributienetgebruikers zonder registratie van het gemeten verbruiksprofiel op basis van objectieve en eenduidige criteria zoals het type elektriciteitsdistributienetgebruiker (huishoudelijk of niet-huishoudelijk), het aansluitingsvermogen van de installatie of de historische verbruiksgegevens van de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Met elke categorie komt een synthetisch lastprofiel overeen.

§ 2

De VREG legt de synthetische lastprofielen vast, met inbegrip van eventuele correctiefactoren en de wijze waarop die in rekening worden gebracht, per categorie van elektriciteitsdistributienetgebruikers.

§ 3

De categorieën en de synthetische lastprofielen kunnen te allen tijde worden gewijzigd op basis van een statistische studie van werkelijk gemeten verbruiksprofielen, of op basis van de vastgestelde residu's bij de allocatie. De wijzigingen kunnen ten vroegste van kracht worden een maand na de publicatie ervan door de VREG.

§ 4

Uiterlijk op 30 november van elk jaar moeten de distributienetbeheerders, na overleg met de leveranciers, nieuwe profielen voor het komende kalenderjaar voorstellen aan de VREG.

§ 5

De VREG publiceert de categorieën en de synthetische lastprofielen in elektronische vorm op zijn website met vermelding van de datum waarop ze van kracht worden.

Art. V.3.3.4.
Aan elk toegangspunt dat niet voorzien is van een registratie van het gemeten verbruiksprofiel, wordt een synthetisch lastprofiel toegewezen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. V.3.3.5.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is belast met het beheer van die gegevens en deelt elke wijziging mee aan de betrokken toegangshouder.

Afdeling V.3.4.
Databehandeling


Art. V.3.4.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder slaat de data, vermeld in Artikel V.3.2.2, elektronisch op.

§ 2

Voor de toegangspunten zonder registratie van het verbruiksprofiel slaat de elektriciteitsdistributienetbeheerder die gegevens op die hem in staat stellen om het verbruiksprofiel te herberekenen.

Art. V.3.4.2.
Aan de data, vermeld in Artikel V.3.4.1, koppelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de volgende gegevens:
de identificatie van het toegangspunt;
de locatie en het type van de meetinrichting;
de identificatie van de toegangshouder en de evenwichtsverantwoordelijken.

Afdeling V.3.5.
Validatie en correctie van meetgegevens


Art. V.3.5.1.

§ 1

Als de meetinrichting zich niet ter hoogte van het toegangspunt bevindt, zullen de meetgegevens worden aangepast op basis van een schattingsprocedure die rekening houdt met de fysische verliezen tussen het meetpunt en het toegangspunt.

§ 2

Op voorstel van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en na goedkeuring door de VREG kunnen in bepaalde gevallen verliezen stroomopwaarts van het toegangspunt en die betrekking hebben op de aansluiting van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, in de aanpassing worden meegerekend.

§ 3

Als de wijze van aanpassing niet is beschreven in het aansluitingscontract, zal de elektriciteitsdistributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria bepalen welke wijze het meest geschikt is.

§ 4

De fysische verliezen of verliezen stroomopwaarts worden beschouwd als onderdeel van de configuratie van de berekende meter en worden geregistreerd in het toegangsregister.

§ 5

Op eenvoudige schriftelijke aanvraag worden de fysische verliezen of verliezen stroomopwaarts en de manier waarop die de meetgegevens aanpassen, bekendgemaakt binnen tien werkdagen na de aanvraag aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker op het toegangspunt.

Art. V.3.5.2.
Als de datum van de meteropname niet samenvalt met de datum waarop de meterstand bekend moet zijn, zal de elektriciteitsdistributienetbeheerder die meterstand herleiden op basis van de schattingsprincipes, beschreven in Artikel V.3.6.1.

Art. V.3.5.3.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder niet kan beschikken over de werkelijke meetgegevens of als hij van oordeel is dat de beschikbare resultaten niet betrouwbaar of foutief zijn, worden de meetresultaten in kwestie in het validatieproces vervangen door waarden die de elektriciteitsdistributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria billijk acht.

§ 2

De waarden waardoor de onbetrouwbare of foutieve gegevens worden vervangen zijn de waarden die de uitkomst vormen van een van de volgende schattingsprocedures waarbij de netbeheerder onderstaande volgorde van schattingsprocedures respecteert:
redundante metingen;
andere meetresultaten die de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker ter beschikking heeft;
vergelijking met de gegevens van een periode die als equivalent wordt beschouwd.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerders publiceren gemeenschappelijk een gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de validatie.

Art. V.3.5.4.
Een elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op een toegangspunt kan een extra fysieke meteropname bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder aanvragen, als hij van oordeel is dat de ter beschikking gestelde meetgegevens foutief zijn. De kosten voor die extra meteropname komen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder als de extra meteropname uitwijst dat de door de elektriciteitsdistributienetbeheerder opgenomen meetgegevens foutief waren; in het andere geval worden de kosten door de aanvrager gedragen.

Afdeling V.3.6.
Schatting, allocatie en reconciliatie


Art. V.3.6.1.

