Bijlage 16. Inhoud van de algemene opleiding en bijscholing, vermeld in artikel 25/3, 1, b), en artikel 53/6, 2 en 3

De programma's van de algemene opleiding en bijscholing beantwoorden ten minste aan de volgende voorwaarden:

1

ze zijn zo opgevat dat ze de kandidaat in staat stellen de nodige kennis en bekwaamheid te verwerven voor het vervullen van het geheel van de decretale en reglementaire taken;

2

ze omvatten ten minste:

  • 16 uur theoretisch onderricht en 8 uur praktisch onderricht voor de algemene opleiding;
  • 4 uur theoretisch onderricht en 4 uur praktisch onderricht voor een bijscholing.

In de algemene opleiding komen, als dat relevant is, de volgende onderwerpen aan bod:

1

wetgeving:

a)

titel [...] II van het VLAREM met betrekking tot de werken, vermeld in artikel 6, 7, a), van het VLAREL;

b)

het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer en de uitvoeringsbesluiten ervan met betrekking tot de werken, vermeld in artikel 6, 7, a), van het VLAREL;

c)

VLAREL met betrekking tot boorbedrijven;

2

de verschillende boortechnieken;

3

de bediening en werking van de machines;

4

(hydro)geologie;

5

geotechniek;

6

de monsternames;

7

de afwerking van pomp- en peilputten en boringen;

8

het buiten gebruik stellen van pomp- en peilputten en boringen;

9

het boorverslag;

10

informatiebronnen.

De bijscholing bestaat uit een herhaling van de belangrijkste aspecten van de algemene opleiding, rekening houdend met de evolutie van de regelgeving en de technieken, en de disciplines waarvoor het boorbedrijf erkend is.