Afdeling V.1.3.
Forfaitair bepaalde afname


Art. V.1.3.1.
Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of op initiatief van de elektriciteitsdistributienetbeheerder wordt de elektriciteitsafname van een op het elektriciteitsdistributienet aangesloten installatie forfaitair bepaald zonder de plaatsing van een meetinrichting, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1
de installatie heeft een aansluitingsvermogen dat beperkt is tot 1,4 kVA, dient voor de openbare verplichting of heeft een aansluitingsvermogen dat beperkt is tot 10 kVA en een gebruiksduur van minstens 4000 uur per jaar;
2
het afnamepatroon is bekend;
3
op de installatie kan geen aanvullende apparatuur worden aangesloten.

Art. V.1.3.2.
De forfaitaire elektriciteitsafname wordt bepaald door de elektriciteitsdistributienetbeheerder, afhankelijk van het afgenomen vermogen en de geplande gebruiksduur van de installatie. De VREG kan richtlijnen vastleggen ter bepaling van de afname en voor de uniforme toepassing van de afnameforfaits door alle elektriciteitsdistributienetbeheerders.

Art. V.1.3.3.
Voor de vaststelling van het afgenomen vermogen kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder na overleg, een beroep doen op een geaccrediteerd laboratorium. De kosten van de vaststelling van het afgenomen vermogen worden gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. V.1.3.4.
De elektriciteitsafname van de installaties in kwestie wordt verrekend volgens het meest aangewezen berekende verbruiksprofiel.

Art. V.1.3.5.
De overeenkomst met betrekking tot de forfaitaire bepaling van de elektriciteitsafname moet opgenomen worden in een contract als aanvulling van het aansluitingsreglement. In dit document kunnen eveneens aanvullende bepalingen over levensduur en slijtage van de installaties opgenomen worden.