Art. 4.4.7.2.5.

1.

Bij opslag in de open lucht van stuivende stoffen van stuifcategorie SC2 en SC3 wordt stofverspreiding maximaal beperkt door het bevochtigen van de stuivende stoffen. Voor zover de karakteristieken van het terrein en de vaste installaties dat toelaten, worden bijkomend de volgende maatregelen genomen :

1 het opslagterrein voorzien van windreductieschermen;
2 een ommuring of een groenscherm;
3 de opgeslagen hoeveelheid in zo weinig mogelijk hopen verzamelen;
4 de hellingsgraad van de hopen zo kiezen dat de toplaag niet afglijdt.

Punt 2 is niet van toepassing op bouw-, sloop- of wegeniswerken.

2.

Als droog of winderig weer wordt voorspeld, worden de hopen extra besproeid met water of schuim.

Het besproeien kan worden vervangen door het bespuiten met een vastleggend middel als de goede werking van het middel is gegarandeerd. Kammen en beschadigingen van het vastleggende middel in de opslaghoop worden gecontroleerd en hersteld. De bespuiting wordt herhaald als dat uit het oogpunt van het voorkomen van stofverspreiding noodzakelijk blijkt.

3.

Als de maatregelen, vermeld in paragraaf 1 en 2, niet worden genomen, wordt de opslaghoop afgedekt met fijnmazige netten of zeilen of wordt overgegaan tot een gesloten opslag, zoals bepaald in artikel 4.4.7.2.2, tweede lid.