Titel VI.
Milieubeleidsovereenkomsten


Hoofdstuk I.
Algemene bepalingen


Art. 6.1.1.

Een milieubeleidsovereenkomst is iedere overeenkomst tussen het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, hierna het Gewest te noemen, enerzijds, en een of meer overkoepelende, representatieve organisaties van ondernemingen, hierna de organisatie te noemen, anderzijds, met als doel milieuverontreiniging te voorkomen, de gevolgen ervan te beperken of weg te nemen, of een doelmatig milieubeheer te bevorderen. Desgevallend kunnen het Gewest en de organisatie ook andere actoren vragen om partner te zijn in een milieubeleidsovereenkomst.

 

Het Gewest kan alleen milieubeleidsovereenkomsten sluiten met organisaties die aantonen dat ze :

rechtspersoonlijkheid bezitten;
representatief zijn voor ondernemingen die hetzij een bepaalde gemeenschappelijke activiteit uitoefenen, hetzij geconfronteerd worden met een bepaald gemeenschappelijk leefmilieuprobleem, hetzij gevestigd zijn in hetzelfde gebied; 
door hun leden gemandateerd zijn om met het Gewest een milieubeleidsovereenkomst te sluiten en hen daardoor te verbinden als vermeld in artikel 6.1.4. 

 


Art. 6.1.2. Een milieubeleidsovereenkomst kan de geldende wetgeving of reglementering niet vervangen, noch in minder strenge zin ervan afwijken.

Art. 6.1.3.

§ 1.

Het Gewest zal gedurende de geldingstermijn van de milieubeleidsovereenkomst geen reglementering uitvaardigen door middel van een uitvoeringsbesluit dat, met betrekking tot de door de milieubeleidsovereenkomst behandelde punten, strengere eisen stelt dan de milieubeleidsovereenkomst zelf. Het Gewest blijft evenwel bevoegd om verordenend op te treden, hetzij in geval van dringende noodzaak, hetzij om te voldoen aan dwingende verplichtingen van internationaal- of Europeesrechtelijke aard. Voor het gebruikmaakt van die bevoegdheid, pleegt het Gewest overleg met de andere partijen bij de milieubeleidsovereenkomst.

 

Het Gewest is bevoegd om de inhoud van de milieubeleidsovereenkomst, ook gedurende de geldingstermijn ervan, geheel of gedeeltelijk in reglementering om te zetten.

 

§ 2.

Een milieubeleidsovereenkomst doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden dan het Gewest.


Art. 6.1.4.

Een milieubeleidsovereenkomst is verbindend voor de partijen. Naargelang van wat bepaald is in de overeenkomst, is ze tevens verbindend voor al de leden van de organisatie of voor een in het algemeen omschreven groep ervan.

 

De ondernemingen die na het sluiten van de overeenkomst tot de organisatie toetreden, worden van rechtswege verbonden. De leden van een verbonden organisatie kunnen zich niet aan hun verbintenissen onttrekken door uit de organisatie te treden.


Hoofdstuk II.
Totstandkoming, toetreding, wijziging en beëindiging


Art. 6.2.1.

§ 1.

Voor de aanvang van de onderhandelingen over een milieubeleidsovereenkomst wordt een startnota opgesteld. De startnota motiveert de keuze voor het instrument milieubeleidsovereenkomst en beschrijft de belangrijkste doelstellingen en krachtlijnen voor de milieubeleidsovereenkomst waarover onderhandeld moet worden.

 

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over het opstellen van de startnota.

 

§ 2.

Over de startnota wordt een consultatie georganiseerd waarbij iedereen gedurende minstens dertig dagen bezwaren en opmerkingen kan formuleren. Daartoe wordt :

de startnota bezorgd aan de Minaraad en de voorzitter van het Vlaams Parlement; 
de website waarop de startnota beschikbaar is, gemeld aan andere belanghebbenden. De Minaraad brengt een advies uit binnen dertig dagen na ontvangst van de startnota. 

 

De Vlaamse Regering :

stelt nadere regels vast over de manier waarop de consultatie georganiseerd wordt en de geformuleerde bezwaren en opmerkingen verwerkt worden; 
keurt de startnota goed. Indien de Minaraad een advies uitbrengt over de startnota, verantwoordt de Vlaamse Regering in een verslag in welke mate al dan niet rekening is gehouden met de opmerkingen en suggesties tot aanpassing uit het advies van de Minaraad. 