§ 1

De afname of injectie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker zonder registratie van het verbruiksprofiel in de periode tussen twee meteropnames kan geschat worden op basis van de totale afname of injectie over de vorige periode of op de typisch gemiddelde afname of injectie van een vergelijkbaar type van eindafnemer.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerders publiceren gemeenschappelijk een gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de schatting.

Art. V.3.6.2.
In de volgende gevallen mag een meterstand of afname of injectie geschat worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder overeenkomstig de bepalingen in Artikel V.3.6.1:
als de meteropnamekaart niet “onbezorgd” teruggestuurd werd en een netgebruiker niet tijdig reageert op de hem toegestuurde meteropnamekaart;
als werd vastgesteld dat een meetinrichting gedurende een bepaalde periode niet of incorrect de afname of injectie registreerde. In dat geval wordt de afname of injectie over die periode herberekend, rekening houdend met de bepalingen in Artikel V.3.11.1.
als werd vastgesteld dat meetgegevens van een toegangspunt gedurende een bepaalde periode incorrect werden verwerkt en ter beschikking gesteld door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. In dat geval wordt de afname of injectie over die periode herberekend, rekening houdend met de bepalingen in Artikel V.3.11.1;
als werd vastgesteld dat een elektriciteitsdistributienetgebruiker gedurende een bepaalde periode onrechtmatig elektriciteit afnam van het elektriciteitsdistributienet en dit niet of slechts gedeeltelijk geregistreerd werd door een meetinrichting. In dat geval wordt de afname of injectie over die periode herberekend.
in toepassing van Artikel V.3.11.4.

Art. V.3.6.3.
Op basis van de geschatte totale afname en het toegewezen lastprofiel bepaalt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het berekende verbruiksprofiel.

Art. V.3.6.4.

§ 1

Op basis van de geïnjecteerde elektriciteit op het elektriciteitsdistributienet die geregistreerd werd door een meetinrichting, de uitgewisselde elektriciteit met andere netten, de berekende verbruiksprofielen, de gemeten verbruiksprofielen en een schatting van de elektriciteitsdistributienetverliezen wordt per elektriciteitsdistributienetbeheerder en per elementaire periode het residu berekend. Dat residu wordt pro rata toegekend aan de toegangshouders en hun respectieve evenwichtsverantwoordelijken voor de toegangspunten met geschatte verbruiken. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de allocatie vast.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van de allocatieberekening over de toegangspunten in zijn elektriciteitsdistributienet. Die berekeningen worden maandelijks uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over de voorgaande maand die op dat moment bekend is, op voorwaarde dat alle processen op het toegangsregister correct uitgevoerd werden of worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 3

Op basis van de resultaten van de allocatie verdeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de energie die geleverd werd aan afnemers over de toegangshouders en hun evenwichtsverantwoordelijken per elementaire periode.

§ 4

De resultaten van de allocatie voor een bepaalde maand zijn definitief ten laatste op de eerste werkdag van de zesde maand die volgt op die maand.

Art. V.3.6.5.

§ 1

De verdeling van de energie over de toegangshouders en hun evenwichtsverantwoordelijken die verkregen wordt door de allocatie, beschreven in Artikel V.3.6.4, moet op maandelijkse basis gecorrigeerd worden op basis van de werkelijk gemeten afnamen of injecties op de toegangspunten. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de reconciliatie vast.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de reconciliatieberekening over de toegangspunten in zijn elektriciteitsdistributienet. De berekeningen voor een maand en de vijftien voorgaande maanden worden maandelijks en voor de eerste keer zes maand na deze maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over de voorgaande maanden.

§ 3

Bij de eindreconciliatie van een maand wordt de restterm van die maand vastgesteld. Die restterm komt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de eindreconciliatie vast.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eindreconciliatieberekening over de toegangspunten in zijn elektriciteitsdistributienet. De voorlopige berekeningen worden uiterlijk 32 maanden na de betrokken maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over die maanden. De definitieve berekeningen worden uiterlijk 37 maanden na de betrokken maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over die maanden.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de toegangshouders op hun elektriciteitsdistributienetten, van zodra ze toegang krijgen, nemen deel aan de financiële afhandeling voor de betrokken maand die volgt uit de berekeningen vermeld in §3 en §4.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de leveranciers stellen gezamenlijk een partij aan die instaat voor de uitvoering van de financiële afhandeling vermeld in §5.

Afdeling V.3.7.
Opslag, archivering en beveiliging van de data


Art. V.3.7.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder slaat zowel de onbewerkte meetgegevens als de eventueel gewijzigde meetgegevens op een niet vluchtige informatiedrager op.

Art. V.3.7.2.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder archiveert de gegevens, vermeld in Artikel V.3.7.1, gedurende een periode van minstens vijfjaar.

Art. V.3.7.3.
De door de elektriciteitsdistributienetbeheerder centraal beheerde meetgegevens zijn, overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen, beveiligd tegen kennisneming door anderen dan de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Afdeling V.3.8.
Ter beschikking te stellen meetgegevens bij gemeten verbruiksprofielen


Art. V.3.8.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt aan de toegangshouder op elke werkdag de niet-gevalideerde meetgegevens per elementaire periode zoals bepaald in Artikel V. 1.2.3 per toegangspunt van de voorgaande werkdag en de eventueel tussenliggende dagen ter beschikking voor de toegangspunten waarop hij energie levert of injecteert en die voorzien zijn van een automatische meteruitlezing.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder valideert de meetgegevens op basis van de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3 op elke werkdag voor de voorgaande werkdag en de eventueel tussenliggende dagen en deelt de eventuele afwijkingen ten opzichte van de niet-gevalideerde meetgegevens zo spoedig mogelijk mee aan de toegangshouder. Op de tiende werkdag na de dag van afname of injectie zijn de meetgegevens gevalideerd. Ten minste voor 95 % van de toegangspunten zijn de gevalideerde meetgegevens van een maand beschikbaar uiterlijk op de vierde werkdag van de volgende maand.

