Afdeling V.4.3.
Storingen en fouten


Art. V.4.3.1.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit voorziet in een procedure voor meldingen door de achterliggende netgebruiker van storingen of fouten bij de meting. Een gebruiker kan daarbij aan de beheerder een controle van de meetinrichting vragen.

Art. V.4.3.2.
Een fout bij de meting wordt als significant beschouwd als ze groter is dan toegestaan is krachtens de toepasbare nauwkeurigheidsvereisten conform Afdeling V.2.3.

Art. V.4.3.3.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit zorgt ervoor dat een storing bij de meting of bij de dataoverdracht in een meetuitrusting die hij beheert, verholpen wordt binnen een termijn van zeven werkdagen tenzij anders vastgelegd in overleg met de achterliggende netgebruiker.

Art. V.4.3.4.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit zorgt ervoor dat een fout, een defect of een onnauwkeurigheid aan de meetinrichting waarvoor de beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit verantwoordelijk is, verholpen wordt binnen een termijn van zeven werkdagen tenzij anders vastgelegd in overleg met de achterliggende netgebruiker.

Art. V.4.3.5.
De beheerder van het gesloten distributienet voor elektriciteit draagt de kosten, verbonden aan de acties vermeld in Artikel V.4.3.4 als een significante fout kon worden vastgesteld. In het andere geval worden ze gedragen door de gebruiker die de controle aanvroeg.