Art. 5bis.

§ 1.

De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een procedure vast voor de aanneming van een marien ruimtelijk plan voor de Belgische zeegebieden, overeenkomstig de Europese en internationale regelgeving, en inzonderheid met betrekking tot het overleg met de betrokken sectoren en instanties.

 

Deze procedure omvat minstens :

een planningsproces; 
een openbaar onderzoek;
het opstellen van een strategisch milieueffectenrapport;
de procedure tot wijziging.

 

§ 2.

Het marien ruimtelijk plan is bindend. Het wordt door de Koning vastgesteld, bij een besluit na overleg in de Ministerraad. Het marien ruimtelijk plan wordt zesjaarlijks geėvalueerd en gewijzigd waar nodig. De Koning kan ook een tussentijdse wijzigingsprocedure regelen.

 

§ 3.

De Koning stelt een raadgevende commissie in om in het kader van de procedure vermeld in paragraaf 1 een niet-bindend advies te formuleren.

 

§ 4.

Het marien ruimtelijk plan wordt opgesteld volgens de volgende structuur :

een ruimtelijke analyse van de Belgische zeegebieden;
een langetermijnvisie betreffende het ruimtelijk gebruik van de Belgische zeegebieden;
duidelijke economische, sociale, milieu- en veiligheidsdoelstellingen, die ten minste de volgende onderdelen omvatten :
a) de effectieve doelstellingen;
b) de indicatoren die een betrouwbare aanwijzing vormen voor het bereiken van de gewenste doelstelling of van een gewenste gedragswijziging;
de maatregelen, instrumenten en acties tot uitvoering van het marien ruimtelijk plan.