§ 3

Gevalideerde meetgegevens die geschat werden op basis van de procedures, vermeld in Artikel V.3.5.3§2, zijn voorzien van een herkenningsvlag.

§ 4

Voor productie-installaties worden de gevalideerde meetgegevens, vermeld in dit artikel, aan de betrokken producent meegedeeld op zijn eenvoudig verzoek volgens de principes van §2en §3. In afwijking van Artikel I.2.2.2§1 kan die informatie-uitwisseling in overleg met de producent volgens een ander protocol gebeuren.

Art. V.3.8.2.
Op verzoek van toegangshouder kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder meetgegevens van een toegangspunt met verschillende fysieke meetpunten, ook uitgesplitst ter beschikking stellen van de aanvrager. De betrokkene richt zich daarvoor tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder, die op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria de aanvraag evalueert en de daaruit voortkomende taken uitvoert. De daaraan verbonden kosten worden door de aanvrager gedragen.

Art. V.3.8.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt aan de evenwichtsverantwoordelijke op elke werkdag voor de voorgaande werkdag en de eventueel tussenliggende dagen, de niet-gevalideerde meetgegevens per elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3 in geaggregeerde vorm per toegangshouder ter beschikking, en deelt de geaggregeerde gegevens per evenwichtsverantwoordelijke gelijktijdig mee aan de transmissienetbeheerder.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt aan de evenwichtsverantwoordelijke dagelijks de gevalideerde meetgegevens in geaggregeerde vorm per toegangshouder ter beschikking uiterlijk op de tiende werkdag na de dag van afname of injectie, en deelt de geaggregeerde gegevens per evenwichtsverantwoordelijke gelijktijdig mee aan de transmissienetbeheerder.

§ 3

De meetgegevens, vermeld in dit artikel, hebben alleen betrekking op de actieve energie.

Art. V.3.8.4.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder motiveert, indien van toepassing, de aanpassingen en correcties die op basis van Artikel V.3.5.1 tot en met Artikel V.3.5.3 werden aangebracht.

Art. V.3.8.5.
Op verzoek van de producent, de toegangshouder of de evenwichtsverantwoordelijke kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder de meetgegevens, al dan niet gevalideerd, met een grotere frequentie dan vermeld in Artikel V.3.8.1 ter beschikking stellen. De betrokkene richt zich daarvoor tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder, die op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria de aanvraag evalueert en de daaruit voortkomende taken uitvoert. De daaraan verbonden kosten worden door de aanvrager gedragen.

Art. V.3.8.6.
Na ontvangst van de meetgegevens voor een toegangspunt moet de leverancier, in geval van klanten wissel, leverancierswissel of gecombineerde wissel, buitendienststelling van het toegangspunt of vervanging van de meter, binnen een termijn van zes weken een factuur opmaken gebaseerd op de meetgegevens zoals doorgegeven door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en deze overmaken aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Afdeling V.3.9.
Ter beschikking te stellen meet-, allocatie- en reconciliatiegegevens bij berekende verbruiksprofielen


Art. V.3.9.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt aan de leverancier gevalideerde meetgegevens ter beschikking voor de toegangspunten waarop hij energie levert of injecteert en die maandelijks worden uitgelezen. Voor minstens 95 % van de toegangspunten moeten die gegevens worden meegedeeld uiterlijk op de vierde werkdag van de volgende maand en voor alle toegangspunten uiterlijk op de tiende werkdag van deze maand. De elektriciteitsdistributienetbeheerder moet steeds de datum van de meteropname van de toegangspunten vermelden. Gevalideerde meetgegevens die geschat werden op basis van de procedures, vermeld in Artikel V.3.5.3§2, zijn voorzien van een herkenningsvlag.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt aan de leverancier gevalideerde meetgegevens ter beschikking voor de toegangspunten waarop hij energie levert of injecteert en die jaarlijks worden uitgelezen. Voor minstens 95 % van de toegangspunten moeten die gegevens worden meegedeeld uiterlijk op de vierde werkdag na de meteropname en voor alle toegangspunten, uiterlijk op de tiende werkdag na de meteropname. De elektriciteitsdistributienetbeheerder moet steeds de datum van de meteropname vermelden. Als bij het valideren van de meetgegevens blijkt dat een fysieke meteropname vereist is, gelden de vermelde termijnen vanaf de dag van deze extra meteropname. Gevalideerde meetgegevens die geschat werden op basis van de procedures, vermeld in Artikel V.3.5.3§2, zijn voorzien van een herkenningsvlag.

§ 3

Voor productie-installaties met een injectiemeter/-punt worden de gevalideerde meetgegevens, vermeld in dit artikel, tevens meegedeeld aan de betrokken producent volgens de principes van §1 en §2.

