Art. VI.2.1.7.

§ 1

Elke versterking of uitbreiding van een bestaande koppeling wordt gezamenlijk door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de netbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, beoordeeld op basis van de zorg voor de optimale ontwikkeling van de betrokken netten, en rekening houdend met de voorrang die moet worden gegeven aan kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties en productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken.

§ 2

De kwaliteit van de geleverde spanning op elk koppelpunt wordt bepaald in de exploitatieovereenkomst, vermeld in Artikel VI.2.1.6, rekening houdend met de bepalingen, vermeld in Artikel I.1.2.1§2.

§ 3

Het toegestane niveau van storingen op het koppelpunt wordt bepaald door de normen die algemeen worden toegepast op Europees niveau, en meer bepaald de technische rapporten IEC 61000-3-6, 61000-3-7 en 61000-3-13.