Afdeling V.3.2.
Bijzondere bepalingen betreffende het gemeten verbruiksprofiel


Art. V.3.2.1.
Het verbruiksprofiel wordt geregistreerd op basis van meetperioden die overeenstemmen met de elementaire periode zoals bepaald in ArtikeláV.1.2.3.

Art. V.3.2.2.
In overeenstemming met de bepalingen van het aansluitingscontract en / of de noden van de elektriciteitsdistributienetbeheerder registreert een meetinrichting per meetperiode de volgende data:
de aanduiding van de meetperiode;
de opgenomen of ge´njecteerde actieve energie;
desgevallend de opgenomen en / of ge´njecteerde reactieve energie;
de piekvermogens van de voorbije twaalf maanden.

Art. V.3.2.3.
Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder dit nodig acht, wordt hierbij bovendien onderscheid gemaakt tussen de vier kwadranten.

Art. V.3.2.4.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder verzamelt de meetgegevens op elektronische wijze en eventueel door tele-opname.

Art. V.3.2.5.

ž 1

Om desgevallend de tele-opname van de meetinrichting mogelijk te maken, zorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, op basis van technisch-economische criteria, voor de realisatie van de meest aangewezen telecommunicatieverbinding.

ž 2

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen eigenaar is van de meetuitrustingen, is de elektriciteitsdistributienetgebruiker verantwoordelijk voor de overdracht van de meetgegevens naar de elektriciteitsdistributienetbeheerder volgens de procedure die de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt.

ž 3

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen eigenaar is van de meetuitrustingen en de inzameling overeenkomstig ž2 onmogelijk is ten gevolge van een storing of een defect ervan, inclusief de overdracht naar de elektriciteitsdistributienetbeheerder, of ten gevolge van iedere andere oorzaak, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder te allen tijde het recht om op kosten van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de meetgegevens of ieder ander gegeven ter plaatse op de meetuitrustingen in kwestie te verzamelen, met naleving van de voorschriften die betrekking hebben op de toegang tot die uitrustingen.

Art. V.3.2.6.
Een meetperiode is gerelateerd aan het tijdstip 00:00:00 volgens de lokale tijd.

Art. V.3.2.7.
De afwijking van de begin- en eindtijden van de meetperiode ten overstaan van de gehanteerde referentietijd mag niet groter zijn dan tien seconden.

Art. V.3.2.8.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder is belast met het beheer van deze gegevens en deelt elke wijziging mee aan de betrokken toegangshouder.