Art. V.3.9.2.
Op verzoek van de toegangshouder kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder meetgegevens van een toegangspunt met verschillende fysieke meetpunten, ook uitgesplitst ter beschikking stellen van de aanvrager. De betrokkene richt zich daarvoor tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder, die op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria de aanvraag evalueert en de daaruit voortkomende taken uitvoert. De daaraan verbonden kosten worden door de aanvrager gedragen.

Art. V.3.9.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt uiterlijk op de vijftiende werkdag van de volgende maand de allocatiegegevens op basis van de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3 van de maand ter beschikking van de leverancier voor de toegangspunten zonder registratie van het verbruiksprofiel waarop hij energie levert of injecteert.

§ 2

Die allocatiegegevens omvatten, naast het aan de leverancier toegekende totaal per kwartier van de energiehoeveelheden op toegangspunten van zowel gemeten als berekende verbruiksprofielen voor de betrokken maand, ook minstens volgende opsplitsing:
de energiehoeveelheden op toegangspunten met een berekend verbruiksprofiel, opgesplitst over de verschillende profielcategorieën, gesommeerd over de toegangspunten in kwestie;
de afnames op afnamepunten met een gemeten verbruiksprofiel, gesommeerd over de afnamepunten in kwestie;
de injecties op injectiepunten met een gemeten verbruiksprofiel (lokale producties), gesommeerd over de injectiepunten in kwestie.

Art. V.3.9.4.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt uiterlijk op de vijftiende werkdag van de volgende maand aan de evenwichtsverantwoordelijke de allocatiegegevens op basis van de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3 van de maand ter beschikking in geaggregeerde vorm per toegangshouder.

§ 2

Die allocatiegegevens omvatten naast, het aan elke toegangshouder toegekende totaal per kwartier van de energiehoeveelheden op toegangspunten van zowel gemeten als berekende verbruiksprofielen voor de betrokken maand, ook minstens volgende opsplitsing:
de energiehoeveelheden op toegangspunten met een berekend verbruiksprofiel, opgesplitst over de verschillende profielcategorieën, gesommeerd over de toegangspunten in kwestie;
de afnames op afnamepunten met een gemeten verbruiksprofiel, gesommeerd over de afnamepunten in kwestie;
de injecties op injectiepunten met een gemeten verbruiksprofiel (lokale producties), gesommeerd over de injectiepunten in kwestie.

Art. V.3.9.5.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt uiterlijk op de vijftiende werkdag van de volgende maand aan de transmissienetbeheerder de allocatiegegevens op basis van de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3 van de maand ter beschikking in geaggregeerde vorm per evenwichtsverantwoordelijke.

§ 2

Die allocatiegegevens omvatten, naast het aan elke evenwichtsverantwoordelijke toegekende totaal per kwartier van de energiehoeveelheden op toegangspunten van zowel gemeten als berekende verbruiksprofielen voor de betrokken maand, ook minstens volgende opsplitsing:
de energiehoeveelheden op toegangspunten met een berekend verbruiksprofiel, opgesplitst over de verschillende profielcategorieën, gesommeerd over de toegangspunten in kwestie;
de afnames op afnamepunten met een gemeten verbruiksprofiel, gesommeerd over de afnamepunten in kwestie;
de injecties op injectiepunten met een gemeten verbruiksprofiel (lokale producties), gesommeerd over de injectiepunten in kwestie.

Art. V.3.9.6.
Uiterlijk op de laatste dag van de zesde maand na de maand, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de reconciliatiegegevens van die maand en de vorige 15 maanden ter beschikking van de leverancier.

Art. V.3.9.7.

§ 1

Uiterlijk op de laatste dag van de 32ste maand na de maand, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de voorlopige eindreconciliatiegegevens van die maand ter beschikking van de leverancier.

§ 2

Uiterlijk op de laatste dag van de 37ste maand na de maand, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de definitieve eindreconciliatiegegevens van die maand ter beschikking van de leverancier.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt ten laatste op het moment van het overmaken van de gegevens vermeld in Artikel V.3.9.6 en Artikel V.3.9.7. §1 en §2 (reconciliatiegegevens) een momentopname van de gegevens die gediend hebben voor de respectieve berekeningen ter beschikking van de leverancier. De gegevens die hij hierbij vastlegt en het moment waarop hij dat doet, worden in onderling overleg tussen leveranciers en netbeheerders bepaald en beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling, alsook het moment wanneer, het formaat waarin en de drager waarop die gegevens ter beschikking gesteld worden van de leverancier. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk bepaalde beschrijving legt de VREG de voorwaarden op van het vastleggen van gegevens alsook het moment wanneer, het formaat waarin en de drager waarop die gegevens ter beschikking gesteld worden.

Art. V.3.9.8.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder verzamelt dagelijks de waarden per elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.l.2.3 van de netinvoer op zijn elektriciteitsdistributienet, aggregeert die en stelt die ter beschikking van de leveranciers die toegang hebben tot zijn elektriciteitsdistributienet.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder verzamelt dagelijks de waarden per elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.l.2.3 van energie die de elektriciteitsdistributienetgebruikers met een gemeten verbruiksprofiel van zijn net hebben afgenomen, aggregeert die en stelt die ter beschikking van de leveranciers die toegang hebben tot zijn elektriciteitsdistributienet.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt gelijktijdig met de gegevens in §1 en §2 de nodige informatie ter beschikking zodat de leveranciers die toegang hebben tot zijn elektriciteitsdistributienet de netverliezen die door de vervoerde energie op zijn elektriciteitsdistributienet worden veroorzaakt, kunnen berekenen.

