Art. V.3.9.1.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt aan de leverancier gevalideerde meetgegevens ter beschikking voor de toegangspunten waarop hij energie levert of injecteert en die maandelijks worden uitgelezen. Voor minstens 95 % van de toegangspunten moeten die gegevens worden meegedeeld uiterlijk op de vierde werkdag van de volgende maand en voor alle toegangspunten uiterlijk op de tiende werkdag van deze maand. De elektriciteitsdistributienetbeheerder moet steeds de datum van de meteropname van de toegangspunten vermelden. Gevalideerde meetgegevens die geschat werden op basis van de procedures, vermeld in Artikel V.3.5.3§2, zijn voorzien van een herkenningsvlag.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt aan de leverancier gevalideerde meetgegevens ter beschikking voor de toegangspunten waarop hij energie levert of injecteert en die jaarlijks worden uitgelezen. Voor minstens 95 % van de toegangspunten moeten die gegevens worden meegedeeld uiterlijk op de vierde werkdag na de meteropname en voor alle toegangspunten, uiterlijk op de tiende werkdag na de meteropname. De elektriciteitsdistributienetbeheerder moet steeds de datum van de meteropname vermelden. Als bij het valideren van de meetgegevens blijkt dat een fysieke meteropname vereist is, gelden de vermelde termijnen vanaf de dag van deze extra meteropname. Gevalideerde meetgegevens die geschat werden op basis van de procedures, vermeld in Artikel V.3.5.3§2, zijn voorzien van een herkenningsvlag.

§ 3

Voor productie-installaties met een injectiemeter/-punt worden de gevalideerde meetgegevens, vermeld in dit artikel, tevens meegedeeld aan de betrokken producent volgens de principes van §1 en §2.