Art. V.2.4.2.

§ 1

Voor productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVA moet op verzoek van de distributienetgebruiker en op kosten van de distributienetbeheerder de meetinstallatie op zo'n wijze aangepast worden, dat de elektrische productie van de installatie die geïnjecteerd wordt op het distributienet, in rekening gebracht kan worden van de afname, tussen twee meteropnames. Dit in rekening brengen gebeurt per tariefperiode en maximaal ten belope van de afname. Voor de bepaling van de vermelde vermogensgrens wordt geen rekening gehouden met een softwarematige beperking van het vermogen.

§ 2

Voor productie-installaties met een vermogen groter dan 10 kVA plaatst de distributienetbeheerder binnen 15 werkdagen na een positief onderzoek van de conformiteit met de aansluitingsvoorschriften van de netbeheerder de meetinrichting met uitlezing van de productie op afstand. De afname- en injectiemeting wordt zo nodig aangepast om ook op afstand uitgelezen te worden. Het onderzoek moet, mits ondertekening van het aansluitingscontract, plaatsvinden binnen de 15 werkdagen na het uitvoeren van de eventuele aanpassing aan de aansluitingsinstallaties door de distributienetbeheerder en/of de distributienetgebruiker.

§ 3

Voor productie-installaties in dienst genomen vanaf 1 september 2010 moet de meetinrichting op een zichtbare plaats in de buurt van de verbruiksteller van de netbeheerder geplaatst worden.