§ 4

Het formaat waarin, het moment waarop en de drager waarop die informatie ter beschikking gesteld wordt, worden in onderling overleg tussen leveranciers en netbeheerders bepaald en beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk bepaalde beschrijving legt de VREG het formaat waarin, het moment waarop en de drager waarop deze informatie ter beschikking gesteld wordt, op.

Art. V.3.9.9.
Na ontvangst van de meetgegevens voor een toegangspunt moet de leverancier, in geval van een periodieke meteropname, een klanten wissel, leverancierswissel of gecombineerde wissel, buitendienststelling van het toegangspunt of een vervanging van de meter, met uitzondering van de vervanging van de meter op een toegangspunt voorzien van decentrale productie in compensatie op initiatief van de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen een termijn van zes weken een factuur opmaken, gebaseerd op de meetgegevens zoals doorgegeven door de elektriciteitsdistributienetbeheerder, en deze overmaken aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Afdeling V.3.10.
Historische verbruiksgegevens


Art. V.3.10.1. Aanvraag van maandelijkse en jaarlijkse verbruiksgegevens

§ 1

Als een elektriciteitsdistributienetgebruiker verandert van leverancier, worden de beschikbare historische verbruiksgegevens op maand- of jaarbasis gratis ter beschikking gesteld van de nieuwe leverancier. De aanvraag voor de leverancierswissel geldt gelijktijdig als een aanvraag tot het ter beschikking stellen van de historische verbruiksgegevens, tenzij de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker dat weigert door middel van een schriftelijke melding bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 2

De maandelijkse verbruiksgegevens van de laatste drie jaar voor toegangspunten met registratie van het verbruiksprofiel of maandelijkse meteropname, en de jaarlijkse verbruiksgegevens van de laatste drie jaar voor de toegangspunten met jaarlijkse meteropname voor zover de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker op hetzelfde toegangspunt actief was in de referentieperiode en voor zover de gegevens beschikbaar zijn, worden doorgestuurd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder naar de nieuwe leverancier, uiterlijk vijftien werkdagen na de datum waarop de leverancierswissel ingaat. De inhoud en samenstelling van dat bericht worden beschreven in de handleiding voor informatie-uitwisseling.

§ 3

In afwijking van Artikel V.3.10.2§2 en Artikel V.3.10.2§3 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder een ander protocol opleggen als hij eveneens beheerder is van het transmissienet.

Art. V.3.10.2. Aanvraag van gedetailleerde verbruiksgegevens

§ 1

Elke elektriciteitsdistributienetgebruiker kan maximaal een keer per jaar zijn verbruiksgegevens van de laatste drie jaar op eenvoudig verzoek, met opgave van zijn EAN-code, gratis verkrijgen bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Hij kan die taak ook toevertrouwen aan een toegangshouder aan wie hij de nodige volmacht verleent.

§ 2

De opgevraagde verbruiksgegevens moeten door de elektriciteitsdistributienetbeheerder aan de aanvrager ter beschikking gesteld worden uiterlijk vijftien werkdagen na de aanvraag, voor zover de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker op hetzelfde toegangspunt actief was in de referentieperiode en voor zover de gegevens beschikbaar zijn.

§ 3

De informatie moet duidelijk en eenvormig gerangschikt worden, per EAN-code, per tijdstip en per type verbruik (actief, capacitief, inductief) volgens een door de elektriciteitsdistributienetbeheerders gezamenlijk bepaald formaat:
voor continu gelezen toegangspunten:
o
actief verbruik of injectie per elementaire periode zoals bepaald in Artikel V. 1.2.3;
o
inductief en capacitief verbruik of injectie per elementaire periode zoals bepaald in Artikel V. 1.2.3;
voor toegangspunten met maandopname:
o
actief verbruik of injectie per maand, opgesplitst per teller; o piekvermogen, opgesplitst per teller (indien van toepassing);
o
de opnamedatums;
voor toegangspunten met jaaropname:
o
actief verbruik of injectie per jaar, opgesplitst per teller;
o
de opnamedatums.

§ 4

De informatie wordt bij voorkeur elektronisch ter beschikking gesteld van de aanvrager.

Afdeling V.3.11.
Rechtzettingen


Art. V.3.11.1.
Mogelijke fouten in de informatie van een toegangspunt met betrekking tot de uitgewisselde meetgegevens worden door de toegangshouder en de elektriciteitsdistributienetbeheerder onmiddellijk aan elkaar gemeld. Daartoe stellen zij gezamenlijk een meldings- en afhandelingsprocedure op en beschrijven die in de handleiding voor informatie-uitwisseling. Typefouten of groepen van fouten en de bijbehorende behandeling worden beschreven in een catalogus die wordt geactualiseerd op basis van overleg tussen leveranciers en elektriciteitsdistributienetbeheerders.

