Art. V.3.1.4.
Voor toegangspunten die betrekking hebben op kleinere vermogens, voorziet de elektriciteitsdistributienetbeheerder, op vraag en voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op het toegangspunt, in de plaatsing van een meetinrichting die voor elke elementaire periode de afgenomen of ge´njecteerde energie registreert.