Hoofdstuk V.4.
Bepalingen betreffende de meetinrichtingen en de meetgegevens voor gesloten distributienetten voor elektriciteit


Afdeling V.4.1.
Algemeen


Art. V.4.1.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit rust zijn net uit met voldoende meetinstallaties opdat de afgenomen en geïnjecteerde energiehoeveelheden door middel van meetgegevens aan alle achterliggende toegangspunten kunnen toegewezen worden. De aan elk achterliggend toegangspunt toegewezen hoeveelheid afgenomen of geïnjecteerde energie wordt aldus bepaald door minstens één meetinstallatie.

Art. V.4.1.2.
De achterliggende netgebruiker is eigenaar van zijn meetgegevens.

Art. V.4.1.3.

§ 1

Indien de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit overeenkomstig artikel 4.6.3. van het Energiedecreet bepaalde taken met betrekking tot de meetgegevens uitbesteedt aan de beheerder van het net waaraan zijn net gekoppeld is, handelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder hierbij niet-discriminatoir met de mogelijkheid de taak uit te voeren conform de werkwijze voor zijn eigen net met uitzondering van de bepalingen in Artikel V.4.1.4.

§ 2

Indien de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit zelf instaat voor de taken met betrekking tot de meetinrichtingen, hanteert hij in de uitvoering van zijn taken dezelfde termijnen als deze die van toepassing zijn voor een elektriciteitsdistributienetbeheerder zoals vermeld onder Hoofdstuk V.2.

Art. V.4.1.4.
De meetinrichting op een achterliggend toegangspunt voldoet aan de minimale nauwkeurigheidsvereisten opgelegd aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders overeenkomstig Afdeling V.2.3 zodra er een leverancierswissel plaatsvindt op dit achterliggend toegangspunt en in elk geval bij een vervanging van de meetinstallatie of de plaatsing van een nieuwe meetinstallatie voor het achterliggend toegangspunt, voor zover geen andere regelgeving ter zake geldt.

Afdeling V.4.2.
Gemeten verbruiksprofiel


Art. V.4.2.1.
In het gesloten distributienet voor elektriciteit is voor alle achterliggende toegangspunten voor injectie het gemeten verbruiksprofiel van toepassing, d.w.z. dat de meetinstallaties voor injectie worden uitgerust met tele-opname. De bepalingen in Afdeling V.3.2 zijn ook van toepassing voor de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit.

Afdeling V.4.3.
Storingen en fouten


Art. V.4.3.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een procedure voor meldingen door de achterliggende netgebruiker van storingen of fouten bij de meting. Een gebruiker kan daarbij aan de beheerder een controle van de meetinrichting vragen.

Art. V.4.3.2.
Een fout bij de meting wordt als significant beschouwd als ze groter is dan toegestaan is krachtens de toepasbare nauwkeurigheidsvereisten conform Afdeling V.2.3.

Art. V.4.3.3.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit zorgt ervoor dat een storing bij de meting of bij de dataoverdracht in een meetuitrusting die hij beheert, verholpen wordt binnen een termijn van zeven werkdagen tenzij anders vastgelegd in overleg met de achterliggende netgebruiker.

Art. V.4.3.4.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit zorgt ervoor dat een fout, een defect of een onnauwkeurigheid aan de meetinrichting waarvoor de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit verantwoordelijk is, verholpen wordt binnen een termijn van zeven werkdagen tenzij anders vastgelegd in overleg met de achterliggende netgebruiker.

Art. V.4.3.5.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit draagt de kosten, verbonden aan de acties vermeld in Artikel V.4.3.4 als een significante fout kon worden vastgesteld. In het andere geval worden ze gedragen door de gebruiker die de controle aanvroeg.

Afdeling V.4.4.
Validatie, correctie, schatting van meetgegevens


Art. V.4.4.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een eigen methodiek voor de validatie en correctie van de meetgegevens.

Art. V.4.4.2.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een eigen methodiek voor de schatting van meetgegevens.

Afdeling V.4.5.
Opslag, archivering en beveiliging van de data


Art. V.4.5.1.
Dezelfde artikels zijn van toepassing voor gesloten distributienetten voor elektriciteit als deze onder Afdeling V.3.7 voor elektriciteitsdistributienetten.

Afdeling V.4.6.
Ter beschikking stellen van meetgegevens


Art. V.4.6.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit verstrekt per achterliggend toegangspunt aan de leverancier of producent, de evenwichtsverantwoordelijke en de vervoersonderneming de nodige meetgegevens per elementaire periode, zoals bepaald in Artikel V.1.2.3, en per maand, in een vorm, met een snelheid en een frequentie zoals afgesproken met de betrokken partij, waarbij de bestaande marktprocessen voor elektriciteitsdistributienetten niet worden vertraagd.

Afdeling V.4.7.
Reconciliatie


Art. V.4.7.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit en de toegangshouders op zijn net, van zodra deze toegang krijgen, nemen deel aan de financiële afhandeling voor de betrokken maand zoals vermeld in Afdeling V.3.6.

Afdeling V.4.8.
Historische verbruiksgegevens


Art. V.4.8.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een procedure waarbij een nieuwe leverancier in geval van een leverancierswissel de beschikbare historische verbruiksgegevens van de laatste drie jaar op het achterliggend toegangspunt gratis kan opvragen.

Art. V.4.8.2.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een procedure waarbij een netgebruiker maximaal één keer per jaar de beschikbare historische verbruiks- of injectiegegevens van de laatste drie jaar op zijn achterliggend toegangspunt gratis kan opvragen.

Afdeling V.4.9.
Rechtzettingen


Art. V.4.9.1.
Mogelijke fouten in de informatie van een achterliggend toegangspunt met betrekking tot de uitgewisselde meetgegevens worden door de toegangshouder en de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit onmiddellijk aan elkaar gemeld. De beheerder van het gesloten distributienet stelt een procedure op voor de melding en de rechtzetting van de fouten.

Art. V.4.9.2.
In geval van uitbesteding overeenkomstig Artikel V.4.1.3 mag de beheerder van het gekoppelde elektriciteitsdistributienet voor rechtzettingen handelen overeenkomstig Artikel V.3.11.4

Afdeling V.4.10.
Decentrale productie-installaties


Art. V.4.10.1.
Voor productie-installaties met een vermogen groter dan 10 kVA plaatst de beheerder van het gekoppelde net een meetinrichting met uitlezing van de productie op afstand.

Art. V.4.10.2.
Voor het installeren en uitlezen van de meetinstallatie en het beheer van de meetgegevens van een decentrale productie-eenheid kan de gebruiker van het gesloten distributienet voor elektriciteit een beroep doen op de diensten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder als de meting op het toegangspunt niet toelaat om de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit eenduidig te bepalen. Die diensten en de verrekening van de kosten ervan worden contractueel gepreciseerd.