Art. V.3.11.2.
De meldings- en afhandelingsprocedure en de in de catalogus beschreven behandeling bevatten minstens volgende stappen:
De leverancier of elektriciteitsdistributienetbeheerder meldt de fout aan de andere partij, met aanduiding van de typefout.
De andere partij beoordeelt de gemelde fout, met terugmelding van de aanvaarding of verwerping van dat bericht binnen twee kalenderdagen na ontvangst. Bij aanvaarding wordt door de ontvangende partij een uniek referentienummer aan de foutmelding toegekend.
De aanvaarde foutmelding wordt behandeld conform de procedure en het tijdschema die in de catalogus vastgelegd zijn.
Beide partijen communiceren aan elkaar over de nodige wijzigingen in de uitgewisselde meetgegevens ter correctie van de fout. Beide partijen nemen de nodige maatregelen om die fout in de eigen gegevensbestanden en processen recht te zetten.
Andere processen en verrekeningen worden al dan niet met terugwerkende kracht (nettarieffactuur, allocatie, reconciliatie) tussen beide partijen gelijktijdig rechtgezet, als dat is overeengekomen tussen leveranciers en netbeheerders en zoals vastgelegd in de catalogus.

Art. V.3.11.3.

§ 1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan met inachtname van de periode gespecifieerd in Artikel V.3.11.4, zijn afgenomen of geïnjecteerde energiehoeveelheden betwisten bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder of via zijn toegangshouder bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 2

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan met inachtname van de periode gespecifieerd in Artikel V.3.11.4 zijn geschatte afgenomen of geïnjecteerde energiehoeveelheden betwisten bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder of via zijn toegangshouder bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 3

In uitzondering op voorgaande paragraaf kunnen schattingen van meetgegevens in de specifieke gevallen, vermeld in Artikel V.3.1.7 en Artikel V.3.1.8, niet betwist worden, tenzij de elektriciteitsdistributienetgebruiker aangeeft dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder een fout heeft gemaakt bij het toepassen van de schattingsmethodieken, beschreven in Artikel V.3.6.1.

§ 4

Als de betwiste meterstanden voortkwamen uit een fysieke meteropname door de elektriciteitsdistributienetbeheerder, kan de elektriciteitsdistributienetgebruiker een nieuwe fysieke meteropname aanvragen bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder overeenkomstig Artikel V.3.1.7§8. Als die meteropname uitwijst dat de betwiste meterstanden niet correct waren, worden de kosten voor die meteropname gedragen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. In dat geval worden de betwiste meterstanden en indien nodig de daaropvolgende meterstanden rechtgezet overeenkomstig Artikel V.3.11.1.

§ 5

Als de betwiste meterstanden voortkwamen uit een meteropname door de elektriciteitsdistributienetgebruiker zelf via een meteropnamekaart, wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker de mogelijkheid geboden nieuwe (actuele) meterstanden door te geven aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als die meteropname uitwijst dat de betwiste meterstanden niet correct waren, worden de betwiste meterstanden en indien nodig de daaropvolgende meterstanden rechtgezet overeenkomstig Artikel V.3.11.1.

§ 6

Als de betwiste meterstanden voortkwamen uit een schatting (of correctie) door de elektriciteitsdistributienetbeheerder, met uitzondering van de gevallen vermeld in Artikel V.3.1.7 en Artikel V.3.1.8 waarbij de geschatte meterstand niet meer betwist kan worden, wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker de mogelijkheid geboden nieuwe (actuele) meterstanden door te geven aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als die meteropname uitwijst dat de betwiste meterstanden niet correct waren, worden de betwiste meterstanden en indien nodig de daaropvolgende meterstanden rechtgezet overeenkomstig Artikel V.3.11.1.

§ 7

Als de betwiste meterstanden voortkwamen uit een schatting of correctie door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de elektriciteitsdistributienetgebruiker aangeeft dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder een fout heeft gemaakt bij het toepassen van de schattingsprincipes, onderzoekt de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen tien werkdagen of hij een fout heeft gemaakt bij het toepassen van de schattingsmethodieken. Als dit onderzoek uitwijst dat de betwiste meterstanden niet correct waren, herschat de elektriciteitsdistributienetbeheerder de betwiste meterstanden en worden de betwiste meterstanden en indien nodig de daaropvolgende meterstanden rechtgezet overeenkomstig Artikel V.3.11.1.