 

 

§ 3.

Het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst wordt meegedeeld aan de Vlaamse Regering.

 

§ 4.

Over het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst wordt een consultatie georganiseerd waarbij iedereen gedurende minstens dertig dagen bezwaren en opmerkingen kan formuleren. Daartoe wordt :

een samenvatting van het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst, op initiatief van het Gewest, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De samenvatting omschrijft minstens het voorwerp en de algemene strekking van de milieubeleidsovereenkomst en vermeldt de website waarop het ontwerp van de overeenkomst beschikbaar is; 
het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst bezorgd aan de Minaraad en de voorzitter van het Vlaams Parlement; 
de website waarop het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst beschikbaar is, gemeld aan andere belanghebbenden. 

 

De Vlaamse Regering :

stelt nadere regels vast over de manier waarop de consultatie georganiseerd wordt en de geformuleerde bezwaren en opmerkingen verwerkt worden; 
keurt de milieubeleidsovereenkomst goed. 

 

 

§ 5.

Een milieubeleidsovereenkomst wordt, na ondertekening door de partijen, integraal bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

 

Behoudens andersluidend beding treedt een milieubeleidsovereenkomst in werking de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.


Art. 6.2.2.

Alleen met de toestemming van het Gewest kan een organisatie van ondernemingen die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6.1.1, toetreden tot een milieubeleidsovereenkomst. De Vlaamse Regering stelt de procedure daarvoor vast. De toetreding wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Vanaf de dag van de bekendmaking is de milieubeleidsovereenkomst verbindend voor de toegetreden organisatie. Naargelang van wat bepaald is in de toetredingsakte, is ze tevens verbindend voor al de leden van de toegetreden organisatie of voor een in het algemeen omschreven groep ervan. Door de toetreding wordt de toegetreden organisatie partij bij de milieubeleidsovereenkomst.


Art. 6.2.3.

Een milieubeleidsovereenkomst wordt gesloten voor een bepaalde termijn, die in geen geval langer mag zijn dan acht jaar. Een milieubeleidsovereenkomst kan niet stilzwijgend worden verlengd.

 

Tijdens de geldingsduur van de milieubeleidsovereenkomst kunnen de partijen overeenkomen om ze te wijzigen. In dat geval moeten de bepalingen van artikel 6.2.1, § 4, worden toegepast. De wijzigingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze zijn verbindend voor al wie voordien door de overeenkomst verbonden was.


Art. 6.2.4.

De partijen kunnen te allen tijde een milieubeleidsovereenkomst opzeggen, op voorwaarde dat ze een opzeggingstermijn in acht nemen. Behoudens andersluidend beding in de overeenkomst bedraagt die termijn zes maanden. In geen geval mag de opzeggingstermijn die in de overeenkomst bepaald is langer zijn dan een jaar. Elke langere termijn wordt van rechtswege herleid tot een jaar. Als de opzegging niet uitgaat van het Gewest, moet de milieubeleidsovereenkomst door de andere partijen gezamenlijk worden opgezegd. De opzegging wordt op straffe van nietigheid meegedeeld, hetzij met een ter post aangetekende brief, hetzij bij deurwaardersexploot. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving.


Art. 6.2.5.

Een milieubeleidsovereenkomst eindigt hetzij bij overeenkomst tussen de partijen, hetzij door het verstrijken van de termijn, hetzij door opzegging. Het uitvaardigen van reglementering als vermeld in artikel 6.1.3 maakt geen einde aan de overeenkomst.


Hoofdstuk III.
Naleving en verslaggeving


Art. 6.3.1.

In een milieubeleidsovereenkomst wordt bepaald op welke manier controle zal worden uitgeoefend op de naleving van de voorschriften ervan.

 

In geval van overtreding van de voorschriften van een milieubeleidsovereenkomst kan iedereen die erdoor verbonden is, de dwanguitvoering in natura of bij equivalent vorderen van de overtreder.


Art. 6.3.2.

De organisatie brengt jaarlijks verslag uit over de uitvoering van de milieubeleidsovereenkomst. De Vlaamse Regering brengt bij het Vlaams Parlement tweejaarlijks een evaluatierapport uit over de uitvoering van de milieubeleidsovereenkomst.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de vorm en de voorwaarden die bij het verslag en het evaluatierapport moeten worden nageleefd.