Art. V.3.8.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt aan de toegangshouder op elke werkdag de niet-gevalideerde meetgegevens per elementaire periode zoals bepaald in Artikel V. 1.2.3 per toegangspunt van de voorgaande werkdag en de eventueel tussenliggende dagen ter beschikking voor de toegangspunten waarop hij energie levert of injecteert en die voorzien zijn van een automatische meteruitlezing.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder valideert de meetgegevens op basis van de elementaire periode zoals bepaald in Artikel V.1.2.3 op elke werkdag voor de voorgaande werkdag en de eventueel tussenliggende dagen en deelt de eventuele afwijkingen ten opzichte van de niet-gevalideerde meetgegevens zo spoedig mogelijk mee aan de toegangshouder. Op de tiende werkdag na de dag van afname of injectie zijn de meetgegevens gevalideerd. Ten minste voor 95 % van de toegangspunten zijn de gevalideerde meetgegevens van een maand beschikbaar uiterlijk op de vierde werkdag van de volgende maand.

§ 3

Gevalideerde meetgegevens die geschat werden op basis van de procedures, vermeld in Artikel V.3.5.3§2, zijn voorzien van een herkenningsvlag.

§ 4

Voor productie-installaties worden de gevalideerde meetgegevens, vermeld in dit artikel, aan de betrokken producent meegedeeld op zijn eenvoudig verzoek volgens de principes van §2en §3. In afwijking van Artikel I.2.2.2§1 kan die informatie-uitwisseling in overleg met de producent volgens een ander protocol gebeuren.