Art. 5.

§ 1.

In dit artikel wordt verstaan onder :

afdeling, bevoegd voor grondwater: afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij die bevoegd is voor het operationele waterbeheer;
besluit : besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 houdende nadere regels inzake duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest voor niet-land- en tuinbouwactiviteiten en de opmaak van het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik.

 

 

§ 2.

In de beschermingszones type II en III is het direct en indirect lozen, deponeren, opslaan op of in de bodem, uitstrooien en het vervoeren van pesticiden als vermeld in artikel 3, 1°, van het decreet, verboden.

 

§ 3.

Van dat verbod kan afgeweken worden :

voor de openbare dienst, vermeld in artikel 2, 3° van het besluit, en voor commerciėle activiteiten, met uitzondering van de land- en tuinbouwactiviteit,volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 7, § 1, 1°, van het decreet;
voor land- en tuinbouwactiviteiten als :
a) de pesticiden in slechts zulke hoeveelheden en concentraties worden gebruikt dat elk gevaar voor het ontvangende grondwater nu of in de toekomst is uitgesloten;
b) het gebruik nodig is voor een normale gewasbescherming, voor zover de pesticiden gebruikt worden in overeenstemming met de praktijkgidsen goede landbouwpraktijken;
c) de pesticiden niet verboden zijn;
voor particulieren als : 
a) bij het gebruik van de pesticiden de toepassingsvoorschriften strikt worden gerespecteerd;
b) alleen de gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden die erkend zijn voor amateurgebruik door de federale overheid;
c) alleen de biociden gebruikt worden die toegelaten zijn door de federale overheid.

 

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, op advies van de afdeling, bevoegd voor grondwater, voor elk pesticide en voor elk van de waterwingebieden en beschermingszones de hoeveelheid en de concentratie vaststellen en kan hij, in voorkomend geval, een verbod opleggen op het gebruik van een specifiek pesticide.

 

§ 4.

Om voor de openbare dienst en voor commerciėle activiteiten een afwijking zoals bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°, te bekomen op het verbod uit paragraaf 2, wordt de procedure gevolgd, vermeld in artikel 5 van het besluit.

 

De afwijkingen op het verbod vermeld in paragraaf 2, voor land- en tuinbouwactiviteiten en particulieren, zoals vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 2° en 3°, gelden van rechtswege.

 

§ 5.

De gegevens van het pesticidengebruik, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, worden tot vijf jaar na gebruik bijgehouden door de gebruiker. DoorhetVlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap en alle diensten en agentschappen die er van afhangen, de provinciale overheden, de gemeenten, de autonome gemeentebedrijven en de polders en wateringen wordt gerapporteerd op de wijze, vermeld in artikel 8, § 1, van het besluit.

 

Met het oog op de opmaak van de indicatoren, vermeld in artikel 9, eerste lid, van het decreet, kunnen de door de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, gemachtigde personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor grondwater, de volgende gegevens opvragen :

de plaats van het gebruik;
de productnaam;
3°  het erkenningsnummer of het toelatingsnummer;
de hoeveelheid die gebruikt is in dat jaar.