Hoofdstuk VI.2.
Koppelingen van elektriciteitsdistributienetten onderling en aan het transmissienet


Art. VI.2.1.1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder en de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, bepalen in onderling overleg de fysieke plaats van het koppelpunt of de koppelpunten.

Art. VI.2.1.2.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder en de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, verlenen elkaar wederzijds de noodzakelijke medewerking bij de uitvoering van de taken waartoe beide partijen wettelijk of contractueel verplicht zijn.

Art. VI.2.1.3.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder pleegt overleg met de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, met betrekking tot alle aspecten die direct of indirect gevolgen voor de betrokken netbeheerders kunnen hebben, en inzonderheid met betrekking tot:
de ontwikkeling, het onderhoud en de exploitatie van hun respectieve netten;
de ondersteunende diensten die zij respectievelijk ter beschikking stellen;
het evenwicht tussen de vraag naar en het aanbod van elektriciteit in de Belgische regelzone;
het technische beheer van de elektriciteitsstromen op hun respectieve netten;
de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden die op hun respectieve netten aangesloten zijn;
de toegang tot hun respectieve netten;
de toepassing van de reddings- en heropbouwcode.

Art. VI.2.1.4.
Minstens eenmaal per jaar pleegt de elektriciteitsdistributienetbeheerder overleg met de beheerders van de met zijn net gekoppelde netten over de geplande investeringen in zijn elektriciteitsdistributienet met inbegrip van de ontwikkelingen van decentrale productie en de daaruit voortvloeiende knelpunten.

Art. VI.2.1.5.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder deelt de planningsgegevens mee aan de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, overeenkomstig Hoofdstuk II.2.

Art. VI.2.1.6.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder sluit met de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, een exploitatieovereenkomst waarin onder meer het vermogen bepaald wordt dat die laatste ter beschikking kan stellen aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder op elk koppelpunt en, indien van toepassing, de evolutie van dit vermogen.

§ 2

De overeenkomst, vermeld in §1, bepaalt eveneens de respectieve rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden, en de procedures met betrekking tot alle aspecten van de exploitatie die een indirecte of directe invloed kunnen hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de betrokken netten, aansluitingen, of installaties van netgebruikers.

§ 3

De reddingscode, opgesteld door de transmissienetbeheerder, wordt opgenomen in de overeenkomst die met de transmissienetbeheerder wordt gesloten.

§ 4

De heropbouwcode, opgesteld door de transmissienetbeheerder, wordt opgenomen in de overeenkomst die met de transmissienetbeheerder wordt gesloten.

§ 5

Afspraken over de praktische uitvoering van het afschakelplan wat betreft onderbrekingen van koppelpunten tussen het transmissienet en de elektriciteitsdistributienetten en de herinschakeling van die koppelpunten en in het bijzonder van prioritaire afnemers worden opgenomen in de overeenkomst met de transmissienetbeheerder.

§ 6

Afspraken over de door de elektriciteitsdistributienetbeheerder aangeboden mogelijkheden om selectief belastingen af te schakelen in plaats van volledige koppelpunten, overeenkomstig de prioriteiten van het afschakelplan, worden opgenomen in de overeenkomst met de transmissienetbeheerder.

Art. VI.2.1.7.

§ 1

Elke versterking of uitbreiding van een bestaande koppeling wordt gezamenlijk door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, beoordeeld op basis van de zorg voor de optimale ontwikkeling van de betrokken netten, en rekening houdend met de voorrang die moet worden gegeven aan kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties en productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken.

§ 2

De kwaliteit van de geleverde spanning op elk koppelpunt wordt bepaald in de exploitatieovereenkomst, vermeld in Artikel VI.2.1.6, rekening houdend met de bepalingen, vermeld in Artikel I.1.2.1§2.

§ 3

Het toegestane niveau van storingen op het koppelpunt wordt bepaald door de normen die algemeen worden toegepast op Europees niveau, en meer bepaald de technische rapporten IEC 61000-3-6, 61000-3-7 en 61000-3-13.

Art. VI.2.1.8.

§ 1

In de koppelpunten geniet de elektriciteitsdistributienetbeheerder per tijdsinterval van een afnamerecht op een forfaitaire hoeveelheid reactieve energie, in inductief en capacitief regime.

