Art. V.2.1.4.

ž 1

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker extra uitrustingen wil integreren in de meetinrichting die betrekking heeft op zijn toegangspunt, zal hij zich daarvoor richten tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De elektriciteitsdistributienetbeheerder zal op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria oordelen of die plaatsing kan worden uitgevoerd zonder de correcte uitvoering van zijn taak als elektriciteitsdistributienetbeheerder in het gedrang te brengen. Bij een positieve evaluatie zal de elektriciteitsdistributienetbeheerder de plaatsing uitvoeren. Die uitrustingen moeten voldoen aan de voorschriften van dit Technisch Reglement Distributie Elektriciteit, en mogen de meetinrichting of andere installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder niet be´nvloeden.

ž 2

Alle kosten met betrekking tot die extra uitrustingen worden gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker.