Hoofdstuk V.1.
Algemeen


Afdeling V.1.1.
Doel


Art. V.1.1.1.
De Meetcode (DeeláV) beschrijft de toepasselijke regels met betrekking tot:
het ter beschikking stellen, de plaatsing, het gebruik en onderhoud van de meetinrichtingen;
de uitlezing, de verwerking en het ter beschikking stellen van de meetgegevens, afkomstig van de meetinrichting.

Art. V.1.1.2.
De meetinrichtingen dienen voor het bepalen van de hoeveelheden ge´njecteerde en afgenomen elektriciteit op het elektriciteitsdistributienet en de gekoppelde gesloten distributienetten, en de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit. De meetgegevens, aangevuld met de gegevens vermeld in AfdelingáV.1.3, dienen voor de verrekeningen tussen de verschillende partijen. Ze dienen eveneens als basis om een goed beheer van het elektriciteitsdistributienet en de gesloten distributienetten mogelijk te maken.

Art. V.1.1.3.
De elektriciteitsdistributienetgebruiker is eigenaar van zijn meetgegevens en heeft ten allen tijde recht op toegang tot de meetinrichting.

Afdeling V.1.2.
Algemene principes m.b.t. elektriciteitsdistributienetbeheerders


Art. V.1.2.1.

ž 1

Elk toegangspunt dat bij een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet behoort, vormt het voorwerp van een telling om de afname of de injectie van de actieve en / of reactieve energie op dat toegangspunt te bepalen ten opzichte van het elektriciteitsdistributienet. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een meetinrichting.

ž 2

Onder de voorwaarden en volgens de procedure vermeld in AfdelingáV.1.3, kan met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een forfaitaire vaststelling van de energiehoeveelheden worden afgesproken, zonder gebruik te maken van een meetinrichting.

Art. V.1.2.2.
De verrekening, vermeld in ArtikeláV.1.1.2, is gebaseerd op gegevens die betrekking hebben op elementaire perioden. Afhankelijk van de aard van de aansluiting worden die gegevens rechtstreeks betrokken uit de meetinrichting of zijn ze het resultaat van de toepassing van synthetische lastprofielen op de meetgegevens.

Art. V.1.2.3.
De elementaire periode, vermeld in ArtikeláV.1.2.2, bedraagt vijftien minuten.

Art. V.1.2.4.
De meetgegevens voor de actieve energie, evenals de allocatie- en reconciliatiegegevens, worden uitgedrukt in kWh. De meetgegevens voor reactieve energie worden uitgedrukt in kVArh. De meetgegevens voor de actieve energie worden ter beschikking gesteld van de betrokken partijen zoals vastgelegd in AfdelingáV.3.8 en AfdelingáV.3.9. De meetgegevens voor de reactieve energie worden maandelijks geaggregeerd overgemaakt.

Afdeling V.1.3.
Forfaitair bepaalde afname


Art. V.1.3.1.
Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of op initiatief van de elektriciteitsdistributienetbeheerder wordt de elektriciteitsafname van een op het elektriciteitsdistributienet aangesloten installatie forfaitair bepaald zonder de plaatsing van een meetinrichting, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1
de installatie heeft een aansluitingsvermogen dat beperkt is tot 1,4 kVA, dient voor de openbare verplichting of heeft een aansluitingsvermogen dat beperkt is tot 10 kVA en een gebruiksduur van minstens 4000 uur per jaar;
2
het afnamepatroon is bekend;
3
op de installatie kan geen aanvullende apparatuur worden aangesloten.

Art. V.1.3.2.
De forfaitaire elektriciteitsafname wordt bepaald door de elektriciteitsdistributienetbeheerder, afhankelijk van het afgenomen vermogen en de geplande gebruiksduur van de installatie. De VREG kan richtlijnen vastleggen ter bepaling van de afname en voor de uniforme toepassing van de afnameforfaits door alle elektriciteitsdistributienetbeheerders.

Art. V.1.3.3.
Voor de vaststelling van het afgenomen vermogen kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder na overleg, een beroep doen op een geaccrediteerd laboratorium. De kosten van de vaststelling van het afgenomen vermogen worden gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. V.1.3.4.
De elektriciteitsafname van de installaties in kwestie wordt verrekend volgens het meest aangewezen berekende verbruiksprofiel.

Art. V.1.3.5.
De overeenkomst met betrekking tot de forfaitaire bepaling van de elektriciteitsafname moet opgenomen worden in een contract als aanvulling van het aansluitingsreglement. In dit document kunnen eveneens aanvullende bepalingen over levensduur en slijtage van de installaties opgenomen worden.