Afdeling V.2.1.
Algemene bepalingen


Art. V.2.1.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is, voor het elektriciteitsdistributienet waarvoor hij als beheerder is aangesteld, als enige gemachtigd de meetinrichting ter beschikking te stellen, te plaatsen, aan te passen, te onderhouden, te vervangen, te verwijderen en uit te baten, behoudens andersluidende bepalingen in de voorschriften vermeld in de Aansluitingscode (Deel III) en behoudens in de gevallen bedoeld in §2. De elektriciteitsdistributienetbeheerder is tevens verantwoordelijk voor het verzamelen, valideren, bewerken, ter beschikking stellen en archiveren van de meetgegevens.

§ 2

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker zelf eigenaar is van meetuitrustingen heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder een gebruiksrecht op deze uitrustingen, en worden de modaliteiten van aanpassing, uitbreiding, onderhoud en uitbating, vastgelegd in een overeenkomst met de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. V.2.1.2.

§ 1

Een meetinrichting bestaat uit alle uitrustingen die nodig zijn voor het uitvoeren van de meetfuncties, vermeld in Artikel V.1.1.2, en kan dus onder meer bestaan uit al dan niet geļntegreerde combinaties van:
stroomtransformatoren;
spanningstransformatoren;
meters;
data loggers;
communicatie-uitrusting, met inbegrip van ontvangsttoestellen die gebruikt worden voor tariefomschakeling;
kast – klemmen – bedrading – beveiliging.

Art. V.2.1.3.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker en de elektriciteitsdistributienetbeheerder hebben het recht in hun installaties op eigen kosten alle uitrustingen te plaatsen die zij nuttig achten om de nauwkeurigheid na te gaan van de meetinrichting, vermeld in Artikel V.2.1.2. Een dergelijke meetuitrusting, die eventueel toebehoort aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet voldoen aan de voorschriften van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

§ 2

Een meetuitrusting van een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan dienst doen als controlemeting voor comptabele metingen na aanvaarding door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. V.2.1.4.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker extra uitrustingen wil integreren in de meetinrichting die betrekking heeft op zijn toegangspunt, zal hij zich daarvoor richten tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De elektriciteitsdistributienetbeheerder zal op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria oordelen of die plaatsing kan worden uitgevoerd zonder de correcte uitvoering van zijn taak als elektriciteitsdistributienetbeheerder in het gedrang te brengen. Bij een positieve evaluatie zal de elektriciteitsdistributienetbeheerder de plaatsing uitvoeren. Die uitrustingen moeten voldoen aan de voorschriften van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, en mogen de meetinrichting of andere installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder niet beļnvloeden.

§ 2

Alle kosten met betrekking tot die extra uitrustingen worden gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. V.2.1.5.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht aan de meetinrichting alle extra apparatuur toe te voegen die hij nuttig acht voor de uitvoering van zijn taak, onder meer met het oog op het meten van kwaliteitsindicatoren van de spanning en / of de stroom, en de faseverschuiving tussen spanning en stroom.

Art. V.2.1.6.
Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker moeten bij de plaatsing van een nieuwe digitale meetinrichting, meetgegevens afkomstig uit de meetinrichting kosteloos beschikbaar gemaakt worden ter hoogte van de meetinrichting voor toepassingen van de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Als de toegang tot de installatie onderworpen is aan voorwaarden, opgelegd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder, worden die voorwaarden in het aansluitingscontract vastgelegd.

Art. V.2.1.7.
Bij het verwisselen van een meter moeten de genoteerde meterstanden zowel door de afnemer (of een vertegenwoordiger van de afnemer) als door de elektriciteitsdistributienetbeheerder ter plaatse genoteerd, gedagtekend en ondertekend worden. Indien de afnemer in de mogelijkheid gesteld was om de genoteerde meterstanden te ondertekenen, maar hiervan geen gebruik maakte, heeft hij later niet meer de mogelijkheid deze meterstanden te betwisten.

Art. V.2.1.8.
Een elektriciteitsdistributienetgebruiker die beschikt over een meter met rollentelwerk, waarop een meervoudig tariefmeting wordt geregistreerd, kan enkel overschakelen op een enkelvoudige tariefmeting mits vervanging van deze meter op eigen kosten.