Art. V.3.11.4.
Dit artikel is van toepassing op de gegevens die door een elektriciteitsdistributienetbeheerder aan de toegangshouder worden bezorgd in het kader van de facturatie van een afname of injectie door een elektriciteitsdistributienetgebruiker.
Wanneer een elektriciteitsdistributienetbeheerder overgaat tot een rechtzetting van afgenomen of geïnjecteerde energiehoeveelheden voor een toegangspunt of de inbreng van afgenomen of geïnjecteerde energiehoeveelheden voor een toegangspunt waarvoor in het verleden geen energiehoeveelheden beschikbaar waren (spontaan, op vraag van een leverancier of een elektriciteitsdistributienetgebruiker) moet hij zich houden aan volgende voorwaarden:
De tijdspanne waarvoor de rechtzetting of inbreng kan, behoudens kwade trouw, maximaal plaatsvinden is:
o
voor jaarlijks gemeten toegangspunten:
vanaf de eerste dag van de laatste 2 periodieke meteropnameperiodes
tot aan de dag van de gevalideerde meteropname die aanleiding gaf tot de rechtzetting
met de beperking dat de periode van de rechtzetting of inbreng ten vroegste kan aanvangen op de eerste dag van de maand volgend op de 2 maanden die volgen op de maand van de eindreconciliatie, die geldt op het moment van de rechtzetting.
Eventuele tussenliggende meteropnames (wissel,...)vormen hierop geen belemmering.
o
voor maandelijkse gemeten toegangspunten: de laatste 24 volledig opgenomen maanden voorafgaand aan de dag van de gevalideerde meteropname die aanleiding gaf tot de rechtzetting. Eventuele tussenliggende meteropnames vormen hierop geen belemmering.
o
voor continu gemeten toegangspunten: voor de elementaire meetwaarden die overeenstemmen met de laatste 24 volledig opgenomen maanden, voorafgaand aan de dag van de gevalideerde meteropname die aanleiding gaf tot de rechtzetting.
Voor een toegangspunt zet de elektriciteitsdistributienetbeheerder de in het verleden ontbrekende, geschatte of foutief toegewezen energiehoeveelheden als volgt recht: De elektriciteitsdistributienetbeheerder verdeelt de nieuwe energiehoeveelheid over de periode tijdens dewelke deze energiehoeveelheid werd verbruikt of geïnjecteerd en dit volgens de schattingsregels zoals bepaald in Afdeling V.3.6 Voor de rechtzetting weerhoudt hij het aandeel uit deze verdeling van de tijdspanne van de rechtzetting zoals bepaald volgens 1°.;
De tarieven die gehanteerd worden voor de facturatie van de rechtzetting of inbreng van deze energiehoeveelheden zijn de tarieven die gehanteerd werden in de verbruiks- of injectieperiode waarvan de energiehoeveelheden rechtgezet of ingebracht worden;
Deze rechtzetting of inbreng van energiehoeveelheden sluit evenwel de mogelijkheid tot een gemeenrechtelijke schadevergoeding niet uit.
Deze voorwaarden gelden ook voor de toegangshouder(s) die deze rechtzetting zal/zullen factureren aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker.
Deze voorwaarden gelden ook voor rechtzetting of inbreng van gegevens andere dan energiehoeveelheden die door een elektriciteitsdistributienetbeheerder aan een toegangshouder worden bezorgd in het kader van de facturatie van een afname of injectie door een elektriciteitsdistributienetgebruiker.
In afwijking van het tweede lid, 1° wordt in ieder geval de rechtzetting van energiehoeveelheden niet beperkt tot de laatste 2 periodieke meteropnameperiodes voor jaarlijks gemeten toegangspunten of tot de laatste 24 opnamemaanden voor maandelijks en continu gemeten toegangspunten als het gaat om een rechtzetting die gevolg is van een foutieve registratie door de elektriciteitsdistributienetbeheerder van gegevens met betrekking tot een toegangspunt in het toegangsregister, als deze rechtzetting in het voordeel van de elektriciteitsdistributienetgebruiker is. In deze gevallen wordt de rechtzettingstermijn beperkt tot 5 jaar, te rekenen vanaf het moment dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de toegangshouder kennis heeft genomen van de foutieve registratie.

Art. V.3.11.5.
Hoewel in het toegangsreglement voorzien wordt in een mogelijkheid tot forfaitaire schadeloosstelling ten aanzien van de leverancier voor de niet-naleving van zijn verplichting inzake het verstrekken van gegevens, is de elektriciteitsdistributienetbeheerder niet ontslaan van zijn verplichting om die gegevens alsnog onverwijld te bezorgen aan de leverancier zodra hij erover beschikt.

Hoofdstuk V.4.
Bepalingen betreffende de meetinrichtingen en de meetgegevens voor gesloten distributienetten voor elektriciteit


Afdeling V.4.1.
Algemeen


Art. V.4.1.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit rust zijn net uit met voldoende meetinstallaties opdat de afgenomen en geïnjecteerde energiehoeveelheden door middel van meetgegevens aan alle achterliggende toegangspunten kunnen toegewezen worden. De aan elk achterliggend toegangspunt toegewezen hoeveelheid afgenomen of geïnjecteerde energie wordt aldus bepaald door minstens één meetinstallatie.

Art. V.4.1.2.
De achterliggende netgebruiker is eigenaar van zijn meetgegevens.

Art. V.4.1.3.

§ 1

Indien de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit overeenkomstig artikel 4.6.3. van het Energiedecreet bepaalde taken met betrekking tot de meetgegevens uitbesteedt aan de beheerder van het net waaraan zijn net gekoppeld is, handelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder hierbij niet-discriminatoir met de mogelijkheid de taak uit te voeren conform de werkwijze voor zijn eigen net met uitzondering van de bepalingen in Artikel V.4.1.4.

§ 2

Indien de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit zelf instaat voor de taken met betrekking tot de meetinrichtingen, hanteert hij in de uitvoering van zijn taken dezelfde termijnen als deze die van toepassing zijn voor een elektriciteitsdistributienetbeheerder zoals vermeld onder Hoofdstuk V.2.

