Afdeling V.3.6.
Schatting, allocatie en reconciliatie


Art. V.3.6.1.

§ 1

De afname of injectie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker zonder registratie van het verbruiksprofiel in de periode tussen twee meteropnames kan geschat worden op basis van de totale afname of injectie over de vorige periode of op de typisch gemiddelde afname of injectie van een vergelijkbaar type van eindafnemer.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerders publiceren gemeenschappelijk een gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de schatting.

Art. V.3.6.2.
In de volgende gevallen mag een meterstand of afname of injectie geschat worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder overeenkomstig de bepalingen in Artikel V.3.6.1:
als de meteropnamekaart niet “onbezorgd” teruggestuurd werd en een netgebruiker niet tijdig reageert op de hem toegestuurde meteropnamekaart;
als werd vastgesteld dat een meetinrichting gedurende een bepaalde periode niet of incorrect de afname of injectie registreerde. In dat geval wordt de afname of injectie over die periode herberekend, rekening houdend met de bepalingen in Artikel V.3.11.1.
als werd vastgesteld dat meetgegevens van een toegangspunt gedurende een bepaalde periode incorrect werden verwerkt en ter beschikking gesteld door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. In dat geval wordt de afname of injectie over die periode herberekend, rekening houdend met de bepalingen in Artikel V.3.11.1;
als werd vastgesteld dat een elektriciteitsdistributienetgebruiker gedurende een bepaalde periode onrechtmatig elektriciteit afnam van het elektriciteitsdistributienet en dit niet of slechts gedeeltelijk geregistreerd werd door een meetinrichting. In dat geval wordt de afname of injectie over die periode herberekend.
in toepassing van Artikel V.3.11.4.

Art. V.3.6.3.
Op basis van de geschatte totale afname en het toegewezen lastprofiel bepaalt de elektriciteitsdistributienetbeheerder het berekende verbruiksprofiel.

Art. V.3.6.4.

§ 1

Op basis van de geïnjecteerde elektriciteit op het elektriciteitsdistributienet die geregistreerd werd door een meetinrichting, de uitgewisselde elektriciteit met andere netten, de berekende verbruiksprofielen, de gemeten verbruiksprofielen en een schatting van de elektriciteitsdistributienetverliezen wordt per elektriciteitsdistributienetbeheerder en per elementaire periode het residu berekend. Dat residu wordt pro rata toegekend aan de toegangshouders en hun respectieve evenwichtsverantwoordelijken voor de toegangspunten met geschatte verbruiken. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de allocatie vast.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van de allocatieberekening over de toegangspunten in zijn elektriciteitsdistributienet. Die berekeningen worden maandelijks uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over de voorgaande maand die op dat moment bekend is, op voorwaarde dat alle processen op het toegangsregister correct uitgevoerd werden of worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 3

Op basis van de resultaten van de allocatie verdeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de energie die geleverd werd aan afnemers over de toegangshouders en hun evenwichtsverantwoordelijken per elementaire periode.

§ 4

De resultaten van de allocatie voor een bepaalde maand zijn definitief ten laatste op de eerste werkdag van de zesde maand die volgt op die maand.

Art. V.3.6.5.

§ 1

De verdeling van de energie over de toegangshouders en hun evenwichtsverantwoordelijken die verkregen wordt door de allocatie, beschreven in Artikel V.3.6.4, moet op maandelijkse basis gecorrigeerd worden op basis van de werkelijk gemeten afnamen of injecties op de toegangspunten. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de reconciliatie vast.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de reconciliatieberekening over de toegangspunten in zijn elektriciteitsdistributienet. De berekeningen voor een maand en de vijftien voorgaande maanden worden maandelijks en voor de eerste keer zes maand na deze maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over de voorgaande maanden.

§ 3

Bij de eindreconciliatie van een maand wordt de restterm van die maand vastgesteld. Die restterm komt voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De VREG legt de gedetailleerde beschrijving van de methodiek van de eindreconciliatie vast.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eindreconciliatieberekening over de toegangspunten in zijn elektriciteitsdistributienet. De voorlopige berekeningen worden uiterlijk 32 maanden na de betrokken maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over die maanden. De definitieve berekeningen worden uiterlijk 37 maanden na de betrokken maand uitgevoerd op basis van de historiek van het toegangsregister over die maanden.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de toegangshouders op hun elektriciteitsdistributienetten, van zodra ze toegang krijgen, nemen deel aan de financiële afhandeling voor de betrokken maand die volgt uit de berekeningen vermeld in §3 en §4.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de leveranciers stellen gezamenlijk een partij aan die instaat voor de uitvoering van de financiële afhandeling vermeld in §5.