§ 2

Onder voorbehoud van de bepalingen van §3, is die forfaitaire hoeveelheid reactieve energie per tijdsinterval gelijk aan 32,9 % van de hoeveelheid actieve energie, afgenomen op het koppelpunt tijdens dat tijdsinterval.

§ 3

Die forfaitaire hoeveelheid reactieve energie per tijdsinterval mag niet lager zijn dan 3,29 % van de hoeveelheid actieve energie die conform is met de duurtijd van het tijdsinterval vermenigvuldigd met het op het koppelpunt ter beschikking gesteld vermogen, zoals vermeld in Artikel VI.2.1.6.

§ 4

Het positieve verschil tussen de hoeveelheid in inductief regime en de forfaitaire hoeveelheid, toegewezen overeenkomstig dit artikel, wordt ten laste gelegd aan de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder, volgens het overeenkomstige tarief.

§ 5

Het positieve verschil tussen de hoeveelheid in capacitief regime en de forfaitaire hoeveelheid, toegewezen overeenkomstig dit artikel, wordt ten laste gelegd aan de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder, volgens het overeenkomstige tarief.

§ 6

Voor de toepassing van dit artikel is het desbetreffende tijdsinterval een kwartier.

Art. VI.2.1.9.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder licht de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, tijdig in over de tijdelijke en permanente overschakelingen van belasting tussen de betrokken koppelpunten.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt op het gemotiveerde verzoek van de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, de verdere informatie over het verwachte verbruiksprofiel per koppelpunt ter beschikking.

Art. VI.2.1.10.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder sluit een samenwerkingsovereenkomst met de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is. Die overeenkomst bepaalt onder meer de procedures voor de uitwisseling van gegevens met betrekking tot de aspecten, vermeld in Artikel VI.2.1.2, alsook de respectieve verantwoordelijkheden voor de kwaliteit, de periodiciteit van de terbeschikkingstelling en de betrouwbaarheid van die gegevens, voor het naleven van de mededelingstermijnen en voor de confidentialiteit van de gegevens die onderling worden uitgewisseld of ter beschikking staan.

Art. VI.2.1.11.

§ 1

De netbeheerders van wie (delen van) de netten onderling gekoppeld zijn, delen elkaar dagelijks de al dan niet gevalideerde energie-uitwisselingen op de koppelingspunten mee binnen een werkdag.

§ 2

De transmissienetbeheerder deelt maandelijks de gevalideerde energie-uitwisselingen op de koppelingspunten met het elektriciteitsdistributienet of de elektriciteitsdistributienetten mee aan de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder of elektriciteitsdistributienetbeheerders binnen vier werkdagen na het einde van de maand in kwestie.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerders van wie (delen van) de elektriciteitsdistributienetten onderling gekoppeld zijn, delen elkaar maandelijks de gevalideerde energie-uitwisselingen op de koppelingspunten mee binnen zes werkdagen na het einde van de maand in kwestie. In de periode tussen de dag van opname van de energie-uitwisseling en de zesde werkdag na het einde van de maand in kwestie, plegen zij overleg en corrigeren indien nodig de geregistreerde energieuitwisselingen opdat de door en onder hen verdeelde energie-uitwisselingen overeenstemmen met de door de transmissienetbeheerder opgegeven energieuitwisselingen op de koppelingspunten van het transmissienet met de elektriciteitsdistributienetten.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerders van wie (delen van) de elektriciteitsdistributienetten onderling gekoppeld zijn, delen de gevalideerde energieuitwisselingen op de koppelingspunten met het transmissienet mee aan de transmissienetbeheerder binnen de tien werkdagen na het einde van de maand in kwestie.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerders van wie (delen van) de elektriciteitsdistributienetten onderling gekoppeld zijn, delen de gevalideerde energieuitwisseling tussen hun netten mee aan de transmissienetbeheerder binnen de tien werkdagen na het einde van de maand in kwestie.

Art. VI.2.1.12.
De bepalingen in de Samenwerkingscode (Deel VI) zijn niet van toepassing als de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, dezelfde rechtspersoon zijn.