Art. V.4.1.4.
De meetinrichting op een achterliggend toegangspunt voldoet aan de minimale nauwkeurigheidsvereisten opgelegd aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders overeenkomstig Afdeling V.2.3 zodra er een leverancierswissel plaatsvindt op dit achterliggend toegangspunt en in elk geval bij een vervanging van de meetinstallatie of de plaatsing van een nieuwe meetinstallatie voor het achterliggend toegangspunt, voor zover geen andere regelgeving ter zake geldt.

Afdeling V.4.2.
Gemeten verbruiksprofiel


Art. V.4.2.1.
In het gesloten distributienet voor elektriciteit is voor alle achterliggende toegangspunten voor injectie het gemeten verbruiksprofiel van toepassing, d.w.z. dat de meetinstallaties voor injectie worden uitgerust met tele-opname. De bepalingen in Afdeling V.3.2 zijn ook van toepassing voor de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit.

Afdeling V.4.3.
Storingen en fouten


Art. V.4.3.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een procedure voor meldingen door de achterliggende netgebruiker van storingen of fouten bij de meting. Een gebruiker kan daarbij aan de beheerder een controle van de meetinrichting vragen.

Art. V.4.3.2.
Een fout bij de meting wordt als significant beschouwd als ze groter is dan toegestaan is krachtens de toepasbare nauwkeurigheidsvereisten conform Afdeling V.2.3.

Art. V.4.3.3.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit zorgt ervoor dat een storing bij de meting of bij de dataoverdracht in een meetuitrusting die hij beheert, verholpen wordt binnen een termijn van zeven werkdagen tenzij anders vastgelegd in overleg met de achterliggende netgebruiker.

Art. V.4.3.4.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit zorgt ervoor dat een fout, een defect of een onnauwkeurigheid aan de meetinrichting waarvoor de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit verantwoordelijk is, verholpen wordt binnen een termijn van zeven werkdagen tenzij anders vastgelegd in overleg met de achterliggende netgebruiker.

Art. V.4.3.5.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit draagt de kosten, verbonden aan de acties vermeld in Artikel V.4.3.4 als een significante fout kon worden vastgesteld. In het andere geval worden ze gedragen door de gebruiker die de controle aanvroeg.

Afdeling V.4.4.
Validatie, correctie, schatting van meetgegevens


Art. V.4.4.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een eigen methodiek voor de validatie en correctie van de meetgegevens.

Art. V.4.4.2.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een eigen methodiek voor de schatting van meetgegevens.

Afdeling V.4.5.
Opslag, archivering en beveiliging van de data


Art. V.4.5.1.
Dezelfde artikels zijn van toepassing voor gesloten distributienetten voor elektriciteit als deze onder Afdeling V.3.7 voor elektriciteitsdistributienetten.

Afdeling V.4.6.
Ter beschikking stellen van meetgegevens


Art. V.4.6.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit verstrekt per achterliggend toegangspunt aan de leverancier of producent, de evenwichtsverantwoordelijke en de vervoersonderneming de nodige meetgegevens per elementaire periode, zoals bepaald in Artikel V.1.2.3, en per maand, in een vorm, met een snelheid en een frequentie zoals afgesproken met de betrokken partij, waarbij de bestaande marktprocessen voor elektriciteitsdistributienetten niet worden vertraagd.

Afdeling V.4.7.
Reconciliatie


Art. V.4.7.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit en de toegangshouders op zijn net, van zodra deze toegang krijgen, nemen deel aan de financiële afhandeling voor de betrokken maand zoals vermeld in Afdeling V.3.6.

Afdeling V.4.8.
Historische verbruiksgegevens


Art. V.4.8.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een procedure waarbij een nieuwe leverancier in geval van een leverancierswissel de beschikbare historische verbruiksgegevens van de laatste drie jaar op het achterliggend toegangspunt gratis kan opvragen.

Art. V.4.8.2.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een procedure waarbij een netgebruiker maximaal één keer per jaar de beschikbare historische verbruiks- of injectiegegevens van de laatste drie jaar op zijn achterliggend toegangspunt gratis kan opvragen.

Afdeling V.4.9.
Rechtzettingen


Art. V.4.9.1.
Mogelijke fouten in de informatie van een achterliggend toegangspunt met betrekking tot de uitgewisselde meetgegevens worden door de toegangshouder en de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit onmiddellijk aan elkaar gemeld. De beheerder van het gesloten distributienet stelt een procedure op voor de melding en de rechtzetting van de fouten.

Art. V.4.9.2.
In geval van uitbesteding overeenkomstig Artikel V.4.1.3 mag de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet voor rechtzettingen handelen overeenkomstig Artikel V.3.11.4

Afdeling V.4.10.
Decentrale productie-installaties


Art. V.4.10.1.
Voor productie-installaties met een vermogen groter dan 10 kVA plaatst de beheerder van het gekoppelde net een meetinrichting met uitlezing van de productie op afstand.

Art. V.4.10.2.
Voor het installeren en uitlezen van de meetinstallatie en het beheer van de meetgegevens van een decentrale productie-eenheid kan de gebruiker van het gesloten distributienet voor elektriciteit een beroep doen op de diensten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder als de meting op het toegangspunt niet toelaat om de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit eenduidig te bepalen. Die diensten en de verrekening van de kosten ervan worden contractueel gepreciseerd.