Art. 54/1.

§ 1.

Voor de behandeling van een aanvraag tot erkenning wordt een retributie geheven, waarvan de opbrengst rechtstreeks en integraal in het Fonds voor de behandeling van de erkenningsaanvragen en de uitoefening van het toezicht op de erkenningen met betrekking tot het leefmilieu wordt gestort, ten laste van elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag tot erkenning als vermeld in artikel 6, indient.

 

De bedragen van die retributie worden vastgesteld in bijlage 18, A, die bij dit besluit is gevoegd.

 

§ 2.

Voor de uitoefening van het toezicht op de erkenning wordt een retributie geheven, waarvan de opbrengst rechtstreeks en integraal in het Fonds voor de behandeling van de erkenningsaanvragen en de uitoefening van het toezicht op de erkenningen met betrekking tot het leefmilieu wordt gestort, ten laste van elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het bezit is van een erkenning als vermeld in artikel 6. Die retributie is op de volgende tijdstippen verschuldigd : 

in geval van personen die van rechtswege erkend zijn conform artikel 32, §2, eerste lid, 1° tot en met 4°, 6° en 7°, of van personen die met toepassing van artikel 32, §1, op basis van een gelijkwaardige titel van rechtswege erkend worden als technicus als vermeld in artikel 6, 2°: een eerste keer voor het verkrijgen van het erkenningscertificaat en vervolgens vijfjaarlijks, te rekenen vanaf de datum, vermeld op het certificaat, in voorkomend geval bij het volgen van de bijscholing of bij de deelname aan het actualisatie-examen;
  in geval van personen die van rechtswege erkend zijn conform artikel 32, §2, eerste lid, 8° tot en met 11°: [...] voor het verkrijgen van het erkenningscertificaat [...];
in alle andere gevallen, dan de gevallen, vermeld in punt 1° en 2°: uiterlijk op 31 december 2014 [...].

 

De bedragen van die retributie worden vastgesteld in bijlage 18, B, die bij dit besluit is gevoegd.

 

§ 3.

De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, gelden niet voor de volgende categorieėn van erkenningen:

1°  de opleidingscentra, vermeld in artikel 6, 4°;
de keuringsinstellingen, vermeld in artikel 6, 8°.

 

 

§ 4.

De retributies, vermeld in paragraaf 1 en 2, gelden ook niet in de volgende gevallen :

1°  bij een uitbreiding van de erkenning van een milieudeskundige als vermeld in artikel 6, 1°, a) en c), in de discipline waarvoor de milieudeskundige erkend is; 
2°  bij een uitbreiding van de erkenning van een MER-deskundige in de discipline waarvoor de MER-deskundige erkend is;
3°  bij de erkenning als MER-deskundige in de discipline geluid en trillingen als vermeld in artikel 6, 1°, d), 7); 
4°  bij een uitbreiding van de erkenning van een technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, b), met de module GII.
bij een uitbreiding van de erkenning van een koeltechnicus als vermeld in artikel 6, 2°, e), met een andere categorie.
bij de erkenning als laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, a), b), d), met betrekking tot de discipline diervoeder, e) en f);
bij de erkenning als laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, d), met betrekking tot de discipline mest tenzij het laboratorium alleen erkend is voor het pakket M-M6 als vermeld in bijlage 3, 4°.

 

 

§ 5.

De retributie, vermeld in paragraaf 1, is niet van toepassing:

op de personen die van rechtswege erkend zijn conform artikel 32;
voor de eerste aanvraag tot erkenning als laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, d), met betrekking tot de discipline mest voor het pakket M-M6 als vermeld in bijlage 3, 4°.

 

§ 6.

In uitzonderlijke gevallen kan het afdelingshoofd van de bevoegde afdeling of diens plaatsvervanger op basis van een gemotiveerde aanvraag beslissen een persoon geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van een verschuldigde retributie, vermeld in paragraaf 2.