Art. 6.1.3.

1.

Het Gewest zal gedurende de geldingstermijn van de milieubeleidsovereenkomst geen reglementering uitvaardigen door middel van een uitvoeringsbesluit dat, met betrekking tot de door de milieubeleidsovereenkomst behandelde punten, strengere eisen stelt dan de milieubeleidsovereenkomst zelf. Het Gewest blijft evenwel bevoegd om verordenend op te treden, hetzij in geval van dringende noodzaak, hetzij om te voldoen aan dwingende verplichtingen van internationaal- of Europeesrechtelijke aard. Voor het gebruikmaakt van die bevoegdheid, pleegt het Gewest overleg met de andere partijen bij de milieubeleidsovereenkomst.

Het Gewest is bevoegd om de inhoud van de milieubeleidsovereenkomst, ook gedurende de geldingstermijn ervan, geheel of gedeeltelijk in reglementering om te zetten.

2.

Een milieubeleidsovereenkomst doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden dan het Gewest.