Art. V.3.1.9. Klantencabines

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder verstrekt de elektriciteitsdistributienetgebruiker het recht om te allen tijde de in de meetinrichting lokaal beschikbare meetgegevens die betrekking hebben op zijn toegangspunt, te consulteren. In de uitzonderlijke gevallen waarbij de meetinstallatie zich bevindt op een plaats die niet rechtstreeks voor de elektriciteitsdistributienetgebruiker toegankelijk is, wendt de elektriciteitsdistributienetgebruiker zich tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder, die hem binnen een redelijke termijn toegang zal verschaffen overeenkomstig de bepalingen, vermeld in Artikel I.3.1.2.

§ 2

De meetgegevens, vermeld in §1, omvatten minstens de comptabele metingen, waaruit op een eenvoudige manier de elektriciteitsafname of -injectie over een bepaalde periode kan worden afgeleid.

§ 3

De periode, vermeld in §2, is de maand van afname of injectie of, bij elektriciteitsdistributienetgebruikers met jaarlijkse meteropname, de periode vanaf de laatste meteropname.

§ 4

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op een toegangspunt verschaft de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen de tien werkdagen de nodige inlichtingen voor de interpretatie van de meetgegevens.

§ 5

De afleesmethode en de omrekeningsfactoren die toegepast moeten worden voor het bepalen van de elektriciteitsafname of -injectie, vermeld in §2, worden bij nieuw geļnstalleerde meetinrichtingen op een duidelijke manier aangebracht op of vlak naast de meter.