Afdeling V.1.2.
Algemene principes m.b.t. elektriciteitsdistributienetbeheerders


Art. V.1.2.1.

ž 1

Elk toegangspunt dat bij een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet behoort, vormt het voorwerp van een telling om de afname of de injectie van de actieve en / of reactieve energie op dat toegangspunt te bepalen ten opzichte van het elektriciteitsdistributienet. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een meetinrichting.

ž 2

Onder de voorwaarden en volgens de procedure vermeld in AfdelingáV.1.3, kan met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een forfaitaire vaststelling van de energiehoeveelheden worden afgesproken, zonder gebruik te maken van een meetinrichting.

Art. V.1.2.2.
De verrekening, vermeld in ArtikeláV.1.1.2, is gebaseerd op gegevens die betrekking hebben op elementaire perioden. Afhankelijk van de aard van de aansluiting worden die gegevens rechtstreeks betrokken uit de meetinrichting of zijn ze het resultaat van de toepassing van synthetische lastprofielen op de meetgegevens.

Art. V.1.2.3.
De elementaire periode, vermeld in ArtikeláV.1.2.2, bedraagt vijftien minuten.

Art. V.1.2.4.
De meetgegevens voor de actieve energie, evenals de allocatie- en reconciliatiegegevens, worden uitgedrukt in kWh. De meetgegevens voor reactieve energie worden uitgedrukt in kVArh. De meetgegevens voor de actieve energie worden ter beschikking gesteld van de betrokken partijen zoals vastgelegd in AfdelingáV.3.8 en AfdelingáV.3.9. De meetgegevens voor de reactieve energie worden maandelijks geaggregeerd overgemaakt.